Verhalen uit de regio

1945-1989

‘Niets zal de waakzamen ontgaan’ - de luchtwachttoren van Onstwedde

‘Niets zal de waakzamen ontgaan’, zo luidde het motto van het Korps Luchtwachtdienst, opgericht in 1950, belast met het melden en doorgeven van vijandige vliegtuigen. Snelle ontwikkelingen maakten de dienst al binnen 20 jaar weer overbodig.

‘Niets zal de waakzamen ontgaan’ - de luchtwachttoren van Onstwedde

De luchtwachttoren van Onstwedde in 1968. – Foto: Frans Huizinga

Westerwolde had de Tweede Wereldoorlog nog maar net achter de rug of de Koude Oorlog diende zich aan. Geen oorlog met wapengekletter, althans niet in ons werelddeel. Maar een wapenwedloop tussen het Oostblok enerzijds en de Verenigde Staten en West Europa anderzijds en een groeiende angst voor een nucleaire aanval.

De regering nam maatregelen. Drie grote vrijwilligersorganisaties werden opgericht om het land te helpen in een eventuele nieuwe oorlog. De Nationale Reserve, met als belangrijkste taak de bewaking en bescherming van objecten. De Bescherming Bevolking, voor bescherming en hulp aan inwoners in oorlogssituaties. En het Korps Luchtwachtdienst. Deze KLD werd belast met het waarnemen, melden en volgen van laagvliegende vliegtuigen. Want vliegtuigen die bewust onder het toenmalige radarbereik vlogen, waren hoogstwaarschijnlijk indringers met vijandige bedoelingen.

Luchtwachttorens

Om deze luchtwaarnemingen te kunnen doen, werden over heel Nederland 276 observatieposten gebouwd. Daarvoor werden bij voorkeur bestaande hoge gebouwen aangewezen, die van een opbouw werden voorzien. Waar geschikte gebouwen ontbraken, werden luchtwachttorens gebouwd. Zo verrezen er ook in Westerwolde meerdere torens naar een ontwerp van de Friese architect Marten Zwaagstra (1895 – 1988). Opgetrokken uit geprefabriceerde elementen van gewapend beton, door N.V. Raatbouw ontwikkeld en door N.V. Schokbeton Kampen aangeleverd en gemonteerd. De torens stonden in ‘kringen’ van drie of vier en omdat 8 km de maximale afstand was waarbij op gehoor (dus ook in het donker) een vliegtuig kon worden waargenomen, stonden de torens maximaal 16 km uit elkaar.

Mieghummeltjesbos

De opbouw van het noordelijke netwerk kwam traag op gang. Het wachten was op de raatbouwtorens; N.V. Schokbeton had er een hele klus aan. De vijftien meter hoge post bij Onstwedde werd in 1953 gebouwd aan de Beukenlaan in een bosperceel tussen Dorpsstraat en Beukenlaan, bij de dorpsbewoners bekend als het Mieghummeltjesbos. Hij stond pal naast huisnummer 10 en werd in 1954 in gebruik genomen. Luchtwachtpost 7T2 vormde een kring met Winschoten (Meidoornlaan), Nieuweschans (bij de grensovergang) en Bellingwolde-Rhederbrug (Slengweg). Ze hadden allemaal een open observatieruimte, met een tafel met een kaart en een vizierkijker, en een schuilnis met twee vaste banken en een klaptafel.

Ogen en oren

In principe dienden er op elke locatie altijd 16 vrijwilligers beschikbaar te zijn, zodat tijdens oefeningen en bij oorlogsdreiging de posten permanent bezet konden worden door twee man, in diensten van drie uur. Op een oud kaartje is te zien dat zuidelijker luchtwachtposten bij Jipsinghuizen, Ter Apel en Nieuw-Buinen een tweede kring vormden. Het werven van vrijwilligers verliep moeizaam; Onstwedder vrijwilligers deden ook regelmatig dienst in Nieuw-Buinen.

De luchtwachters kregen een uniform en een militaire opleiding, met lessen in de waarnemings- en meldingsprocedure. Verder bediening van het luchtwachtapparaat, vliegtuigherkenning, meteorologie en ABC(NBC)-oorlogsvoering (atoom-/nucleaire, biologische en chemische aanvallen). Ook schietlessen werden aangeboden. De opleidingen in Onstwedde vonden plaats in café Heikens (nu Eetcafé Gerak). Om de mannen scherp te houden werden regelmatig wedstrijden in vliegtuigherkenning gehouden tussen de verschillende posten.

Groep 7

Alle kringen van Groningen en Drenthe hoorden bij Groep 7 en rapporteerden aan het Luchtwachtcentrum in Groningen, dat gevestigd was in een ondergrondse bunker op het terrein van de Rabenhauptkazerne aan de Hereweg. De toenmalige PTT (Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie) had voor die rapportage een speciaal net aangelegd en ook de apparatuur geleverd. Het KLD rapporteerde op zijn beurt aan het Sector Operations Centre (SOC) in Driebergen (later in Nieuw-Milligen). In het SOC zat het Commando Luchtverdediging klaar om orders uit te delen aan de gevechtsleiding, die gevechtsvliegtuigen de lucht in kon sturen en afweergeschut in stelling kon brengen.

Ingehaald door ontwikkelingen

Tijdens landelijke oefeningen trok de Koninklijke Luchtmacht alles uit de kast. Meteors, Dakota’s, Hunters, Sabres, Thunderjets, Thunderstreaks, later ook Starfighters vlogen dan routes over een aantal luchtwachtposten. Aan de luchtwachters de taak om vliegtuigtype, afstand en vliegrichting door te geven aan het Luchtwachtcentrum in Groningen.

Het is altijd bij oefeningen gebleven. De ontwikkelingen gingen snel. Propellervliegtuigen maakten plaats voor straaljagers en ook de radartechniek verbeterde snel, waardoor de ogen en oren van de luchtwachters niet langer nodig waren. In 1964 werd Luchtwachtcentrum Groningen Groep 7 opgeheven. Een aantal torens werd overgedragen aan de BB voor het lokaliseren van een eventuele atoominslag en kreeg een nieuwe postnaam. Zo heette de Onstwedder toren sindsdien Victor 4. Rond 1980 werden de overgebleven torens door de BB afgestoten en bijna allemaal afgebroken. Ook in Onstwedde verdween het grijze gevaarte uit het dorpsgezicht.
Gelukkig hebben we de foto’s nog.

<p>De luchtwachttoren gezien vanaf de Beukenweg, in 1957. - Foto: priv&eacute;bezit G. Nuus</p>

De luchtwachttoren gezien vanaf de Beukenweg, in 1957. - Foto: privébezit G. Nuus

 

In Groningen zijn alleen de posten Winschoten (post 7T1) en Den Hoorn-Warfhuizen (post 7O1) behouden gebleven. In Bedum staat nog een gehalveerde toren (post 7O3).