Borgen: kastelen van het hoge noorden

1815-1914

De 'Dolle Jonker' vocht tegen familieportretten

Ferdinand Folef II Baron von Inn- und Kniphausen was de laatste Kniphausen die de borg Nienoord bewoonde. Hij werd in 1804 geboren als de zoon van Haro Caspar Baron von Inn- und Kniphausen, heer van Nienoord (1795-1842) en Susanna Elisabeth Alberda.

De 'Dolle Jonker' vocht tegen familieportretten
'Huize Nienoord te Midwolde in het jaar 1600, in dien tijd bewoond door de familie van In en Kniphuizen.' - Ansicht uit 1925, www.beeldbankgroningen.nl (1986-12350)

In 1842 stierf de vader van Folef en werd hij de nieuwe heer van Nienoord. Ulrich van Panhuys die met de zus van Folef, Wendelina, op Nienoord woonde, moest toen vertrekken. Panhuys en Folef hadden een slechte relatie.

Het ging Folef financieel niet voor de wind. En hoewel Folef als een jolige man bekend stond die alcohol niet schuwde, was hij ook eenzaam. Het was hem niet gelukt een vrouw te vinden en, daaruit voortvloeiend, een erfgenaam. Uit onvrede over zijn situatie zou Folef ertoe over zijn gegaan zich te wreken op de familieportretten van de machtige voormalige bewoners van Nienoord. Zijn knecht Jan Sikkes Beukema was getuige van het incident.

Het verhaal van Jan Sikkes Beukema

Een novemberavond van 1846 om 10 uur kreeg Jan de boodschap: direct bij Jonker komen. Hij lag reeds te slapen, doch kleedde zich snel aan en ging naar Jonkers slaapkamer. Jonker lag in zijn groot ledikant en riep: “bist doar Jan!” Toen moest hij twee glazen Barceloni inschenken, glazen, zooals Jonker ze altijd gebruikte. Het volk noemde ze pisglazen en zij hielden 1 deciliter in. Toen die ledig waren, zei Jonker Folef: “nog eens inschenken.”
“Maar Jonker!”
”Schenk in Jan, want wij hebben een stoer wark te verrichten.” Toen die ook leeg waren, heette het: “Haal de groote lantaarn en de schippershaak.”

Terwijl Jan dit deed, kleedde Jonker zich ook aan en daarop ging het naar de groote zaal. Bij het eerste groote familieportret gekomen, zei Jonker: “da’s een groote deugniet west Jan, scheur af.”
"Maar God, Jonker, dát niet!”
Daarop kreeg Jan een slag met de hondenzweep. Folef greep zelf de pikhaak en in flarden kwam het grote schilderij naar beneden. Toen schold Jonker de volgende voor een nóg grotere deugniet uit, en ook dit portret moest het ontgelden. Jan zag, dat zij er toch allemaal aan zouden gaan en meende, dat hij het wel voorzichtiger kon doen, nam de haak over en haalde panelen en doeken er zo goed mogelijk uit. Zo werd de gehele familiegalerij vernield, behalve het portret van Anna van Ewsum, die volgens de Jonker een lieve en goede vrouw was geweest.

De volgende ochtend stond het personeel voor de ravage. De familie werd gewaarschuwd en uit de stad kwam zwager Van Panhuys. Op zijn bevel werden de portretten overgebracht naar de oranjerie. Toen jonker Folef steeds wereldvreemder gedrag ging vertonen, verhuisde hij op last van zijn zwager naar de stad. Hij kreeg een huis en personeel in de Nieuwe Boteringestraat, schuin tegenover de familie Van Panhuys die hem zo goed in de gaten kon houden.”

Later brak er brand uit in de oranjerie. De portretten gingen alsnog verloren. Folef stierf in 1884.