Levend erfgoed

1945-heden

‘Poffert, dat maak je gewoon zonder recept'

Willy Bleeker werd in 1932 geboren in Spijk. Later woonde ze ook in Holwierde en nu in Appingedam, in woonzorgcentrum Damsterheerd. In het kader van de vrijwilligersdag NLdoet op 20 maart 2015 organiseerde Damsterheerd een middag rondom koken, bakken en eten. Mevrouw Bleeker vertelt over hoe er vroeger thuis gekookt werd.

De moeder van Willy Bleeker sterft jong, ze is pas 40. Willy is de achtste van negen kinderen. In 1944 hertrouwt vader met een wijkverpleegster die oorspronkelijk uit Gelderland, uit Winterswijk komt. Er komen nog vier kinderen bij. Drie boers en een zus emigreren naar Canada en naar Amerika. Later wonen ze allemaal in Montana, bij elkaar in de buurt. In Amerika betekent dit dat je maar één dag hoeft te rijden als je elkaar wilt bezoeken. Ja, ze heeft ze allemaal wel bezocht, al vier keer. "Maar nu wil ik er niet meer heen, het is zo’n rotzooi geworden daar."

Vanaf haar huwelijk kookt Willy elektrisch. "In Stad was ik voor mijn trouwen in huishoudelijke dienst, daar kookte ik met gas, dat was wel veel gemakkelijker."

Ze woont tot haar trouwen in Spijk en verhuist dan naar Holwierde. Haar man is houthandelaar en heeft hier een zaak. Het is een druk leven, de zaak die echt niet om klokslag vijf uur sluit; ze wonen er immers tegenover. Op zaterdag wordt er rondom het huis opgeruimd, de stoep schoon, de tuin aangeharkt en, later, de auto gewassen. Dan staan groentesoep en poffert op het menu.

Poffert. - Foto: Wikimedia Commons
Poffert. - Foto: Wikimedia Commons

Geen recept

Wanneer je de ingrediënten in de pan en de trommel hebt gedaan, hoef je er eigenlijk niet meer naar om te kijken, dat is erg gemakkelijk. "Van poffert heb ik eigenlijk nooit een recept gehad, dat maak je gewoon. In het begin deed ik dat in een pan met heet water, later in de oven. Je vet de pan in met boter, daarna bestrooi je de boter met paneermeel – de poffert moet er ook weer uit! Ik gebruikte zelfrijzend bakmeel, melk en water, allebei even grote delen, twee geklopte eieren en een beetje zout. Krenten of rozijnen? Nee hoor, die gebruikte ik niet. Als de poffert klaar was, aten we die met roomboter en bruine suiker."

Andere maaltijden? "Haite bliksem mit zuite kroon (Zoete Kroon, een appelsoort), aardappels, peertjes: Gieser Wildeman! En rollade." Of ze ook mollebonen kent, en eierballen? "Jawel, mollebonen van op de kachel, maar die sprongen er altijd zo snel vanaf! Een eierbal heb ik wel eens gezien in de automaat, maar gegeten? Nee, dat nooit." Ook boekweitgrutten heeft ze nooit gegeten, maar gört wel: "Dat heurt in mous."

En klont? ‘Klont heb ik nooit gemaakt. Dat deed mijn moeder ook niet.'