Levend erfgoed

1945-heden

‘Eierballen. Zonder kerrie, zonder saus.’

Dik van den Berg werd in 1930 geboren in Farmsum. Later woonde hij ook in Delfzijl en in Appingedam, en nu in woonzorgcentrum Damsterheerd in Appingedam. In het kader van de vrijwilligersdag NLdoet op 20 maart 2015 organiseerde Damsterheerd een middag rondom koken, bakken en eten. Meneer van den Berg vertelt over hoe hij jarenlang een cafetaria heeft gehad, en over hoe hij altijd eierballen maakte.

 ‘Eierballen. Zonder kerrie, zonder saus.’
De eierbal, een typsich Groningse snack. - Foto: Erik009 via Wikimedia Commons

Dik van den Berg (1930) vindt het werk ‘op bureau’ van scheepvaartkantoor Gruno in Appingedam vooral interessant door de verhalen die hij hoort van de mannen als ze van zee komen. Dat wil hij ook! Als hij dit thuis ter sprake brengt, reageert zijn vader kort en krachtig: als Dik naar zee gaat, "Dan breek ik die de bainen!"

Daarom komt de zestienjarige - "Eerder kon ik toch geen monsterboekje krijgen" - een paar maanden later thuis met de mededeling dat hij ontslag heeft gekregen. Moeder legt zich hier natuurlijk niet bij neer en gaat volgende dag meteen naar Gruno, naar directeur. "Hou of dit kin, heur zeun, zo mor ontslagen?!" De directeur vertelt zijn verhaal: Dik is niet ontslagen, de jongeman heeft zelf ontslag ingediend.

Wat er daarna thuis besproken wordt, blijft onduidelijk zijn maar uiteindelijk vaart Dik 16 jaar met de koopvaardij. "Scandinavië, ja, dat was mooi. Schoon ook, het leek daar toen op Nederland. Azië, het hele oosten, was niet zo mijn smaak. Ierland – Nederland, stukgoed, dat waren mooie reisjes."

Ondertussen leert Dik zijn vrouw kennen en belooft haar, wanneer er een baby komt, ‘aan land’ te blijven.

Er komt een pand in de Wijkstraat vrij en Van den Berg maakt er een cafetaria van. "Het werd een leuke tijd, we deden het graag. Je ging met jonge mensen om, het was gezellig." In de weekeinden helpt ene heer Rasker. Die obert in het bargedeelte; een vergunning voor Verlof A (het schenken van alcoholische dranken) hoort inmiddels bij het pand. 

Rasker – "Ik noemde hem altijd zo, over een voornaam hebben we het eigenlijk nooit gehad" – werkt op weekse dagen voor een banketbakker in Stad. "Tja, de naam van die banketbakker..?" Rasker maakt de ragout voor de kroketten en, wat later, voor de eierballen. "Toen mensen hoorden dat dezelfde ragout van de kroketten werd gebruikt voor de eierballen, wilden ze die wel proberen. Mond-tot-mondreclame zorgde ervoor dat ik gemiddeld zo’n 50 eierballen per dag verkocht."

Over de kruiderij wil heer Van den Berg, als iedere rechtgeaarde eierballenbakker, weinig loslaten. Hij refereert aan zijn zeemanstijd waar hij ‘Aziatische kruiderij’ leerde kennen. "Ketumbar, kurkuma?" Zijn blik licht plotseling op: "Kerrie hoort niet in een eierbal en ik heb nooit gehad dat mensen saus bij een eierbal vroegen!"

Dat is duidelijke taal.