1815-1914

Winkler Prins herbegraven in Veendam

'Kijk even in de Winkler Prins'. Tot op de dag van vandaag is bij velen de Winkler Prins in de boekenkast te vinden. De geestelijk vader van deze 16-delige geïllustreerde encyclopedie, de doopsgezinde predikant Anthony Winkler Prins, schreef zijn legendarische encyclopedie tussen 1860 en 1882 in Veendam.

Anthony Winkler Prins (31 januari 1817 - 4 januari 1908) was dominee en vrijmetselaar, schrijver en dichter. Na negen jaar predikantschap in Tjalleberd werd hij op 33-jarige leeftijd Doopsgezind predikant te Veendam. Toen Winkler Prins 65 jaar werd, ging hij met emeritaat. Het echtpaar verliet Veendam om bij hun kinderen in Voorburg te gaan wonen. Daar overleed hij op 90-jarige leeftijd. Na zijn overlijden opende een dochter een briefje, dat hij haar op zijn 80ste verjaardag had gegeven. Daarin stond: “Als ik mocht overlijden, dan mogen mijn vrouw en kinderen weten dat ik een lang en gelukkig leven heb gehad. Het bericht van mijn overlijden moet alleen geplaatst worden in de Nieuwe Veendammer Courant.”

Winkler Prins terug naar Veendam

Van een begrafenis in Veendam kon destijds geen sprake zijn. De wet op de lijkbezorging eiste namelijk toestemming van elk van de vele gemeenten waar het transport langs kwam. Winkler Prins werd begraven aan de Parkweg te Voorburg.
Na 97 jaar kwam daar verandering in. In samenspraak met de familie Winkler Prins wist Petra Maters, directeur van het Veenkoloniaal Museum in Veendam, met succes de gemeente Voorburg-Leidschendam te overtuigen de resten van Winkler Prins en die van zijn vrouw te laten herbegraven in Veendam. Het Voorburgse college vond de historische verbondenheid met Veendam van doorslaggevende betekenis om toe te stemmen tot herbegrafenis. In Veendam is het echtpaar komen te liggen op de begraafplaats van de Hervormde Kerk naast de moeder van Anthony Winkler Prins en naast een van hun zoons. Voor deze laatste rustplaats heeft de familie een nieuwe grafsteen laten maken, omdat die in Voorburg ontbrak. Daar stond alleen een paaltje met nr.48 op de afdeling eerste klasse. 

Rouwstoet

De herbegrafenis van Anthony Winkler Prins en zijn vrouw vond plaats op vrijdag 9 september 2005. Bij de Veendammer gemeentegrens te Bareveld startte de plechtige tocht met een 19de eeuwse koets, getrokken door twee Friese paarden. Aan de koets hing een enkel bloemstuk, zoals vroeger gebruikelijk was. Voor de koets liep een leedaanzegger in 19de eeuws kostuum. Tijdens de lange rit langs het Oosterdiep werd gestopt bij de plek waar ooit de doopsgezinde pastorie heeft gestaan. Deze werd door brand verwoest. Onder grote publieke en mediabelangstelling arriveerde de koets bij het Veenkoloniaal Museum in het centrum van de gemeente Veendam. Een groot aantal nazaten van de encyclopedist vormde samen met genodigden een stoet op weg naar de historische begraafplaats van de Hervormde Kerk. Daar werd het echtpaar 'welkom terug' geheten en ter aarde besteld. 

Winkler Prins en Veendam

Winkler Prins heeft veel betekend voor Veendam, waar hij een groot deel van zijn leven woonde. Zo was hij een van de drijvende krachten achter de realisering van een hogere burgerschool, een Latijnse school voor meisjes en een kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen. In 1878 was hij medeoprichter van de vrijmetselaarsloge Het Noorderlicht te Veendam en op 31 oktober 1879 richtte hij tezamen met andere notabelen de Eerste Groninger Tramway - Maatschappij op. Enkele liederen die hij geschreven had, werden toen gezongen: Tramlied, Werkmanslied, Weg met den omnibus en Toch een spoorweg. Later zou de maatschappij de langste paardentramlijn van Europa onderhouden. 

Hoewel Winkler Prins het ambt trouw bleef, deed hij er veel werk naast. Hij was een begenadigd schrijver in kranten en almanakken. Hij populariseerde boeken over natuurkunde en vertaalde populair-wetenschappelijke werken uit het Engels en Duits. Zo bekostigde hij onder meer de studie van zijn negen kinderen.

Winkler Prins zette zich met hart en ziel in voor het onderwijs. Goed onderwijs vond hij onontbeerlijk voor de ontwikkeling van het volk. Het onderwijs zou de basis leggen voor toekomstige industriële en culturele bloei. Er moest dus ook een schooltype komen dat voorzag in de behoefte van handel en industrie. Voor vestiging van een HBS moest een gemeente 10.000 inwoners hebben. Winkler Prins wilde dit criterium teruggebracht zien naar 6.000, zodat gemeenten in landelijke gebieden ook vestiging van een HBS konden aanvragen. Met de ingeroepen hulp van Thorbecke, die voor een jaarlijkse subsidie van 5.000 gulden zorgde, ging de Veendammer gemeenteraad akkoord met acht tegen vijf stemmen met de oprichting van een gemeentelijke HBS met vijfjarige cursus. Bij de opening van de school in 1866 bleek er een unieke constructie tot stand gebracht te zijn; een scholengemeenschap met verschillende takken van onderwijs ondergebracht in één schoolgebouw: een HBS, een Latijnse school, de zeevaartschool, een voorbereidende school en een school voor jongejuffrouwen. 

De rouwstoet, met de aanzegger voorop, gaat langs het Winkler Prins, een van de middelbare scholen van Veendam.
De rouwstoet, met de aanzegger voorop, gaat langs het Winkler Prins, een van de middelbare scholen van Veendam.

Winkler Prins moest niets weten van een dwangmaatregel als schoolplicht voor kinderen, want vrijheid vormde het centrale begrip in zijn levensbeschouwing. Hij was van mening dat schoolbezoek geheel op vrijwillige basis zou moeten geschieden. De overheid diende slechts de juiste voorwaarden te scheppen voor het volgen van onderwijs. Schoolverzuim zou bestreden kunnen worden door de ouders met rationele argumenten op hun morele plichten te wijzen. Dat vond hij beter dan gevangenissen bouwen voor de vaders die geen gevolg gaven aan de schoolplicht en die hun kinderen liever in de fabriek of op het land lieten werken.

'De Winkler Prins'

In 1860 werd hij door de Amsterdamse uitgever Brinkman gevraagd om hoofdredacteur te worden van een geïllustreerde encyclopedie. Tien jaar werkte hij er aan en in 1870 was het zover: het eerste deel van de Winkler Prins encyclopedie rolde van de pers. Twaalf jaar later verscheen het 16de en laatste deel. Na zijn emeritaat werd Winkler Prins gevraagd om de encyclopedie te herzien en uit te breiden. Winkler Prins bleef tot op hoge leeftijd uiterst energiek en vitaal. Hij was 78 jaar toen hij met een van zijn vier zoons over het Kagermeer van Lisse naar Leiden schaatste en terug. Op zijn tachtigste preekte hij weer eens in Veendam en op Schiermonnikoog. Voor de Delftse Courant schreef hij nog 150 hoofdartikelen. In totaal zou hij in zijn leven 39.000 velletjes A4 hebben volgeschreven.

Aanwezig

In Veendam wordt Winkler Prins nog steeds geëerd. De Rijksscholengemeenschap is naar hem vernoemd en in het Veenkoloniaal Museum vindt u een Winkler Prins kabinet met een collectie over zijn leven en werk. Daarnaast staat een standbeeld van Winkler Prins op het museumplein. Voor zijn voormalige pastorie staat een gedenkteken. In de slijterij zijn alcoholica naar hem vernoemd en ook is in Veendam Winkler Prinskoek te koop. Verder is er de Winkler Prins winkelpassage en organiseert de Lions Club ieder jaar een Winkler Prinsdictee. Zo wordt een prominent figuur uit onze samenleving naar waarde geschat.