Borgen: kastelen van het hoge noorden

Pompoenen, reigers en een doolhof – de tuin van de Menkemaborg

De eeuwenoude Groninger borgen hebben een lange en diverse geschiedenis. Vaak gaat de meeste aandacht naar de bewoners of naar de gebouwen zelf, maar ook de borgtuinen, met elk hun eigen karakter, hebben verhalen te vertellen. Het project Groninger Borgen en Tuinen is een samenwerkingsproject van Erfgoedpartners en de borgen. De Verhalen van Groningen was aanwezig tijdens het tuinverhalencafé op de Menkemaborg en tekende vele anekdotes en verhalen op.

Pompoenen, reigers en een doolhof – de tuin van de Menkemaborg

Menkemaborgsingel in herfstkleuren. - Foto: Menkemaborg

De Menkemaborg is aan het begin van de achttiende eeuw ingrijpend verbouwd en toen is ook de tuin aangelegd zoals die vandaag de dag nog herkenbaar is. De borgtuin is heel klassiek en strak ingericht, met veel symmetrie, buxushaagjes en zichtlijnen. Allert Meijer tekende het ontwerp in 1705 en zo is de tuin nu ook ingericht. De rozentunnel en de doolhof, twee van de bekendste onderdelen van de huidige tuin, komen uit 1923, toen de borg in het bezit kwam van het Groninger Museum. De firma Copijn tekende voor het ontwerp daarvan.

De moestuin

Elza Kiel-Bleker is vrijwilliger bij de Menkemaborg. “De groenten van de moestuin worden hier ook in de keuken van de boerderij gebruikt. Mensen vragen ook om aardappelen, maar die waren er nog niet in de 18e eeuw. Wel waren er veel kruiden uit de VOC-tijd, en artisjokken en asperges. Er is nog een kookboek bewaard gebleven uit 1800, daar wordt vanuit gegaan bij de aanplant.”

Mevrouw Hopma-Zijlema weet te vertellen dat in de moestuin ook bijzondere bonenrassen groeien. En er worden pompoenen gekweekt. “Eerst waren dat van die hele grote. Die waren wel historisch verantwoord, maar ze werden héél groot. Dus dat mocht niet meer van de Arbo omdat ze te zwaar waren om te tillen. Dus we zijn nu overgegaan op een andere eetbare variant, maar die is eigenlijk niet historisch verantwoord, omdat die hier toen nog niet voorkwam.’

Een andere vrijwilliger vult aan: “In het kookboek uit 1800 staat ook hoe je een duif moet koken. Daar was de duiventil voor, en het viskenij en het snoekengat waren voor het bewaren van vis. De duiventil was een herenrecht, snoekengat en viskenij ook.

<p>Detail van het tuinplan van firma H. Copijn &amp; Zn, 1923, met een nieuw doolhof. - Foto: Menkemaborg</p>

Detail van het tuinplan van firma H. Copijn & Zn, 1923, met een nieuw doolhof. - Foto: Menkemaborg

De doolhof

Veel van de aanwezigen kennen het doolhof goed en weten hoe ze er uit kunnen komen. Maar dat geldt niet voor alle bezoekers. “Wanneer ik de hekken van de tuin afsluit ga ik altijd even bij het doolhof luisteren of ik geen stemmen hoor,” vertelt Siewert Jensema (1944). Geert Veenstra (1945) vertelt dat bezoekers ook wel eens de borg bellen wanneer het ze te lang duurt om eruit te komen.

Kunny Luchtenberg (1949): “Je moet er niet met een geboren Uithuizer in gaan, want die weet precies hoe je moet lopen!”

Harrie Sienot, wethouder in Uithuizen, kan zich nog goed herinneren dat de doolhof opnieuw moest worden ingeplant. Daarvoor zou de centrale boom weg moeten. “Maar dat was zo’n bijzondere boom, die wilden we als gemeente niet kwijt. De bevolking wilde hem ook niet kwijt, want er staan heel wat namen in gekrast. Het was een heel gedoe om hem te behouden, maar we zijn blij dat de boom gespaard is.”

Viskenij en schaatsen

Riet Boerma (1938): “In het viskenij lagen ook de bomen van Luchtenberg, die daar gewaterd werden.”

Kunny Luchtenberg: “Mijn schoonouders hadden een boomzagerij. De bomen dreven in het water opdat ze niet zouden barsten of splijten. Mijn schoonvader haalde de bomen eruit en vervoerde ze met een Maal Jan (Malle Jan) naar de zagerij.”

Johan Boerma: “De Malle Jan had twee heel grote wielen. Dan stond die disselboom omhoog en dan haalden ze hem over en werd die boom met haken zo opgehaald uit het water.”

In het Viskenij werd gezwommen, maar in de gracht rondom de borg niet. Wel werd daar in strenge winters geschaatst. Trijnie Tuinman-Duiker (1944): “Ik mocht vroeger graag schaatsen op de gracht. Maar mijn man en ik werden al oud en ik durfde niet goed meer. 'Flauwekul, jij kunt wél schaatsen,' riep mijn man en hij nam me mee. Met een bezem veegde hij een baantje en ik moest het proberen. Maar ik viel op m'n gat. “Sorry Frits, maar ik kan echt niet meer. De scheuvels kunnen naar de zolder.”'

Activiteiten

Veel van de aanwezigen die in Uithuizen of omgeving zijn groot geworden, hebben hun trouwfoto’s laten maken in de tuin van de Menkemaborg. “Heel veel officiële foto’s en groepsfoto’s zijn genomen met de Menkemaborg op de achtergrond. Het jubileum van de bridgeclub, verenigingsfoto’s, uitjes van clubs, dat soort dingen. Altijd weer de Menkemaborg.”

Bij de Menkemaborg vindt ook jaarlijks een kerstfair plaats, er zijn toneeluitvoeringen en vroeger stond er een muziekkoepel in de tuin. Foske Hopma-Zijlema (1941) kan zich herinneren dat ze als kind gymoefeningen deed in de muziekkoepel. “Dat was elk jaar, rond Hemelvaart. Eerst was er een mars door het dorp, in je gympakje, en daarna een soort optreden in de tuin. Ik weet nog dat ik dat heel spannend vond. Het was mijn eerste optreden en het gaf je echt een speciaal gevoel.’ Ook mevrouw Westerdijk kan zich de optredens herinneren van de gymvereniging. En dan waren er ook nog koren en muziekverenigingen.

Riet Boerma-Wierenga (1938): “Er waren dag en nacht muziekuitvoeringen. Het hele dorp kwam kijken. Hoewel: het weer speelde natuurlijk ook mee!” De muziekkoepel is inmiddels verdwenen. Hij heeft nog een tijd dienst gedaan als volière. Maar nadat er een beuk op was gevallen was de koepel niet meer te redden. En eigenlijk paste hij ook niet in een achttiende-eeuwse tuin.

Tuin op slot

Ida Stamhuis, directeur van de Menkemaborg: “Vroeger was de tuin ook 's avonds open. Sinds 1923, na de aankoop van de Menkemaborg door het Groninger Museum, worden er tuinkaartjes verkocht. Maar na vijf uur 's middags was de toegang altijd gratis. Je had altijd mensen die buiten de openingstijden wilden komen wandelen, maar op den duur kregen we last van hangjongeren. Toen op een gegeven moment de appels door de glas-in-loodramen vlogen, hebben we de tuin afgesloten met een hek. Het is jammer, maar gelukkig hebben de meeste mensen er wel begrip voor.”

Willy Westerdijk (1952) vertelt dat het vroeger heel gewoon was om op zondag in de tuin te gaan wandelen. “Na de kerk ging je erheen met vrienden en vriendinnen. Dan deed je bijvoorbeeld spelletjes wie het eerst bij de boom was, en je ging naar het doolhof. Later wanneer je voor het eerst verkering kreeg dan hield je elkaars hand vast.”

Harry Tuinman (1944) woont aan de Borgweg, vlakbij de Menkemaborg. “Vroeger zeiden mijn vrouw en ik ’s avonds vaak tegen elkaar 'Zullen we nog even een rondje door onze tuin?' en dan maakten we nog even een ommetje. Maar sinds de tuin ’s avonds gesloten is, komen we er bijna niet meer.”

De Singel, een pad rondom de borgtuin, is wel altijd toegankelijk. Veel Uithuizers maken elke zondag een rondje om de Singel, weer of geen weer, in elk seizoen. De tuin van de Menkemaborg is mooi in elk seizoen, maar een paar van de aanwezigen vinden de winter het allermooist. “Als er sneeuw ligt, ziet alles er heel vredig uit.” En: “In de winter zijn de bomen kaal en dan kun je veel verder kijken. Je kunt dan de hele tuin door kijken.

Natuurschoon en kwajongensstreken

In de borgtuin en de Singel er omheen is veel diversiteit te vinden in zowel de flora als de fauna. Vooral de dieren zijn bijzonder. Heidy Lambeek (geb. 1976): Ik heb hier wel eens een ijsvogeltje gezien. Je ziet hem in een flits, en weg is hij dan weer. Het zijn schuwe beestjes.”

Andere herinneringen aan de dieren gaan over de pauwen van de Menkemaborg, die ook regelmatig door de woonwijken wandelden en die op het terras van het Schathoes de overgebleven versnaperingen wegpikten. De kraaien en de reigers zijn ook in heel Uithuizen bekend.

Johan Boerma (1926): Bovenin de bomen waren holtes en daar zaten kraaien te broeden. We wilden ze vangen want je kon ze tam maken. Maar toen kwam burgemeester; dat was een autoriteit! 'Kom der maar eens even uit jij!' riep hij. Maar het duurde hem te lang en dan stuurde hij veldwachter Kool. Voor hem waren we doodsbenauwd. Ja, daar had je wel respect voor!”

Boerma: “Kwajongensstreken uithalen? Ja hoor: nesten uithalen, dat mocht ook niet. Eieren verzamelen! Hier was ook een reigerkolonie. Voor de reigernesten moest je heel hoog klimmen en dat was nog best gevaarlijk. Mijn oudste zoon deed het ook. Als je het zoutzuur dat ze in hun maag hebben over je kleren kreeg, kon je ze wel weggooien. En ze maakten zo’n lawaai! Her duurde wel een half uur voordat ze weer in rust waren.” En heeft hij wel eens appeltjes gejat? Boerma kleurt ervan en zegt lachend “Ja, dat moet ik wel bekennen. Maar die veldwachter, hè?”