Borgen: kastelen van het hoge noorden

1815-1914

De dolle jonker van Nienoord

In het kader van Oktober Kindermaand is het verhaal van 'De dolle jonker' bewerkt tot een kinderversie. De burgemeesters gaan dit verhaal voorlezen op scholen in de provincie. 

De dolle jonker van Nienoord

Nienoord, eens de woonplaats van Folef Ferdinand, vandaag de dag. - Foto: Museum Nienoord

Meer dan honderd jaar geleden woonde er op Nienoord een wonderlijke man met een hele lange naam. Ik heb er op geoefend. Let op, daar komt ‘ie…: Ferdinand Folef II, baron von Inn-und Kniphausen. Een naam als een prins uit een sprookje. Maar de meeste mensen in Leek en Marum noemden hem gewoon ‘de jonker’. Of ‘meneer de burgemeester’. Want jonker Folef is ook nog een tijdje burgemeester van Leek en Marum geweest.

De meeste mensen mochten hem wel. Want het was een vrolijke man die van grapjes hield. ‘Leve de jonker!’ riepen ze daarom, als hij het café binnen liep. Dat hij wel eens dronken was en gekke dingen deed, ach, daar trokken ze zich in Leek en Marum niet zoveel van aan. Al waren er ook mensen die hun hoofd schudden en zeiden: “Vroug of loat word hai écht gek in de kop. Den kommen der brokken van. En den lagt der gainent meer.” En ze hadden gelijk. Want op een donkere, koude winteravond ging het helemaal mis...

De meeste mensen slapen al. En ook Jan, de knecht van jonker Folef, ligt nét lekker in bed. Er rinkelt een bel. Een naar, schel geluid. Jan weet wat dat betekent: direct bij de jonker komen. Zuchtend stapt hij vanuit zijn warme bed op de koude tegelvloer. Zo snel hij kan, trekt hij zijn kleren aan. Zachtjes in zichzelf mopperend loopt hij door de koude gangen van de borg naar de slaapkamer van de jonker. Die zit rechtop in zijn bed. “Ha, daar ben je, Jan!” roept hij. “Schenk mij maar eens in.” Hoofdschuddend loopt Jan naar het raam, waar een rond tafeltje staat met een halfvolle fles en een groot glas ernaast, precies zoals hij verwacht. Met tegenzin schenkt hij het grote glas vol. Dit wordt weer zo’n nacht…

De jonker drinkt het glas in één keer leeg. “Lekker Jan, doe me er nog maar één.” “Maar jonker....,” probeert Jan. “Gain gesoes Jan. En neem er zelf ook één, want we hebben een zware klus voor de boeg.” Met een boog zwaait de jonker zijn benen uit bed. “Kan die klus niet tot morgen wachten?,” vraagt Jan. Maar de jonker, die zijn glas uitsteekt om nog eens bijgeschonken te worden, schudt kort en beslist zijn hoofd. “Niks ervan”, zegt hij, terwijl hij met de mouw van zijn nachthemd zijn mond afveegt, “we gaan het vanavond nog doen. Ik ga me aankleden, en jij haalt een grote lantaarn en de schippershaak.”

<p>Veel kamers op Nienoord waren voorzien van muurschilderingen, die je nog altijd in de borg kunt bewonderen. - Foto: Museum Nienoord</p>

Veel kamers op Nienoord waren voorzien van muurschilderingen, die je nog altijd in de borg kunt bewonderen. - Foto: Museum Nienoord

Terwijl de jonker zich aankleedt, stommelt Jan in de keuken van de borg rond, op zoek naar een grote lantaarn. Hij vindt er één bij de ingang van de kelder. Daarna haalt hij, haastig en glibberend over het natte gras bij de gracht, de lange stok met de kromme ijzeren haak uit de roeiboot. Met de brandende lantaarn in de ene en de schippershaak in de andere hand loopt hij terug naar de borg, op zoek naar de jonker.

Hij vindt hem in de grote zaal. Vanuit de deuropening ziet Jan hoe de jonker in het halfdonker met grote stappen heen en weer loopt over het dikke rode vloerkleed; zijn ene hand in zijn zij en met de andere nadenkend tikkend tegen zijn kin. Plotseling draait de jonker zich om. Zijn ogen staan boos. “Zie je die daar, Jan?” Met trillende vinger wijst hij naar de schilderijen achter zich. In het halfdonker ziet Jan de bleke gezichten van de opa’s, de overgrootvaders en de betovergrootvaders neerkijken op jonker Folef en op hemzelf.
“Dat…,” de jonker wijst nu naar een portret van een magere man met een bruine pruik, “dat was een grote deugniet, Jan. Een boef. Scheur hem er maar af!” Jan stapt aarzelend naar voren. De lange stok met de ijzeren haak sleept achter hem aan over het tapijt. “Maar jonker….”, begint hij voorzichtig. De jonker draait zich op zijn hakken om. Met een paar stappen is hij vlak bij zijn knecht. Hij buigt zich naar voren. “Durf je niet Jan? Durf je niet? Ben je bang voor die ouwe deugniet?” sist hij. Jan slikt. Hij voelt hoe de jonker met korte, boze rukken aan de stok begint te trekken. “Durf je niet?” Jan laat de stok los. De jonker wankelt achteruit, maar valt niet om. Wiebelend op zijn benen, de schippershaak hoog boven zijn hoofd getild, loopt hij naar de portretten die zwijgend aan de muur hangen. “Ja, lach maar jij, met je lelijke kop!” brult hij, terwijl hij met de schippershaak in de richting van de man met de bruine pruik zwaait. Jan hoort hoe de haak met een doffe bons afketst op het strakke doek van het schilderij. De jonker haalt een tweede keer uit en nu scheurt de kromme haak met een droog geluid door het gezicht met de bruine pruik. Met twee, drie halen is het schilderij aan flarden. De jonker juicht. En met een “Pak aan, smiesterd,” stort hij zich op het portret dat er naast hangt.

Jan kijkt naar de schilderijen die in rijen aan de muur hangen. Portretten van opa’s en oma’s, overgrootvaders en overgrootmoeders, betovergrootvaders en betovergrootmoeders die hun best gedaan hebben om Nienoord mooi te maken. Om het geld te verdienen waar jonker Folef nu van leeft. En terwijl de razende jonker een derde portret in repen scheurt met de schippershaak, denkt Jan aan de schilder die misschien wel maanden aan datzelfde portret gewerkt heeft. En dan wordt hij boos. Jonker Folef II, baron von Inn- und Kniphausen, burgemeester van Leek en Marum, mag dan wel zijn baas zijn, maar dit is gekkenwerk. En hij gaat niet staan toekijken hoe die dolle jonker hier de boel vernielt. Met grote passen stapt hij naar voren. “Jonker, dit gaat veel te ruig. Laat mij maar even. Gaat u maar slapen. Ik snijd intussen die deugnieten netjes uit hun lijst en berg ze veilig op. Geef mij die stok maar. Ja, geef maar hier…”
Hij lijkt wel een vader die een boze kleuter toespreekt. Maar het werkt. Want tot zijn verbazing laat de jonker de stok los. Met een verhit gezicht en wilde ogen kijkt hij even naar Jan. Daarna wijst hij met een brede zwaai van zijn arm langs de muur met portretten. “Haal ze er allemaal maar af, Jan. Alleen…,” met half dichtgeknepen ogen keek de jonker zoekend rond, “ja… díe. Die moet je laten hangen, Jan. Dat is Anna van Ewsum. Lieve vrouw. Best mens. Die mag blijven.”

Tegen de tijd dat de jonker en zijn knecht bij het wiegende licht van de lantaarn de zaal verlaten, hangt alleen Anna van Ewsum nog aan de muur. Op de drempel keert de jonker zich om. Met één hand houdt hij zich vast aan de deurpost. Zijn blik is somber, nu. Zwijgend staart hij een tijdje naar het portret dat tussen de lege lijsten hangt. “Ja, Anna,” hoort Jan hem mompelen. “Zo voelt dat. Zo voelt dat, als je alleen bent…”

De volgende dag, terwijl de jonker nog in zijn brede, zachte bed ligt, ruimt Jan samen met andere bedienden de ravage in de grote zaal op. De portretten die overal op de vloer liggen, worden opgerold en naar de plantenkas gebracht. Daar staan ze. De hele familie Von Inn- und Knipphausen in stapeltjes en rolletjes tegen de muur gezet.

Het verhaal over de vernielde schilderijen gaat als een lopend vuurtje rond. De familie van jonker Folef schaamt zich voor zijn gekke gedrag. Daarom zorgen ze er voor dat jonker Folef naar Groningen verhuist. Daar krijgt hij een huis, schuin tegenover dat van zijn zus en haar man, die hem goed in de gaten houden om er voor te zorgen dat hij geen al te gekke dingen doet.

Maar het verhaal van de aanslag op de schilderijen wordt niet snel vergeten. Want wanneer er een paar jaar later op Nienoord een brand uitbreekt die plantenkas en de daar verstopte schilderijen tot as verbrandt, fluisteren de mensen in Groningen achter hun hand: “Dat heeft die dolle jonker natuurlijk zelf gedaan. Om van die portretten af te komen. Wedden?”

Bewerking: Tineke Neyman, in opdracht van Erfgoedpartners
Met dank aan De Verhalen van Groningen/Luc Eekhout/Janet Roze

 

Het bovenstaande verhaal wordt in september 2018 op basisscholen voorgelezen door burgemeesters. Wil je weten waar dat bij jou in de buurt gebeurt? Kijk dan op de website van Erfgoedpartners.nl.