Levend erfgoed

1914-heden

Bakkersdochter in Weiwerd

Maria Nieboer-Haan werd in de jaren dertig geboren in Weiwerd. Nu woont ze in woonzorgcentrum Damsterheerd in Appingedam. In het kader van de vrijwilligersdag NLdoet op 20 maart 2015 organiseerde Damsterheerd een middag rondom koken, bakken en eten. Mevrouw Nieboer vertelt over haar jeugd als bakkersdochter.

Bakkersdochter in Weiwerd
Bakker M.Haan, de vader van Maria, met een enorm krentebrood van twee meter lang. - Foto: www.oosterhoek.com

Maria Frouka Nieboer-Haan was bakkersdochter in Weiwerd. Haar vader bakte, haar moeder en haar oudste zus bestierden het huishouden en de winkel en Maria en haar grote zus reden rond met de bakfiets om brood te bezorgen. “We bezorgden brood in Weiwerd, Heveskes en Farmsum. Mijn zus had langere benen, dus zij trapte. Ik hielp haar mee met de bezorgingen. De mensen waren altijd erg aardig. Als het slecht weer was, mochten we even binnenkomen. Moeder was soms wel bezorgd om ons, maar er gebeurde niets. We hadden nooit een lekke band. Daar lette vader wel op; die zorgde ervoor dat de bakfiets altijd tiptop in orde was.”

“Vader bakte bruinbrood, witbrood, krentenbollen en gebak. Het lekkerste vond ik sucadebrood. Dat heb ik altijd erg graag gegeten, en nog steeds. Hij maakte ook roggebrood, twee keer in de week. Het deeg was heel zwaar en moest met een flinke 'klap' in de vormen worden gegooid, zodat er geen lucht bij kwam. In het roggebrooddeeg verwerkte hij ook oud brood. Dat was niet echt oud, maar wel overgebleven.”

De oven werd gestookt op takkenbossen die de groothandel bracht. Ook het meel kwam van een groothandel. “Vader had een knecht, Harm Smit, die hem hielp met het brood en het gebak. Dat was een heel aardige jongen. Hij is later zelf ook bakker geworden, in Appingedam.”

Haar vader heeft de bakkerij moeten sluiten toen zijn gezondheid het werken niet langer toeliet. “Hij was astmatisch. Door het werken met het meel werd het jammer genoeg steeds erger.”

Mevrouw Nieboer kijkt met veel tevredenheid terug op haar jeugd. “We hebben zo'n mooie tijd gehad. Als de meisjes nu nog eens samen zijn, gaat het altijd over de bakkerij. En de mensen in Weiwerd waren altijd heel vriendelijk.”