Van Adorp tot Zuurdijk

1300-1648

Verbrande heksen te Westerwolde

Tussen Wedde en Wessinghuizen ligt een met bomen begroeid heuveltje, met de opmerkelijke naam Geeselberg. Op beschuldiging van hekserij werden hier aan het einde van de zestiende eeuw meer dan 20 personen gemarteld en daarna levend verbrand. Tegenwoordig houdt een gedenksteen de herinnering hieraan levend.

Verbrande heksen te Westerwolde
De Geeselberg, tussen Wedde en Wessinghuizen, was vroeger een plek van terechtstellingen en heksenverbrandingen.

De naam ‘Geeselberg’ of ‘Gieselbaarg’ wijst er al op dat op de heuvel bij Wessinghuizen (Vlagtwedde) meer gruwelijks is gebeurd. Op deze plek heeft eeuwenlang een galg gestaan. Het verhaal gaat zelfs nog dat een boer het eikenhout daarvan terugvond en dit als deurposten gebruikte. Galgen waren echter in de zestiende eeuw niet zeldzaam. Wat de plek bijzonder maakt zijn de heksenverbrandingen in de periode tussen 1587 en 1597.

De drost die huisde in de Wedderborg hield nauwkeurig bij wie op de brandstapel het leven liet. Dankzij hem valt nog te achterhalen wat er is voorgevallen.

Begin mei 1587 begonnen de heksenvervolgingen. Drie vrouwen werden beschuldigd van hekserij. Zij ondergingen op 9 mei de waterproef en bleven waarschijnlijk drijven. In elk geval werden ze vervolgens twee dagen lang gemarteld door de beul van Farmsum. Daarna werden zij op 13 mei verbrand op de Geeselberg. Dat gebeurde in het openbaar, dus waarschijnlijk kwam er veel publiek naar de voorstelling. Hierbij waren enkele notabelen en geestelijken aanwezig die allemaal een onkostenvergoeding ontvingen. Ook de beul werd goed betaald voor zijn werk. De drost hield verder bij wat de richters en de beul aten en dronken. De nabestaanden van de veroordeelden draaiden voor al deze kosten op. Daarnaast moesten alle dorpsbewoners voor elke terechtgestelde persoon één turf afstaan.

Waterproef

De eerste heksenverbranding werd snel door een tweede gevolgd. Vier personen lieten deze keer, nog geen twee maanden later, het leven. Eén vrouw kwam er beter af. Na de waterproef en de martelingen hoefde zij slechts een boete te betalen. Twee jaar later was het helemaal goed raak. Tussen 11 en 27 september 1589 laaide het vuur maar liefst vier keer hoog op. Twaalf personen vonden de dood. Eén beschuldigde werd na de waterproef vrijgelaten. Anders dan de vorige keer waren er nu ook twee mannen bij. Een tweede verschil was dat er nu geen beul uit Farmsum maar uit de stad Groningen werd gehaald. 

Hierna leken de heksenvervolgingen voorbij, maar acht jaar later kleurden de vlammen de hemel nog één keer rood. In 1596 werd het kind van de dominee van Blijham ziek en overleed. Kort daarop werd de ongeveer 80-jarige weduwe Alke Engels beschuldigd. Zij zou het kind een betoverde appel hebben gegeven. Een pijnlijk verhoor in de kerker van de Wedderborg zorgde dat ze alle beschuldigingen bekende. Zo verklaarde ze lid te zijn van een heksengenootschap. Ook had ze omgang met de duivel. Alke werd verbrand, samen met twee andere heksen.

Smartengeld

Hemcke Aaldriks kwam er beter af. Zij bekende na te zijn gemarteld dat ze Alke de vergiftigde appel had geleverd. Ook zij zou een heks zijn. Waar drie anderen werden verbrand, kreeg Hemcke slechts een hoge geldboete van 600 daalders opgelegd. Daarvan moest ze een fors deel direct betalen, de rest mocht later. Eenmaal thuis herriep ze haar bekentenis. Bovendien klaagde haar man de drost aan bij de hoofdmannenkamer en eiste smartengeld. De hoofdmannen schoven de zaak echter door naar drie rechtskundigen en deze… stelden de drost in het gelijk.

Na 1613 werden er in Nederland geen heksen meer verbrand. Wel vonden er op de Geeselberg nog terechtstellingen plaats. Vanaf 1795 mochten de ter dood gebrachten niet meer ten toon worden gesteld. Daarmee veranderde ook het aanzien van de executieplaats. De laatste openbare terechtstelling in de provincie Groningen vond plaats in 1851, op de Grote Markt in de stad.

Vandaag de dag is de Geeselberg nog duidelijk herkenbaar in het landschap. Tussen Wedde en Wessinghuizen is het heuveltje tegenwoordig begroeid met bomen. Dat was toen er nog terechtstellingen plaatsvonden nog niet het geval. De lijken moesten immers als afschrikking dienen en dus goed zichtbaar zijn. Bij archeologisch onderzoek werd in 2008 nog een verbrand stukje schedel gevonden. Hoogstwaarschijnlijk van een van de verbrande ‘heksen’.