1815-1914

Ongelijkheid in het Oldambt

De Groningse klei was van oudsher vruchtbaar, veel vruchtbaarder dan de zand- of veengebieden elders in de provincie. Boeren in kleigebieden hadden na een oogst gewoonlijk graan over voor de verkoop. Een kleiboer in het Oldambt was dus veel rijker dan een keuterboertje uit Westerwolde of de Veenkoloniën. Maar in het Oldambt waren de tegenstellingen tussen de arbeidersklasse en boeren ook groter dan op bijvoorbeeld het Hoogeland.

Ongelijkheid in het Oldambt

Graanveld in het Oldambt - foto: XPeria2day via Flickr

Wat was het geheim achter de welvaart van de Oldambster boeren? Tot aan het einde van de 18e eeuw hielden de meeste boeren vee in deze regio. Toen kwam de runderpest (1766-1773), waardoor de veestapel grotendeels werd uitgeroeid en de aanschaf van nieuw vee was een enorme investering. Graan zaaien was stukken goedkoper. Met de overstap van veeteelt naar landbouw braken er voor de Oldambster boeren gouden tijden aan. De graanprijs in de Franse tijd steeg tot astronomische hoogte. Recht van opstrek op de op het Dollard gewonnen land, maakte het toch al goedkope land (lage pachtprijzen die soms wel tientallen jaren lang niet werden aangepast) nog goedkoper. Bovendien was door bevolkingsaanwas arbeid in de 19e eeuw goedkoop. 

Champagnejaren

Maar misschien wel de belangrijkste reden was dat weinigen veel bezaten, dat in het Oldambt bij het erven het bezit toekwam aan de oudste zoon. Verder werd de boerenstand hier gegrepen door het liberalisme: men las massaal het boekje van Paine. Hieruit wijs geworden, veredelden ze hun graan en haalden ze de ene rijke oogst na de andere binnen. Zo waren de door de runderpest berooide boertjes binnen enkele generaties herenboeren geworden. En de champagnejaren moesten toen nog komen.

Rode driehoek

De keerzijde was dat de grote arbeiderklasse veelal alleen in de zomer werk had. Voor hen was het leven zwaarder. Al heb ik ouderen ook wel horen beweren, dat een keuterboer in Westerwolde het armer had dan een boerenarbeider in het Oldambt. Er was veel beroering rond de armoede van de arbeiders. Socialisme, anarchisme en ook het communisme hadden traditioneel veel aanhangers in de gebieden rond Beerta, Finsterwolde en Nieuweschans. De dorpen werden later bekend als ‘de rode driehoek’. Domela Nieuwenhuis, J.P.Hommes maar ook boeren als D.R.Mansholt en B. L. Tijdens lieten in het Oldambt van de 19e eeuw hun ideologische sporen na. Zo gek is het dus niet dat de NCPN als een soort rudiment uit vervlogen tijden soms nog meer dan 30% van de stemmen haalde bij verkiezingen aan het einde van de 20e eeuw.

<p>Graanveld in het Oldambt - foto: XPeria2day via Flickr</p>

Graanveld in het Oldambt - foto: XPeria2day via Flickr