Van Adorp tot Zuurdijk

1914-heden

Klont, koanesmeer, knorren en bonken

Appingedam, een vrijdagmiddag in woonzorgcentrum Damsterheerd. Er is arretjescake, poffert, klont en vruchtensap, er is levende muziek van Job oet Spiek. Het is bijna net zoals op andere vrijdagmiddagen ‘gewoon’ Heerdcafé, waar bewoners, als ze er zin in hebben, bij elkaar komen voor een praatje, een hapje en een drankje.

Klont, koanesmeer, knorren en bonken
Vers gekookte 'klont'. - Foto: Jos Rietveld

Vandaag, 20 maart 2015, staat in het teken van eten. In het kader van vrijwilligersdag NLdoet organiseert Damsterheerd een kookshow in de grote zaal. Er wordt besproken hoe het vroeger ging, hoe het moest en vooral: hoe het smaakte. Poffert en klont is er voor iedereen. Vandaag de poffertvariant met rozijnen, die veelvuldig wordt gepresenteerd.

Klont is rond

Jetty Hoogenberg werkt al jaren voor Damsterheerd: “Ik ga elke dag lachend naar mijn werk.” Ze kookt vandaag klont. Het recept is niet moeilijk. Het komt, zegt ze, ongeveer op het volgende neer:

“Gelijke delen bloem en boekweitmeel, gist aanroeren met wat lauwe melk. Deze massa in een katoenen zak met een elastiekje erom heen en anderhalf uur laten koken. In plakken snijden en opdienen met stroop.”

Mevrouw Schutter, een van de bewoonsters: "Ik heb klont zó nog nooit zain. Klont is rond en nait plat!" Eerder vertelde mevrouw vroeger vaak zelf klont te hebben gegeten. Die werd in een langwerpige katoenen zak gedaan; dan snij je, inderdaad, ronde plakken.

Koanesmeer

Henk Scholte van het Huis van de Groninger Cultuur loopt met een microfoon door de, zoals hij het noemt "gezellege boudel". Hij vraagt de bewoners naar hun dagindeling vroeger. Voor velen was dat om een uur of zes "Pankouke mit n kopke thee’, din geliek aan het waark, vaak ’s middags (rogge)brood mit koanesmeer en ’s avonds waarm."

De heer Schansema: "Koanesmeer, goud oetsmeerd, dat smoakt mie beter as botter. Vandoag de dag hemmen ze mond vol over cholesterol. Nou, ik bin van 1918, doar hevve doudestieds nooit van heurd."

Soep

Scholte, zelf afkomstig uit Oost-Groningen, merkt dat hier andere dingen gebruikt en gegeten worden dan waar hij vandaan komt. Soep wordt het niet getrokken van knorren en bonken. Mevrouw Bleeker vertelt hem dat zij soep maakte van mergpijp en soepvlees, een pakje soepgroenten, eigen peterselie uit de tuin en groenten als prei en wortel.

Poffertdoagen

Waar vrijwel iedereen het over eens is: vrijdag en zaterdag waren poffertdoagen. Poffert, aanvankelijk gemakkelijke kost omdat de vrouw des huizes echt niet thuis bij de kachel blijft. Het is in die tijd eerder regel dan uitzondering dat vrouwen, naast het huishouden en de zorg voor de kinderen, meewerken aan het karwei van hun man op het land. 

Ostfriesenthee

De heer Ter Haar (1933) komt uit het Duitse dorpje Ditzum en woont al vijftig jaar in Groningen. Hij kwam hier om werk en is gebleven. Hij drinkt nog steeds graag "Ostfriesenthee mit n klünntje an n droadje" (kandij). Erbij graag taart met slagroom, omdat de slagroom hier veel lekkerder is dan in Duitsland. Daar wordt die namelijk niet gezoet. Maar vandaag is de poffert ook goed.