Macht & Pracht

Zilver op de Menkemaborg – glans uit Groningen?

Eén van de mooiste stukken zilver in de Menkemaborg is het grote ovalen dienblad in de voorkamer, de damessalon. Het heeft een fraaie opengezaagde rand met bladmotieven en in het midden is goed zichtbaar het alliantiewapen van Alberda – Bentinck. Door dit alliantiewapen en de zilverkeuren weten we, dat dit dienblad indertijd is aangeschaft door Unico Allard Alberda en zijn vrouw Christina Bentinck van den Brieller. Het is vervaardigd door Diederik Willem Rethmeyer in Amsterdam in 1789.

Zilver op de Menkemaborg – glans uit Groningen?

Een zilveren theeservies op de Menkemaborg. - Foto: Otto Kalkhoven

Unico Allard is de achterkleinzoon van Mello Alberda, die in 1682 de Menkemaborg heeft gekocht van Johan Clant. Unico Allard is geboren in 1726 en trouwt in 1762 met Christina Bentinck van den Brieller.
Een deel van het nu aanwezige zilver in de Menkemaborg is aangekocht door Unico en zijn vrouw Christina. Opvallend genoeg blijken ze regelmatig bij de firma Bonebakker en Bennewitz in Amsterdam te kopen, waar ook de zilversmeden Bentveld, Rethmeyer en Stellingwerf voor werken. Ze bestellen echter ook zilver bij andere zilversmeden, hun eerste gezamenlijke zilveraankoop is een theepotje op een blaadje en twee kannetjes, allen met een ebbenhouten handvat. Deze zijn gemaakt in den Haag door Martinus van Stapele in 1762 en 1763 in de Lodewijk de XV-stijl of rococo.

Maar ook na het overlijden van Unico Allard in 1790, schaft Christina nog zilver aan en laat dit voorzien van hun alliantiewapen. Het laatste wat ze heeft besteld is een theepotje, uitgevoerd in de klassieke empirestijl, gemaakt in 1815 door de Amsterdamse zilversmid Jacob Hendrik Stellingwerf. Christina Bentinck overlijdt in hetzelfde jaar.

Een zilveren dienblad uit de Menkemaborg. - Foto: John Stoel
Een zilveren dienblad uit de Menkemaborg. - Foto: John Stoel

Opvallend is, dat de zoon van Unico Allard en Christina, Gerhard, na zijn huwelijk in 1789 met Elisabeth Anna de Hertoghe van Feringa, eveneens diverse zilveren voorwerpen aanschaft bij Bonebakker en Bennewitz in Amsterdam. Het echtpaar laat ook hun zilver voorzien van hun alliantiewapen. Zo zijn er diverse dienblaadjes en koektrommels van dit echtpaar uit het begin van de 19de eeuw in de borg aanwezig.

En ook Gerhard bestelt na het overlijden van zijn vrouw, Elisabeth Anna in 1810, nog zilver, dat hij van hun alliantiewapen laat voorzien. Op zijn beurt gaat de zoon van Gerhard en Elisabeth Anna, Unico Allard, eveneens met zijn echtgenote Josina Petronella Polman Gruys, winkelen in Amsterdam bij de firma Bennewitz en Bonebakker. Van hen is een theebusje bewaard gebleven, eveneens te zien in de damessalon (Bentveld 1838).

Groninger zilver

Kochten de Alberda’s dan niet in Groningen?

In de inventaris opgemaakt in 1751 na het overlijden van Everdina Cornera van Beruma, de weduwe van Unico Allard Alberda, zijn twee pagina’s gevuld met een lijst van 35 zilveren voorwerpen, waarvan het merendeel gemaakt is in Groningen. Slechts vier keer heeft een zilver voorwerp de vermelding ‘Hollands zilver’ en twee keer ‘Duits zilver’.
Wat van deze inventaris over is, weten we niet, want de beschrijvingen zijn te summier om een voorwerp te herkennen. Er wordt gesproken van onder andere:

1Zulveren Beeker,
1 Koffipot
1 Zulv. Koffipot met het Lampje
1 Zulv. Schenk Ketel en d Setter
2 Zulv. Kandelaars
...

Tegenwoordig is er op de Menkemaborg nauwelijks zilver aanwezig uit de eerste helft van de 18de eeuw. Maar dat de familie Alberda zeker ook opdrachten gegeven heeft aan Groninger zilversmeden, blijkt uit de houten stoof in de Grote Zaal. Deze houten stoof heeft in de bovenzijde het wapen Alberda uitgesneden en is voorzien is van een zilveren hengsel gemaakt door Hendrik Willem van Giffen uit Groningen in 1811. Hendrik Willem van Giffen is telg uit een bekende goud- en zilversmedendynastie Van Giffen. Zijn oom Lucas van Giffen heeft de bouilloire (waterketel) op komfoor gemaakt welke op dit moment staat opgesteld in het Groninger museum als onderdeel van ‘de zilverberg’. Deze bouilloire was vervaardigd voor de familie Lewe van Nijenstein, de erfgenamen van de Menkemaborg.

Zilveren schaaltje uit een particuliere collectie, met het alliantiewapen Alberda-Bentinck. - Foto: Menkemaborg
Zilveren schaaltje uit een particuliere collectie, met het alliantiewapen Alberda-Bentinck. - Foto: Menkemaborg

Particulier bezit

Nog even terug naar het echtpaar Alberda-Bentinck.
Onlangs werd de Menkemaborg benaderd door een particulier die vertelde een zilveren presenteerblaadje met het alliantiewapen Alberda-Bentinck in zijn bezit te hebben. Het bleek een fraai ovalen schaaltje te zijn met een open gewerkte rand en in 1809 vervaardigd door Theodorus Gerardus Bentveld, werkzaam voor de al genoemde de firma Bonebakker en Bennewitz. In de familie van de schenker werd het schaaltje een ‘visitekaartjeshouder’ genoemd. Mogelijk deed het later dienst om er een visitekaartje van een gast in neer te leggen en zal het op de haltafel bij de voordeur hebben gestaan.

Maar volgens een zilverdeskundige betreft het een ‘snuiterbakje’! Op een dergelijk schaaltje werd een snuiter neergelegd, een soort schaar waarmee men de brandende lont van een kaars kon bijknippen. Op de Menkemaborg zijn echter geen zilveren snuiters aanwezig, wel koperen exemplaren.
Christina Bentinck was al weduwe toen ze dit schaaltje heeft aangeschaft en laten voorzien van het alliantiewapen. Het schaaltje werd na haar door haar zoon Gerhard Alberda geërfd. Zijn derde dochter, Anna Habina, heeft op haar beurt dit schaaltje geërfd. Anna Habina huwde in 1818 met Hemmo Heylico Nauta. De dochter uit dit huwelijk kwam daarna in het bezit van het schaaltje en via verschillende generaties en familieleden is het uiteindelijk in het bezit gekomen van de huidige eigenaar.

In 2016 is het schaaltje vanwege de tentoonstelling ‘Glans uit Groningen’ over de zilveren voorwerpen in de borg aan de Menkemaborg in bruikleen gegeven. Het toont overigens ook aan, dat er mogelijk nog meer zilveren voorwerpen van de familie Alberda in particuliere collecties aanwezig zijn.
Spannend!

Een zilveren theeservies met porseleinen kopjes op de Menkemaborg. - Foto: Otto Kalkhoven
Een zilveren theeservies met porseleinen kopjes op de Menkemaborg. - Foto: Otto Kalkhoven

Collectie Groningen: vreemde voorwerpen op de Menkemaborg

Het goud en zilver, het staatsiebed, de rijk gebeeldhouwde schouwen, de sierraden en de schilderijen: ze zijn allemaal even bijzonder en vertellen ons iets over de welstand van de vroegere bewoners van de Menkemaborg. Maar zeker zo bijzonder zijn de gewone, alledaagse gebruiksvoorwerpen. Die óók een verhaal vertellen. Een verhaal dat vaak bijna vergeten is. Want wie kent nog de ‘snotneus’? Dat is een koperen olielamp waarbij, als hij brandt, olie uit de tuit drupt. Drup na drup na drup. Die olie wordt opgevangen in een gootje onder de tuit en loopt terug in het reservoir. Verlichting en verwarming zijn in de achttiende eeuw sowieso totaal verschillend dan nu. Licht en warmte kreeg je onder andere met een kaarsendoos, tondel, doofpot, komfoor en vuurstolp. In de keuken van de Menkemaborg staat naast de haard een vuurstolp die ’s nachts over het smeulende vuur werd gezet om de haard niet helemaal uit te laten gaan. De stolp is gemaakt van Fries aardewerk en beschilderd met tulpen en het jaartal 1735. Het is daarmee de oudst gedateerde vuurstolp in Nederland. In aardewerk en steengoed werd eeuwenlang voedsel en drank bewaard en van A naar B gebracht. Zo werden aardbeien vervoerd in lage rechthoekige bruin geglazuurde aardewerken kopjes. Er moeten onnoemelijk veel van dergelijke bakjes gemaakt zijn, maar er zijn er maar een paar van bewaard gebleven. In de voorraadkast in de kelder staat zo'n aardbeikopje. Een bijzonder object is het ‘evenveeltje’, een koperen pan waarin koekjes in allerlei vormen werden gebakken. Maar welke vorm het koekje ook kreeg: voor elk koekje was evenveel beslag nodig. Een intrigerend voorwerp is verder een koperen buis waarin een houten staaf zit. In de voetrand zitten gaten en vanuit de voet steekt een lange smalle tuit schuin omhoog. Het is een ‘glazenspuit’. Door het in een emmer water te plaatsen en de houten staaf heen en weer te halen, kon er via de tuit water op de ramen worden gespoten.