Borgen: kastelen van het hoge noorden

Borgtuinen

Groningen beschikt over prachtige borgen. Over de historie van de borgen is veel bekend, maar van de borgtuinen en de geschiedenis daarachter weet men minder. Je loopt er door, ziet dat het een mooie tuin is en denkt er niet verder bij na.

Borgtuinen

Verhildersum vanuit de lucht, 1969. - Foto: Aerophoto Eelde, www.beeldbankgroningen.nl (1986-12381)

Verhildersum

Borg Verhildersum, die in 1400 voor het eerst wordt genoemd, begon als zo vele borgen als steenhuis (een vierkant stenen huis met dikke muren) en werd in de loop der tijd meermalen verbouwd tot de huidige vorm. Het landgoed rondom de borg herbergt vrijwel alle vormen van tuinen die je kan bedenken. De lusthof met prieel achter de borg, voor het aangenaam vertoeven, een kruidentuin met kas, een dierenpark, een boomgaard, een groentetuin bij het arbeidershuis en een boerenerf bij de museumboerderij.

De laatste eigenaar van de borg, familie Frima, won met zijn groentetuin en fruitkassen diverse prijzen bij landelijke (nuts)tuinwedstrijden, maar nadat de borg in 1953 aan gemeente Leens werd verkocht viel het onderhoud terug. In 1968 hebben Tine Clevering-Meijer en tuinarchitect Boon de verwilderde borgtuin naar historisch voorbeeld opnieuw ontworpen en ingericht met 1300 verschillende inheemse planten- en kruidensoorten. Dit grondplan is nog steeds in de huidige tuin aanwezig, zij het met een kleiner assortiment. Een tekening van Beckeringh uit ca 1750 toont vrijwel hetzelfde ontwerp, maar of deze als voorbeeld heeft gediend is niet bekend. De beelden van Eddy Roos, ook een initiatief van Tine Clevering, vormen een waardevolle aanvulling op de omlijsting van de borg.

Menkemaborg: Lusthof uit 1701

Ook de Menkemaborg is in de 14e eeuw gestart als steenhuis en later uitgebreid en verbouwd. De borg is van 1682 tot 1921 in bezit geweest bij de familie Alberda, waarna huis en landgoed door de erfgenamen aan het Groninger Museum werden geschonken. De Menkemaborg is in 1701 ingrijpend verbouwd. Zoals gebruikelijk ontwierp architect Allert Meijer tegelijkertijd een tuinplan. Dat is bewaard gebleven en gebruikt voor de reconstructie van een deel van de tuin: de lusthof, die vanuit de belangrijkste kamers te zien is. Deze formele tuin is symmetrisch ingedeeld, zodat de hoofdassen elkaar in het midden van de borg kruisen. De zonnewijzertuin is aangelegd naar voorbeeld van het 17de-eeuwse schilderij van borg Scheltkema-Nijenstein te Zandeweer. Achter de borg ligt een tuin bestaande uit een patroon van driehoeken. Vier grote zandstenen vrouwenbeelden verwijzen naar de vier jaargetijden. En dan is er natuurlijk de in 2010 opnieuw ingeplante doolhof. Dat deel van de tuin is in 1923 ontworpen door firma Copijn, evenals de fruithof en de rozentunnel. Achter het schathuis ligt nog de keukentuin met 17e- en 18e-eeuwse groente- en kruidensoorten. Daar groeien artisjok, asperge en kruiden die voorkomen in het 18de-eeuwse familiekookboek.

Fraeylemaborg

Het oudste deel van de Fraeylemaborg was in de14e eeuw een stenen verdedigingswerk, een steenhuis, dat is uitgegroeid tot de huidige borg met een landgoed van 23 hectare.

Was er eerst voornamelijk een gebruikstuin, eind 17e eeuw legt eigenaar Piccardt de basis van de huidige tuin met lange barokke zichtassen, de langste van Nederland. Hij verkeerde aan het hof van Lodewijk XIV en was bevriend met Willem III. Waarschijnlijk heeft hij de tuinen van hun paleizen voor ogen gehad.

De formele aanleg is in de19e eeuw uitgebreid in de wat lossere Engelse landschapsstijl, maar de oorspronkelijke opzet blijft gehandhaafd. Later is de Engelse tuin nog verder uitgebreid. Vooral het bosachtige karakter (het ‘Slochterbos’) is kenmerkend voor de Fraeylemaborg.

Conservator Henny van Harten: “In het park stond een stokoude beuk met een omvang van ruim 6 meter. Door de Slochtenaren werd hij de Kinderboom genoemd. Hij stond aan het eind van de centrale zichtas, iets ter rechterzijde, vlak bij het zandstenen beeld van Flora. Allerlei volksverhalen ontstonden rond deze mooie jonge vrouw en de stoere Kinderboom. Hij is in 1963 helaas door een storm geveld, maar om het geboortecijfer in de wijde omgeving op peil te houden werd direct een jonge beuk geplant. Deze boom is inmiddels ruim 40 jaar oud en een waardige opvolger.”

Piloersemaborg

De Piloersemaborg (1633) bij Den Ham werd voor het eerst bewoond door de familie De Mepsche, van oorsprong een Drents adellijk geslacht. Het voorname huis van rode Groninger baksteen is in 1699 verkocht aan een boerenfamilie: Pieter Jacob Bos en diens vrouw Wiske Jacobs Scholten. Bos bouwde een grote schuur achter Piloersema. Sindsdien is het een boerderijborg. Tonnis Wierenga (ook wel Tun van Beswerd genoemd) kocht het pand in 1837. Heel lang heeft er een nazaat van hem in de borg gewoond.

Toen Jan Tonnis Wierenga en zijn vrouw, de advocate mr. Cornelia van der Valk, in 1991 kort na elkaar overleden, kwam het bezit van het kinderloze paar in handen van een familiestichting (de Stichting Wieringa van Hamsterborg). Wynetta Themmen – een familielid - werd de eerste beheerster. Zij boekte succes met kleinschalige horeca.

Dick Soek – die eerder naam maakte met restaurant ’t Schathoes op landgoed Verhildersum in Leens – volgde haar in 2005 op als huurder. Hij drijft in Piloersema een restaurant en biedt erfgoedlogies en zaalverhuur. De Vereniging van Vrienden van de Piloersemaborg onderhoudt onder meer de boomgaard. Vrijwilligers bestieren ook het boerenbedrijf van de borg.

<p>Frambozenstruiken in de tuin van de Piloersemaborg.&nbsp;</p>

Frambozenstruiken in de tuin van de Piloersemaborg.