Borgen: kastelen van het hoge noorden , Boerderijen in beeld

De Hamsterborg: borg en boerderij tegelijk

Bij Den Ham, boven Aduard, ligt een borg met twee namen: de Piloersemaborg staat ook wel bekend als de Hamsterborg. Ook de functie van het uit de zestiende eeuw stammende gebouw is dubbel: het is waarschijnlijk gebouwd als steenhuis en dus een borg, maar tegelijk al eeuwenlang in bedrijf als boerderij.

De Hamsterborg: borg en boerderij tegelijk

De Piloersemaborg op een prent van Johan Dijkstra uit 1954. - Beeld: www.beeldbankgroningen.nl (1536-7512)

Het project Groninger Borgen en Tuinen is een samenwerkingsproject van Erfgoedpartners en de borgen. De Verhalen van Groningen was op 18 november 2016 aanwezig tijdens het tuinverhalencafé op de Piloersemaborg en tekende anekdotes en verhalen op.

Toen Dick Soek, kok en exploitant van de Hamsterborg, in 2005 de borg betrok, stonden er voederbieten in de kruidentuin. Hij heeft er, naar eigen zeggen, zonder veel kennis van zaken een groente- en kruidentuin aangelegd. “Maar het was zulke zware klei dat er bijna niets in wilde groeien. Daarom hebben we er tegenwoordig vooral kruiden in staan.” Na een bodemverbetering is de grond beduidend beter geworden en is er weer een kleine groentetuin gekomen. De boomgaard en de kruidentuin zijn nu een bron van ingrediënten voor de keuken, maar vooral ook een manier om de seizoenen in de gaten te houden. Soek: “De moestuin is een soort wekker. Als de aardbeien rijp zijn, weet ik dat ik gerechten met aardbeien dan op z'n lekkerst zijn, hoewel er in de moestuin te weinig groeien voor gebruik in het restaurant. Het voorjaar kondigt zich altijd aan met eerst rabarber, dan daslook en daarna lievevrouwebedstro.” In het plukseizoen zijn de koks zelfs één tot anderhalf uur per dag aan het plukken.

“De moestuin bij de Hamsterborg was wel veel groter dan een gewone groentetuin, want er moesten veel mensen op de boerderij gevoed worden; niet alleen de familie, maar ook het personeel.” Aan het woord is Jan Tonckens (1940; “Wat er overbleef werd verkocht, evenals het hout van gekapte en gesnoeide bomen. Dit werd op de veiling in de stad verkocht.” De borg is van oudsher altijd zelfvoorzienend geweest, ook op de oude kaarten en afbeeldingen beslaat de nutstuin de meeste ruimte.

Tonckens is oud-bestuurslid van de Vereniging Vrienden van de Hamsterborg en was executeur-testamentair na het overlijden van de familie. “Ik ben op de boerderij hiernaast geboren. Tante Corrie was mijn schoonmoeder.”

Aanzien

“Het wonen 'op stand' op de Piloersemaborg is vooral na de oorlog begonnen door tante Corrie, mevrouw mr C.H.A.J. Wierenga - Van der Valk. Zij was de eerste vrouwelijke advocaat van Nederland. Zij had het aanzien en zij wilde ook het huis aanzien geven. Zij heeft er ook aan bijgedragen dat de tuin ook weer aanzien kreeg en dat de buxushagen werden aangeplant. Zij bewoog zich in belangrijke kringen in de stad Groningen. Als de koningin op bezoek kwam, dan stond zij vooraan om de koningin en de burgemeester de hand te schudden. En als ze iets nodig had van de gemeente, dan ging ze niet naar het gemeentehuis, nee, zij ontbood de burgemeester op de borg.”

Ook Jan Geersink (1940, eveneens oud-bestuurslid van de stichting) is getrouwd met een Wierenga. Hij en zijn zwager schetsen het beeld van 'tante Corrie', een vrouw die wist wat ze wilde.

“Zij heeft hier echt als borgvrouw geleefd. Als we voor een bezoek uitgenodigd waren, dan zei ze: ”Ik heb het haardvuur ontstoken, kom maar mee naar de zaal.” Mijn vrouw ik dachten dan: 'Wat eigenwijs, ‘de zaal’, waarom zegt ze niet gewoon ‘voorkamer’?' Maar historisch gezien had ze gelijk, want in een borg van een langwerpig type als deze, is het inderdaad een zaal.”

Paarden

Geersink: “De Wierenga’s zijn rijk geworden door de paardenhandel. Paarden werden niet alleen op het land gebruikt, maar ook voor de koetsen en in het leger. Wierenga verkocht ze in het begin van de negentiende eeuw aan het Franse leger, maar ook het Nederlandse leger heeft heel lang gebruik gemaakt van zijn paarden, voordat er andere vervoermiddelen kwamen. Met de handel met het buitenland kon je goed geld verdienen. De Wierenga’s bezaten uiteindelijk acht boerderijen.”

Tonckens: “De paardenhouderij was voornamelijk op economische gronden gebaseerd, maar ze hielden ook echt van die dieren. Ze waren horse crazy. Mijn directe schoonvader bijvoorbeeld, heeft tijdens zijn leven altijd met paarden gewerkt. Het was wijd en zijd bekend dat hij de meest onhandelbare paarden kon beleren (temmen).”

“Jan Tonnis Wierenga heeft, toen de mechanisatie voortschreed, zijn zoons toestemming gegeven om een trekker te kopen. Maar daar heeft hij zelf maar één keer op gezeten. Hij naderde een sloot en riep toen het bekende woord 'Ho!' Zijn zoon trok op tijd aan de rem, dus er zijn gelukkig geen ongelukken gebeurd, maar toen sprak hij de historische woorden: 'Zolang ik hier op de boerderij ben, blijft er ook een paard!' Dat zei hij niet op economische gronden, maar gewoon uit liefde voor het paard.”

Een ander detail in verband met de paardenliefhebberij wordt opgediept door Willemieke Ottens. Zij is aanwezig namens Landschaps- en erfgoedbureau Noordpeil en houdt een korte lezing over de geschiedenis van de Piloersemaborg. Ze toont een advertentie uit 1899, waarin de gebroeders Wierenga van de Hamsterborg aangeven dat iemand (per ongeluk) een paard heeft verwisseld met het hunne bij terugkeer van de Slochtermarkt. “Het paard dat is blijven loopen … is bij ondergeteekenden terug te bekomen.”

Reconstructie

Het borgterrein is rond 1920 in een vogelvluchttekening in kaart gebracht door Anco Wigboldus (1900 – 1983). Rienk Bijma, die een tijdje een collega van Wigboldus is geweest op het Willem Lodewijk Gymnasium, plaatst een kanttekening bij de tekening: “Hij maakte het leven mooier dan het was. Hij heeft grote verdiensten gehad bij het reconstrueren van tuinen en parken, ook in Duitsland en de rest van Nederland, maar hij geeft geen exacte weergave. Als je kijkt naar de vogelvluchtkaart, dan staat alles prachtig in het gelid zoals het eigenlijk had moeten zijn. Het grondplan klopt wel, maar er staan ongeveer 300 bomen meer dan er in werkelijkheid waren.”

<p>De Piloersemaborg met keurige tuin, getekend door Anco Wigboldus.&nbsp;</p>

De Piloersemaborg met keurige tuin, getekend door Anco Wigboldus. 

Direct na de Tweede Wereldoorlog werd er een begin gemaakt met het aanleggen van de formele tuin. Aan de westzijde van het huis kwam een formele verdiepte tuin en aan de zuidzuide werden in vier symmetrische vakken buxushaagjes geplant. Tonckens: “De tuin was privéterrrein. Ik weet niet hoe het eerder was, maar na 1940 kon men zich vervoegen aan de zijdeur. Het was een unicum om in huis te worden genodigd, dat was alleen voor intimi en familieleden. Verder kwam niemand binnen of misschien via de zijingang in de keuken of op de achterdeel. Maar ook op de singel werd men niet geacht te vertoeven.”

Op de borg waren zes arbeiders in dienst, die de ruim 24 hectare landbouwgrond bewerkten en de borgtuin en de boomgaard onderhielden.

“Jan Tonnis Wierenga was een boer zoals alle andere. Hij zat voor de ARP in de gemeenteraad en was voorzitter van de Spaarbank. Hij voelde zich absoluut niet beter dan anderen. Zijn vrouw die pushte hem wel eens voor bestuursfuncties. 'Jan dat moet je doen, dat is belangrijk!' Nou, dan ging-ie maar weer.
Met het personeel ging hij op de zelfde manier om als de boeren hier in de omgeving. Hij viel ook niet op, hij voelde zich niet meer dan een ander. Hij werd wel ‘Jan Börg’ genoemd , maar dat was dan ook alles.

Kunst

Het aanzien van de borg werd door tante Corrie ingebracht. “Zij is de borg weer Piloersema gaan noemen, dat werd wel vrij breed gedragen. Hoewel we nu de 'Vrienden van de Hamsterborg' zijn en de stichting ook 'Wierenga van Hamsterborg' heet, niet Wierenga van Piloersema.”

“In de jaren zeventig en tachtig zijn ze er toe overgaan om de bovenverdieping van de borg te verhuren. Waarom weet ik eigenlijk niet. Onder anderen heeft daar Henk van Os (nu directeur van het Rijksmuseum) een tijd gewoond. Toen hij hier woonde, verzamelde hij een groep kunstenaars om zich heen die bijeenkwamen op de borg. Ik denk dat mevrouw dat heel bijzonder heeft gevonden. Zij heeft ook nog een cursus kunstgeschiedenis gevolgd en misschien dat zij hem daarom wel gevraagd heeft op de borg woonruimte te huren.”

“Er kwamen in de tijd van Van Os veel kunstenaars en studenten. Johan Dijkstra heeft ook een aantal schilderijen hier van de borg gemaakt. Ik denk dat het hier ook wel mooie feesten zijn geweest want een kunstenaar, een oom van mij, was getrouwd met een nicht van mijn vader en die hadden een jeneverstokerij in Schiedam. Voor de feesten werd de drank dus besteld in Schiedam. Mandflessen van 10 liter werden aangerukt. De bewoners hier waren niet alleen paardengek maar ook jenevergek!”

“Ook de Groninger borgenkenner Freerk Veldman (kunsthistoricus) heeft hier met zijn gezin gewoond, begin jaren zeventig. Hij is vertrokken in ’74. De Wierenga’s dachten dat ze te oud werden voor dit geheel en zijn toen verhuisd naar de Stad. Ze hielden nog twee vertrekken aan om in de zomer ’s middags toch op de borg te kunnen zijn. Freerk woonde hier met vrouw en kinderen. Maar op een gegeven moment kwamen zij hier toch wel weer elke dag en mevrouw Wierenga was van nature iemand zich met de zaken wilde bemoeien, dus ook met het gezin Veldman. Dat gaf wat spanning en toen heeft Veldman een eigen huis gekocht. Toen zei tante Corrie: 'Jan, we gaan terug!' en zo zijn ze terug gekomen naar de borg, waar ze tot hun dood in 1991 zijn gebleven.”

Geloof en Liefde, maar geen Hoop

De borg kwam na het overlijden van de Wierenga's in handen van de Stichting, die het grootste deel van de landbouwgrond verkocht. Geersink: “Alles was hoognodig aan onderhoud toe en er was geen geld bij. Toen wij die erfenis kregen waren we met sombere gevoelens vervuld, juist vanwege die onderhoudsachterstand. In de gang staan twee beelden, Geloof en Liefde, die vroeger tegen de buitengevel van de borg stonden. En ik heb wel eens gezegd: 'Geloof en Liefde hebben we hier wel, maar Hoop hebben we niet.”

Johan Jeltema (1942), is ook oud-bestuurslid van de stichting. Hij vertelt dat de Piloersemaborg uiteindelijk subsidies heeft weten te verkrijgen voor broodnodige restauraties. Hij wil ook Johannes Wijnsema noemen, “Wijnsema, die onlangs is overleden, is eigenlijk de grote stimulator vanuit de Borgenstichting geweest, die alles wist te bewerkstelligen. Door zijn toedoen hebben we kunnen realiseren wat er nu is. Het bestuur was behoedzaam in het besteden van de gelden. Er was maar een beperkte hoeveelheid geld beschikbaar en ik heb voorbeelden uit de provincie waar men leningen aanging en dat is fout gegaan. Men leende meer dan men kon opbrengen uit de inkomsten. Wij hebben dat nooit gedaan, wij hebben het altijd in eigen beheer gehouden. En doordat Wijnsema de stempel van ‘de enige borgboerderij van Groningen’ op de Piloersemaborg zette, kon hij heel wat bewerkstelligen.”

Borg en boerderij

Uit de verhalen van de aanwezigen rijst het beeld op van de Hamsterborg of Piloersema als een groot boerenbedrijf, waarvan het woonhuis 'toevallig' een borg genoemd kan worden.

De Piloersemaborg is niet langer een privéterrein. De borg is nu een restaurant. Over de singel mag je wandelen en de oprijlaan is deels een fietspad. Tonckens: “Het was wel het streven van tante Corrie om de borg uiteindelijk open te stellen. Ze zei: 'Het is nu van ons, maar laten we het, omdat we geen kinderen hebben, ten dienste stellen van de gemeenschap.' En zoals het nu is geworden, denk ik dat zij daar vrede mee kan hebben.”