1945-heden

Gesteggel over een naoorlogs Stadhuis

Groningen was op 17 april 1945, de eerste naoorlogse dag, een stad zonder hart. Bij gevechten tussen de Canadese bevrijders en de Duitse bezetters, die ondanks hun uitzichtloze situatie toch felle tegenstand leverden, liep de binnenstad zware schade op. Van de noord- en oostzijde van Grote Markt restten nog slechts smeulende ruïnes met her en der een opstaande gevel. De aangrenzende Waag- en Guldenstraat werden eveneens bijna in hun geheel verwoest.

Gesteggel over een naoorlogs Stadhuis
De achterkant van het Stadhuis (rechts) en het Goudkantoor, gezien vanaf de Guldenstraat in 1945, na de bevrijding. Foto: Wintzand, E.G., www.beeldbankgroningen.nl (1785-10863)

Wat in twee dagen werd vernield, duurde jaren om weer op te bouwen. Meteen na de bevrijding boog het stadsbestuur zich over de Wederopbouw. De opdracht om met een plan voor een nieuwe binnenstad te komen, werd al in juli ’45 verleend aan de architect M.J. Granpré de Molière. Diens eerste ontwerpen leidden tot veel discussie. De partijen in de gemeenteraad hadden alle verschillende ideeën over de vorm en functies van de nieuwbouw. Hete hangijzers waren onder andere uitbreiding van het stadhuis, al dan niet een podium voor culturele uitingen in het centrum en de vraag welke ruimte winkelbedrijven daar zouden krijgen. 

Ideeën

Een greep uit de verlanglijstjes: de PvdA verlangde een cultuurcentrum aan de Grote Markt, waar de liberalen vervolgens weer bezwaar tegen maakten omdat dit ruimteverlies betekende voor de detailhandel. En moest het oude stadhuis worden uitgebreid of diende er volledige nieuwbouw plaats te vinden? De KVP en de communisten toonden zich zelfs voorstanders van sloop van het gebouw uit 1810. In deze discussies liet ook de Rijksdienst voor de Monumentenzorg regelmatig haar stem horen.

Geen geld

In 1949 lag er tenslotte na veel wikken en wegen een basisplan op tafel. Uitvoering daarvan stuitte echter op problemen, omdat de rijksoverheid zich uit onvrede over onderdelen hiervan van financiële steun onthield. Moegestreden legde Granpré Molière daarom in 1950 zijn taken neer.

Vegter

Zijn werk werd overgenomen door diens assistent J.J.M. Vegter. In 1952 had deze een nieuw plan gereed. Na goedkeuring daarvan kon eindelijk - na zeven jaar! - met de Wederopbouw worden begonnen. Het eerste nieuwe gebouw dat aan de oostzijde van de Grote Markt tot stand kwam, was het Vindicat-pand, naar een ontwerp van Jo Vegter zelf. Deze tekende ook voor de stadhuisuitbreiding. De eerste plannen hiervoor dateerden van 1953, maar pas in 1958 werd met bouwen begonnen. De nieuwbouw was met een luchtbrug verbonden aan het vroeg-19e-eeuwse stadhuis. Het tussengelegen Goudkantoor werd toegankelijk met een kenmerkende ‘staatsietrap’ aan de zijde van de Herestraat. De feestelijke oplevering van het complex had plaats in juli 1962.

Even feestelijk als de opening, was de afbraak ruim dertig jaar later. Nieuwe opvattingen over het Groninger stadshart hadden geleid tot het besluit om de Waagstraat te herstellen. De stadhuisuitbreiding van Vegter werd daarom in 1994 weer afgebroken. De sloop werd op 23 september van dat jaar ingeleid door ‘Requiem voor een nieuw Stadhuis’, een multimedia spektakel met muziek, poëzie, video en vuurwerk. De massaal toegestroomde Stadjers zagen die vrijdagavond hoe een enorme knipschaar zich als een draak oprichtte en een hap uit het gebouw nam. Op de plaats van de stadhuisuitbreiding werd in 1996 het Waagstraatcomplex geopend, naar een ontwerp van de Italiaanse architect Adolfo Natalini. Enigszins voorbarig schreef de Volkskrant bij die gelegenheid ‘De binnenstad van Groningen is af’…

Het bordes en de loopbrug tussen het oude en het nieuwe gedeelte van het stadhuis, ca. 1960. Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1986-01813)
Het bordes en de loopbrug tussen het oude en het nieuwe gedeelte van het stadhuis, ca. 1960. Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1986-01813)