Groninger kerken

500-1300

In het Noorden huisde de duivel: het verhaal achter de noormannenpoortjes

De kerk van Marsum is een van de best bewaarde voorbeelden van romaanse bouwkunst in Groningen. De kerk is waarschijnlijk gebouwd in de 12de eeuw, de kap werd in de 13de eeuw vervangen. In de zijbeuken zit een opvallend element: een laag, dichtgemetseld poortje. De poortjes zijn zo’n 1.5 meter hoog en bevindt zich aan de noordzijde van de kerk. Zulke dichtgemetselde poortjes zijn een verschijnsel dat in veel kerken in het Noorden voorkomt. Waar werd dit poortje voor gebruikt? En waarom is het ooit dichtgemetseld?

In het Noorden huisde de duivel: het verhaal achter de noormannenpoortjes

Het noormannenpoortje in de kerk van Marsum. - Foto: Stichting Oude Groninger Kerken

Er is al veel over de herkomst en betekenis van deze poortjes gespeculeerd, die ook wel noormannenpoortjes worden genoemd. In volksverhalen wordt verteld dat de poortjes zijn aangebracht door Vikingen die deze streek bezetten. De kerkgangers zouden bij het uitgaan van de mis zo worden gedwongen te bukken en zo te buigen naar het noorden. Opstandige kerkgangers zouden de kerk achterstevoren hebben verlaten, zodat ze met hun achterwerk naar het noorden wezen als belediging. Toen de overheersers zagen dat er misbruik van werd gemaakt, metselden ze het poortje weer dicht.

Een ander verhaal is dat de poortjes zo laag werden gemaakt om de heidense Noormannen bij betreding van de kerk te laten buigen voor het altaar. Deze verklaringen lijken op onzin te berusten. Zo zijn de kerken pas eeuwen na de laatste Noormanneninvasie in de 11e eeuw gebouwd.

Het duivelse noorden

Waarschijnlijker is dat de noordelijke deur zijn oorsprong vindt in de manier waarop de mis werd gevierd. De meeste kerken hadden oorspronkelijk twee deuren, een gebruik dat mogelijk uit het Angelsaksische gebied is overgewaaid. Men kwam via de koude noordkant de kerk binnen. Bij het uitgaan kwam men dan na de mis bij de zonnige zuidzijde weer naar buiten, wat een gevoel van verlichting teweeg moet hebben gebracht. Een slim psychologisch trucje om de loutering van de mis extra kracht bij te geven.

Het noorden werd aangewezen als plaats waar de duivel zou huizen. Zo werden misdadigers aan de noordkant begraven.

De noord- en zuidzijde speelden in het kerkelijke leven een grote rol. Ook was de noordzijde wel de kant van de duivel. Het noorden werd aangewezen als plaats waar de duivel zou huizen. Zo werden misdadigers aan de noordkant begraven. Bij de doop zou het kind door de noordzijde naar binnen zijn gebracht, om gezuiverd van zonden na de doop, aan de zuidzijde weer naar buiten te komen. Dit is ook de reden waarom het doopvont aan de noordzijde stond opgesteld. Ook zou de deur wel gebruikt zijn om doden door naar buiten te dragen.

Vrouwendeur

Een andere verklaring is dat de kerk oorspronkelijk een mannen- en vrouweningang had. De deur aan de noordzijde was dan voor de vrouwen bedoeld. Dat de vrouwen door de ‘duivelse kant’ van de kerk naar binnen moesten, zou dan verwijzen naar de erfzonde van Eva. Door de vrouw was de zonde immers de wereld in gekomen, zo geloofde men. Ook het Maria-altaar bevond zich vaak aan de noordzijde. Oorspronkelijk zaten mannen en vrouwen tijdens de dienst ook gescheiden, een oudchristelijk/joodse traditie die in katholieke kerken tot in de jaren zestig is gehandhaafd. In protestantse kerken raakte deze toestand echter in onbruik en werd vaak één van de beide deuren, meestal de noordelijke, dichtgemetseld. Dit gebeurde ook wel eens andersom uit praktische overwegingen, als het kerkhof aan de noordzijde grensde.

Dat de deuren zo laag zijn, komt waarschijnlijk omdat het kerkhof in de loop der jaren door begrafenissen is opgehoogd. Dat er aan de zuidzijde vaak ook een lager deurtje is dichtgemetseld, ondersteunt de these dat de deuren op een gegeven moment gewoon te laag werden om te gebruiken, door de ophoging van de grond. De kerk kreeg dan meestal een nieuwe, hogere deur aan de zuidzijde.

Hagioscoop

Bij veel oude romaanse kerken zijn er in de buitenmuur lage kleine vensters gemaakt. Ook Marsum heeft dergelijke raampjes. Soms is het een enkel raam, maar ook zijn er vaak meerdere naast elkaar geplaatst. Ook van deze vensters is de betekenis niet geheel duidelijk. Meestal worden deze vensters aangeduid als hagioscopen, bedoeld om hierdoor de mis en de offerhandeling te kunnen volgen door mensen die niet in de kerk mochten zijn. Het ging dan niet om geëxcommuniceerden, want die mochten ook niet op het kerkhof komen, maar om personen die om andere redenen de kerk niet in mochten, zoals leprozen. De hagioscoop wordt daarom ook wel leprozenvenster genoemd. De ophoging van de aarde zou een verklaring zijn waarom de vensters nu zo laag zitten.

Anderen menen dat de hagioscoop bedoeld was als sacramentsnis. Aan de binnenkant van de kerk zou dan een nisje met een deur hebben gezeten. Van de buiten kant kon men zo ook de reliek zien.

De noordoostzijde van de kerk van Marsum. - Foto: Denise2812 via Wikimedia Commons
De noordoostzijde van de kerk van Marsum. - Foto: Denise2812 via Wikimedia Commons