1648-1815

Stratingh plaveide weg voor Nobelprijswinnaar Feringa

Op 10 december 2016 ontving Ben Feringa (1951) de Nobelprijs voor Scheikunde voor de ontwikkeling van moleculaire machines. ‘Net als de wereld versteld stond van de eerste elektromotoren en stoommachines, hebben moleculaire machines het potentieel om in de 21ste eeuw een explosieve ontwikkeling door te maken.’ aldus het Nobelcomité van 2016. De ontdekking van Feringa werd vergeleken met de ontdekking van de eerste elektromotoren en stoommachines begin negentiende eeuw. Eén van de pioniers op dit gebied destijds was de Groninger hoogleraar Sibrandus Stratingh (1785-1841).

Stratingh plaveide weg voor Nobelprijswinnaar Feringa

Sibrandus Strating, prent 1833, www.beeldbankgroningen.nl [1536_4373]

Zoektocht naar voortbeweging

De ‘moleculaire motor’ van Feringa, een door licht voortgedreven ronddraaiende molecuul, is de kleinste machine ter wereld en is duizend keer dunner dan een menselijke haar. De nanocar heeft nog geen praktische toepassing, maar vormt een belofte voor technologie en geneeskunde in de toekomst. De nanocar van Feringa is maar vier nanometer groot, oftewel een vier miljoenste millimeter. Het kan dus voortbeweging realiseren op hele kleine schaal. Bij toepassing ervan wordt bijvoorbeeld gedacht aan het vervoer van medicijnen naar menselijke cellen ter bestrijding van ziekten. Ultraviolet licht is de brandstof waarop de nanocar voortbeweegt. Bijna tweehonderd jaar vóór de nanocar het licht zag, experimenteerde hoogleraar Sibrand Stratingh met voortbeweging en voertuigen.

Sibrand Stratingh veelbelovend kind

Stratingh werd op 9 april 1785 geboren in Adorp. Op jonge leeftijd werd Sibrand toevertrouwd aan zijn oom en apotheker Laurens Stratingh. Daardoor kwam hij te wonen aan de A-kerkhof in Groningen. Op achtjarige leeftijd werd Sibrand toegelaten tot de Latijnse school, waar hij als snel uitblonk en gold als één van de beste leerlingen. Toen hij veertien jaar oud was, begon hij zijn studie aan de Academie in Groningen, de latere Rijksuniversiteit. Met de studie artsenijbereidkunde bereidde hij zich in eerste instantie voor op een toekomst als apotheker. Maar zijn grote interesse voor wetenschappen als natuur- en scheikunde verleidde hem er toe ook colleges in andere disciplines te volgen.

Toepassing moderne wetenschappen

Tijdens zijn studie, groeide zijn liefde voor de natuurkunde. Samen met studievriend Theodorus van Swinderen (1785-1841) richtte hij de voorloper van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap op. Het streven van het Genootschap was om ‘jongelieden meer in aanraking te brengen met uitingen der natuurwetenschappen’. Bij lezingen werden dan ook veel demonstratieproeven uitgevoerd. Ook Sibrands studie verliep uitstekend. Hij behaalde ‘buitengewoon bekwaam’ zijn apothekersdiploma in 1808, en in 1809 volgde zijn doctorsgraad in de Geneeskunde. Hij bleef aan de Academie verbonden en in 1824 werd hij benoemd tot hoogleraar in de ‘Algemene en toegepaste scheikunde’ en de ‘farmaceutische scheikunde’. In 1827 werd hem eveneens het onderwijs in technologie toegewezen, omdat hij bekend stond als de man van de toepassing der moderne wetenschappen.

Rijden op stoom

Stratingh was zeer geïnteresseerd in het economische gebruik van nieuwe energievormen. Als uitvinder trok hij nationale en internationale belangstelling met nieuwe typen voertuigen. In 1834 zou het nog vier jaar duren voordat de eerste stoomtrein van Nederland tussen Amsterdam en Haarlem in gebruik werd genomen. Maar Stratingh was samen met instrumentenmaker Christopher Becker (1809-1890) aan het experimenteren geslagen met een stoommachine. Ze zochten naar een vervoersmiddel dat onafhankelijk van rails op gewone klinkerwegen zou kunnen rijden. In een wereld waarin voertuigen over het algemeen werden getrokken door paarden, moesten stoomwagens het belangrijkste vervoersmiddel op de gewone wegen worden volgens Stratingh. Ze waren minder kostbaar dan paarden en boden meer comfort.

Proefvaart stoomrijtuig

Zijn overtuigingen resulteerden in het ontwerp van een stoomrijtuig voor enkele personen. In maart 1834 was de verbazing groot toen het stoomrijtuig over de Grote Markt reed. In de Groninger Courant werd enthousiast verslag gedaan.

Heden 22 maart in den vroegen morgen is de eerste voorlopige proefvaart genomen met een door de Heeren Stratingh en Becker ondernomen en vervaardigd stoomrijtuig, hetwelk eenen tocht door de stad over hellende en dalende straten en over bogen heeft afgelegd’.

Stratingh en Becker toonden aan dat het voertuig niet werd gehinderd door oneffenheden en dat zelfs de hoge brug tussen Groningen en De Punt zonder speciale voorzorgsmaatregelen genomen kon worden.

Koninklijke belangstelling

De proefritten werden tot in koninklijke kringen opgemerkt. Nadat Koning Willem I erover gelezen had, droeg hij zijn minister op om onmiddellijk nadere gegevens te verzamelen. Daarop ontstond een levendige correspondentie over het stoomrijtuig. In september 1835 werden nog twee proefritten ondernomen door Stratingh en Becker. Dankzij enkele verbeteringen konden ze een rit van Groningen naar Assen ondernemen. Het Algemeen Handelsblad berichtte erover: ‘Deze proeftogten zijn met behoorlijk voortdurende meerdere of mindere snelheid van gewoon dravende paarden bewerkstelligd’. Koning Willem I was onder de indruk en schonk Becker in 1836 een aanmoedigingspremie van zeshonderd gulden. In 1837 bracht hij zelfs een bezoek aan Stratinghs laboratorium aan de Ossenmarkt.

Negentiende-eeuwse experimenten met elektrische krachten

Voor Stratingh is het stoomrijtuig slechts één facet van zijn wetenschappelijk werk geweest. Vanaf 1833 hield hij zich intensief bezig met electromagnetisme. De omzetting van natuurkracht ten behoeven van voortbeweging, was een onderwerp waar veel wetenschappers zich mee bezig hielden begin negentiende eeuw. Het was de Britse natuur- en scheikundige Michael Faraday (1791-1867) die ontdekte hoe elektrische energie van een accu kon worden omgezet in bewegingsenergie. De Pruis Moritz Jacobi (1801-1874) vond een manier waarmee elektromagnetische beweegkracht een gedurige draaiing kon realiseren. Een artikel hierover in de Algemene Konst- en Letterbode op 26 mei 1835 inspireerde Sibrand Stratingh tot het experimenteren met deze beweegkracht.

Electromagnetisch wagentje

Op basis van de ideeën van Jacobi, zocht hij naar een goedwerkende roterende elektromotor met een draaiende anker. Samen met Becker construeerde hij een electromagnetisch wagentje waarvan hij een schaalmodel liet maken. Het schaalmodel kon hij 15 tot 20 minuten rond laten rijden. Stratingh liet weten dat het ‘met genoegzamen gelijke snelheid’ rond kon rijden en ‘al met half gewicht’ bezwaard kon worden. Stratingh en Becker hadden waarschijnlijk de bedoeling het voertuig in bruikbare uitvoering te laten uitvoeren, maar de opkomst van de verbrandingsmotor stootte de elektrische auto in de vergetelheid. Een later, groter modelwagentje van het elektrische voertuigje is bewaard gebleven en in bezit van het Universiteitsmuseum.

Levenswerk

Na de vele experimenten met voertuigen, voegde Stratingh er nog één bijzonder exemplaar aan toe. In de Konst- en Letterbode van september 1840 las hij over het gebruik van de ‘schroef van Archimedes’ bij schepen. Het inspireerde hem tot het experimenteren met ontwerpen voor elektrische schepen, aangedreven door een archimedesschroef. Met een modelscheepje deed Stratingh volgens de overlevering een proeftochtje rond zijn buitenverblijf in Paddepoel. Het werd één van zijn laatste projecten. In 1841 stierf Stratingh plotseling. Vooral op het gebied van de toepassing van het electromagnetisme was hij één van de belangrijke voorlopers. Stoommachines, elektromachines en nanocars, zowel Stratingh als Feringa staat in de traditie van onderzoek naar voortbeweging en de toepassing er van. Feringa toont bij zijn lezingen dan ook graag het karretje van Stratingh.

<p>Prent met ter nagedachtenis Sibrandus Stratingh, 1841, prent L. Bendix, www.beeldbankgroningen.nl [1536_2989]</p>

Prent met ter nagedachtenis Sibrandus Stratingh, 1841, prent L. Bendix, www.beeldbankgroningen.nl [1536_2989]