Tussen droom en daad: Maand van de geschiedenis 2015 in Groningen

Dit essay van Pepijn Reeser is geschreven in het kader van de Maand van de geschiedenis 2015. Het beschouwt de dromen en daden van de vaderlandse geschiedenis. Ook in de provincie Groningen zijn er talloze bekende en minder bekende figuren geweest met verheven idealen, enthousiaste uitvindingen en revolutionaire visies. Hun dromen werden daad, of vervlogen in de wind. Bij het essay, dat hieronder licht ingekort wordt weergegeven, vindt u in de grijze rechterbalk de koppelingen naar de Groningse verhalen over dromen en daden.

 Tussen droom en daad: Maand van de geschiedenis 2015 in Groningen
Foto: Bert Kaufmann via Flickr

‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren’, dichtte Willem Elsschot in 1910. Dromen doen we allemaal, al eeuwenlang. Soms blijft de droom een droom, maar leidt die tot andere, uitvoerbare ideeën. En soms verliest de dromer de realiteit uit het oog en leidt de droom tot afschuwelijke daden. Wat er tussen droom en daad gebeurt is misschien nog wel het interessantst. De Maand van de Geschiedenis 2015 gaat op zoek naar de dromen, dromers, daden en doeners van weleer.

Dromen en visioenen

Lange tijd lagen er geen wetten en praktische bezwaren tussen dromen en daden. In de oudheid twijfelden maar weinigen aan de voorspellende waarde van dromen. Bovendien was er via dromen contact mogelijk met voorouders, goden en geesten. Vorsten en veldheren lieten zich er bij hun keuzes dan ook sterk door beïnvloeden. Hoewel intellectuelen als Aristoteles (384-322 v. Chr.) en Cicero (106-43 v. Chr.) kritisch waren over de vele charlatans die zich bezighielden met droominterpretatie, hadden sommigen veel autoriteit. Dat gold bijvoorbeeld voor Artemidorus van Daldis (2e eeuw na Chr.), de meest vooraanstaande droomuitlegger van de oudheid. Hij schreef een omvangrijke handleiding met tal van voorbeelden: een gedroomde braadpan stond bijvoorbeeld symbool voor toekomstige schade of een snoeplustige vrouw.

Ook in christelijk Europa werden dromen serieus genomen. De Bijbel bevat meerdere visioenen die beter niet in de wind geslagen werden. Keizer Constantijn de Grote (circa 280-337) nam in 312 een droom zo serieus, dat hij nog voor het ontbijt het christendom omarmde. Middeleeuwse literatuur als Karel ende Elegast en Beatrijs is ondenkbaar zonder voorspellende dromen. Ook in de Republiek werden dromen niet zomaar als onzin afgedaan, al was een dichter als Constantijn Huygens (1596-1687) ervan overtuigd dat dromen geen ware kennis opleverden.

Tegenwoordig kennen we dromen nauwelijks meer profetische waarde toe, ze weerspiegelen eerder onze geestelijke gesteldheid. Dit komt mede door het werk van psychiater Sigmund Freud (1856-1939), die zich rond 1900 bezighield met droomduiding en daarmee veel kunstenaars en wetenschappers inspireerde. Wetenschappers die momenteel de oorsprong en waarde van dromen proberen te bepalen, staan dus in een lange traditie. Gaat het om meer dan hersenspinsels, welk verband bestaat er tussen wat we doen en wat we dromen?

Bedrieglijke dromen

Marco Borsato scoorde er de meest succesvolle Nederlandstalige single aller tijden mee: Dromen zijn bedrog. Ze tonen ons een schijnwerkelijkheid die vaak mooier is dan de realiteit. Er wordt dan ook niet alleen gedroomd tijdens de slaap. Met behulp van literatuur, muziek, radio, film en drugs ontsnappen Nederlanders al eeuwenlang aan de dagelijkse sleur. Betrapt niet iedereen zich weleens op dagdromen?

De gedroomde ideale wereld veranderde gaandeweg. De middeleeuwer maakte zich voorstellingen van het paradijs en van Cocagne, het Luilekkerland waar eten, drinken en seks overvloedig waren en eindeloos geluierd kon worden. De plaatsnaam Kockengen verwijst ernaar. Het gedroomde Utopia van de vroegmoderne Europeaan was een samenleving waarin gelijkheid een belangrijke rol speelde en welverdiende vruchten geplukt konden worden. Daarna boden ideologieën als het communisme, liberalisme en fascisme zicht op allerhande heilstaten en ideaalbeelden – van klasseloze samenleving tot de American dream. Anno 2015 krijgt de Nederlander via internet, marketing en entertainmentindustrie gephotoshopte droombeelden in overvloed aangereikt.

Dromen spatten echter nogal eens uiteen, een toekomstdroom komt zelden uit. Sporters weten dat en spreken meestal pas over een droomuitkomst als die al behaald is. Ook Nederlandse politici jagen maar zelden hun dromen na. Historische periodes waarin ze dat wel deden, spreken tot de verbeelding: de revolutionaire tijd rond 1800, de jaren 1970. Maar juist toen bleek dat droom en daad ver uiteenlopen. De idealen van de verlichting leverden bloederige oorlogen en felle machtsstrijd op. En wat veertig jaar geleden de modeldekolonisatie van Suriname moest worden, werd voor velen een nachtmerrie. Het gedroomde werkelijk onafhankelijke land werd niet gerealiseerd en na idealen volgden misdaden als de Decembermoorden.

Het oprichten van de vrijheidsboom op de Grote Markt op 14 februari 1795, naar aanleiding van de Franse Revolutie. - Schilderij: Johann Ludwig Hauck (1795), Collectie Groninger Museum
Het oprichten van de vrijheidsboom op de Grote Markt op 14 februari 1795, naar aanleiding van de Franse Revolutie. - Schilderij: Johann Ludwig Hauck (1795), Collectie Groninger Museum

Niet alle dromen eindigen zo abrupt. Maar het kerkhof van niet gerealiseerde idealen en onvervulde dromen is groot. Tal van ambitieuze bouwplannen werden nooit, half of verkeerd uitgevoerd. Vooral in de politiek sneuvelden nogal wat ambities. Het gedroomde nieuw-Bourgondische rijk waar Willem I (1772-1843) tweehonderd jaar geleden koning van werd, bleek een zeepbel. Na de Tweede Wereldoorlog, nu zeventig jaar geleden, lukte het de Doorbraakbeweging niet om alle progressieve stromingen te verenigen en een einde te maken aan de verzuiling. En wat te denken van het Nederlandse militaire optreden in bijvoorbeeld Indonesië en voormalig Joegoslavië? Een nachtmerrie is soms snel geboren.

Dromers en idealisten

Dat veel dromen niet zijn omgezet in duurzame daden ligt deels aan veranderende opvattingen. Wie droomt er nog van een wereldomvattend Nederlands imperium? Of van de Groot-Nederlandse gedachte, het onder één bestuur brengen van het Nederlandse taalgebied? Soms zijn we misschien maar beter af. De droom van wethouder Joop den Uyl (1919-1987) om een snelweg tot in het centrum van Amsterdam aan te leggen, zal weinigen nog bekoren. En dromen van een religieus of etnisch homogeen Nederland staat al tijden in een kwade reuk.

Gebrek aan resultaat ligt vaak aan de dromers zelf. Hun idealen zijn goedbedoeld maar niet zelden weinig realistisch. Volwassen dromers staan bekend als wereldvreemde en soms tragische fantasten, als mensen die een onmogelijke werkelijkheid nastreven. Psychiater en schrijver Frederik van Eeden (1860-1932) was rond 1900 zo’n utopist. Zijn commune Walden mislukte omdat niet iedereen zo idealistisch als hijzelf bleek te zijn. Tot die ontdekking kwam ook Multatuli, pseudoniem van schrijver Eduard Douwes Dekker (1820-1887), toen hij streed voor de lotsverbetering van Javanen. Het verbaast niet dat vooral kunstenaars vaak als dromer zijn getypeerd. Echt veel van dergelijke dromers heeft Nederland nooit gehad. Ze zijn ook schaars in onze film en literatuur. Daar overheersen praktische types, twijfelaars en klagers.

Was Nederland altijd al een land van doeners en bestuurders en polderaars, zonder al te veel filosofen en hemelbestormers? Het kende inderdaad amper grote maatschappelijke experimenten of revoluties, hoewel politicus P.J. Troelstra (1860-1930) in 1918 even droomde dat de socialistische omwenteling plaatsvond. Voor hij het wist, stonden talloze landgenoten met Oranje vlaggetjes te wapperen. Wellicht schuilt onze droom in het kleine: een veilig thuis, een overzichtelijke leefomgeving, voorzieningen goed op orde, ondersteuning voor naasten die het minder getroffen hebben. De beste personificatie is misschien wel majoor Alida Bosshardt (1913-2007), de heilsoldate die zich op de Amsterdamse Wallen decennialang inzette voor de onderkant van de samenleving.

Visionairen

Dromers die resultaat boeken, worden visionair genoemd. Dat zijn de mannen en vrouwen die standbeelden krijgen toebedeeld, of een plek in de geschiedenisboeken. De balans wordt vaak pas na hun dood opgemaakt. Blijven de idealen aansprekend, dan volgt soms wereldwijd erkenning. Visionairen als Nelson Mandela (1918-2013), Gandhi (1869-1948) en Martin Luther King (1929-1968) zijn iconen geworden van een door hen gedroomde wereld, niet het minst omdat hun leven en vrijheid op het spel stonden. Hun dromen zijn niet kapot te krijgen; Kings ‘I have a dream’ wordt te pas en te onpas aangehaald, terwijl Mandela’s wilskracht en Ghandi’s geweldloosheid alom geroemd worden.

Wie zijn de Nederlandse zieners? In de voorbije eeuw waren het vooral de voormannen en –vrouwen van emancipatiebewegingen die een dergelijke status verwierven. Zij streden voor idealen als algemeen kiesrecht, gelijkheid voor de wet, armoedebestrijding of toegankelijk onderwijs. Als hun strijd resultaat had, werden ze door hun achterban geëerd. Erg veel eerbetoon lijken de leiders van hervormingsbewegingen uit voorbije eeuwen tegenwoordig echter niet meer te krijgen. Dat geldt ook voor een visionair als Cornelis Lely (1854-1929), zonder wie de landkaart er flink anders zou hebben uitgezien – Lely is overigens een van de velen die de totstandkoming van zijn droom niet heeft mogen meemaken, ‘zijn’ Afsluitdijk werd drie jaar na zijn dood voltooid. Het gebrek aan erkenning heeft er misschien mee te maken dat het verwezenlijken van idealen in Nederland meer een kwestie van langdurig overleg dan van fel protest en gewapende strijd is. Succes heeft vaak vele ouders, slechts weinigen worden blijvend op een voetstuk geplaatst.

Opvallend genoeg zijn het hier vaak ondernemers die het label ‘visionair’ opgespeld krijgen. Het betreft dan volhouders die ergens in geloofden succes wisten te boeken, soms tegen de stroom in. Denk aan Gerard Heineken (1841-1893), Albert Plesman (KLM, 1889-1953), Anthony Fokker (1890-1939) en Joop van den Ende. Zij realiseerden persoonlijke dromen en creëerden iets waar anderen trots op konden zijn. Ze lieten zien dat droom en daad met elkaar verbonden zijn, dat een droom wel degelijk tot resultaat kan leiden. Het is een inspirerende conclusie.

Doeners en daders

De scheiding tussen dromers en doeners is mogelijk veel minder sterk dan vaak wordt gedacht. Ook doeners hebben een droom of ideaal nodig. En dan het liefste eentje waar de volgende generaties zich niet voor hoeven te schamen. Wie dromen verwezenlijkt die voor anderen nachtmerries zijn, komt er in de beeldvorming meestal slecht vanaf. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) wist weliswaar het gedroomde VOC-imperium op te bouwen en monopolies te verwerven, maar zijn daden worden tegenwoordig afgekeurd. Dat geldt nog sterker voor Volkert van der Graaf en Mohammed Bouyeri, respectievelijk de moordenaars van Pim Fortuyn (1948-2002) en Theo van Gogh (1957-2004). De daders meenden te handelden vanuit een ideaal, maar bij hun daden worden grote vraagtekens gezet. En wat te denken van de vele oorlogen die gevoerd werden in naam van dromen of idealisme?

De slag bij Heiligerlee in 1568 (detail). - Prent: F. Hogenberg, ca. 1568-1600, www.beeldbankgroningen.nl (0817-10242)
De slag bij Heiligerlee in 1568 (detail). - Prent: F. Hogenberg, ca. 1568-1600, www.beeldbankgroningen.nl (0817-10242)

Voorheen alom gedeelde idealen en dadendrang komen na verloop van tijd dikwijls in een ander daglicht te staan. Verspreiding van het geloof, een ideaal dat ooit een groot aantal Nederlanders naar de uithoeken van de wereld bracht, heeft nauwelijks nog zeggingskracht. Dat maakt het werk van een missionaris als Peerke Donders, die decennialang leprapatiënten verzorgde, niet minder indrukwekkend. Als de droom zelf niet meer aanspreekt, kunnen de daden die eruit voortkwamen dat nog wel doen.

Droom en daad

De Nederlandse dromen lijken anno 2015 op het eerste gezicht individualistisch en gericht op welvaart – wie droomt er niet van het winnen van de loterij? De daden vertellen een ander verhaal. Nederlanders zijn gul als het gaat om goede doelen en doen relatief veel vrijwilligerswerk. Het Droomboek, dat bij de inauguratie van koning Willem-Alexander werd samengesteld, bevatte naast idealen als saamhorigheid en naastenliefde veel dadendrang. Nederlanders mogen internationaal dan niet bekend staan als dromend volk, de daden verraden wel degelijk dromen en idealen.

Het is opnieuw een indicatie dat de verhouding tussen droom en daad complex is. Neem de dromer bij uitstek, John Lennon (1940-1980). Die bezong in Imagine een wereld waarin alle dromers zich verenigden. Hij werd vermoord door een man die zich identificeerde met een romanfiguur en met zijn daad dacht dicht bij dat gedroomde, fictionele leven te geraken. Dromen kunnen individuen en samenlevingen kortom inspireren tot weldaden én misdaden.

Droom en daad zijn continu in beweging en worden voortdurend anders gewaardeerd. Wie handelt zonder af en toe te dromen, onderscheidt zich niet van een machine. Enkel dromen zonder daden na te streven is vrijblijvend. Droom en daad horen en hoorden bij elkaar, op talloze manieren. Hoe precies? Dat wordt duidelijk tijdens de Maand van de Geschiedenis 2015.

Dit artikel werd geschreven als inspiratiedocument voor de nationale Maand van de geschiedenis 2015. In Groningen vinden tal van activiteiten plaats tijdens de Maand.