Verhalen uit de regio

1648-heden

Veenkoloniale tradities rond de feestdagen

In de Groninger Veenkoloniën zijn rond kerst en oud en nieuw nauwelijks eigen tradities. Andere delen van Nederland, met name katholieke, hebben er meer. De oorzaak ligt waarschijnlijk in de relatief jonge geschiedenis van Oost-Groningen. De gewoontes die tegenwoordig worden gebruikt, zijn veelal meegenomen door vroegere nieuwkomers.

Veenkoloniale tradities rond de feestdagen

Moeder en kind bij de kerstboom, ca. 1940-1950. – Foto: Jos Lange, Collectie Groninger Archieven

Neem bijvoorbeeld het carbidschieten in Sellingen. Of het midwinterhoornblazen rond Vriescheloo. Veel Oost-Groningers denken dat deze tradities zijn ontstaan in hun streek. Het is niet zo, alhoewel ze er tegenwoordig wel echt bij horen. Carbidschieten, dat enkele jaren geleden op de nationale erfgoedlijst werd geplaatst, is feitelijk ontstaan in de provincie Drenthe. Het midwinterblazen is afkomstig uit de oostelijke streken van Nederland. Met name in Twente is deze traditie al eeuwenoud. Op de lijst van immaterieel erfgoed wordt dit nog eens bevestigd.

Slepen

Ook het zo geheten ‘slepen’, het plaatsen van bijvoorbeeld boerenkarren op daken van boerderijen en het brengen van losliggende of -staande voorwerpen naar gemeentehuizen tijdens Nieuwjaarsnacht is niet typisch Oost-Gronings. Vooral op het Hogeland werden deze kwajongensstreken vroeger vaak uitgehaald, wat menig keer uitdraaide op hardhandige confrontaties met de plaatselijke politie.

Spekkendikken en Nieuwjaarsduik

Een van de weinige traditionele gebruiken die waarschijnlijk alleen in de Groninger Veenkoloniën (Reiderland) en in het aanpalende Westerwolde wordt gehanteerd, is het bereiden en eten van spekkendikken. Een soort pannenkoek met als hoofdbestanddelen roggemeel, eieren, stroop, stukjes vet spek en een paar deeltjes droge worst. Overigens worden spekkendikken al lang niet meer alleen met Oud en Nieuw genuttigd, maar zijn ze het hele jaar door te verkrijgen op braderieën en jaarmarkten.

Een nog maar heel jonge traditie is het Nieuwjaarsduiken, waarbij veelal jongeren op 1 januari (!) een frisse duik nemen in zee, een meertje, een kanaal, rivier of in een vijver. Enkele decennia geleden werd hiermee in Scheveningen begonnen. De laatste jaren vinden op Nieuwjaarsdag overal in Nederland deze spartelpartijen plaats.

Joel

Verreweg de meeste tradities met Kerst en de jaarwisseling zijn te herleiden naar de oudheid. De begrippen licht, voedsel, warmte, religie en bijgeloof speelden destijds een hoofdrol en mondden uit in kerstboom, kerstster, kerst(nacht)mis, kerststal, kerstkaart, kerstdiner en vuurwerk.
De Germanen vierden rond Midwinter, rond de 21e december, al het zogenoemde Joel, het feest van de zonnewende. Hierbij werd al het kwaad verjaagd en het licht begroet. Ook hadden ze rond deze tijd een (groene) boom op het erf: een spar of eik. Deze werd gezien als een symbool van vruchtbaarheid. Oude bomen werden midwinters gekapt, in stukken gekloofd en in het vuur geworpen om te zorgen voor warmte.

<p>Een gezin bij de kerstboom, jaren zestig. - Bron onbekend</p>

Een gezin bij de kerstboom, jaren zestig. - Bron onbekend

Kerstboom, nachtmis en kerststal

Luther verklaarde begin zestiende eeuw de kerstboom tot symbool van de geboorte van Jezus, terwijl de kerk de boom daarvoor nog had geweerd vanwege zijn heidense oorsprong. Nadat de de kaarsen waren uitgevonden, werd de boom daarmee opgetuigd. De brandende kaarsen vormden symbolen van het nieuwe licht. Pas in de 19e eeuw plaatsten in Nederland de rijkere, vrijzinnige protestanten als eersten een versierde minispar in huis. Kerstnachtmissen werden al in de 3e eeuw op de avond van 24 december gehouden, omdat werd aangenomen dat Jezus op deze datum, laat in de avond, was geboren. Overigens zijn kerstnachtdiensten de laatste decennia sporadische momenten in het jaar waarop kerken vaak nog helemaal vol zitten. De oudste kerststallen, voorstellingen van de geboorte en geboorteplek van Jezus dateren uit de vroege middeleeuwen. Franciscus van Assisi maakte de eerste levende kerststal. De laatste jaren wordt een dergelijke stal met kerst met grote zorg ingericht op het Sint Pietersplein in Rome. Kerststallen zijn er in allerlei vormen en kleuren en ze staan in miniatuur onder miljoenen kerstbomen bij evenzoveel gezinnen. Levende kerststallen worden steeds populairder.

Kerstkaart

De kerstkaart is in Nederland pas na de Tweede Wereldoorlog populair geworden. Vooral in Engeland was dit zo’n 200 jaar eerder al het geval. De kaarten werden door de afzender zelf getekend en met de hand beschreven. Wintertaferelen, kerstbomen, engelen en sterren sierden vaak deze prenten. Toen een Engelse drukkerij in betrekkelijk korte tijd grote series begon te vervaardigen, werd deze traditie ook in Amerika populair. Opvallend is dat tijdens beide wereldoorlogen miljoenen kerstkaarten naar de Engelse, Amerikaanse en Canadese soldaten werden gestuurd. Ze hadden vaak een militair karakter. Bijvoorbeeld een kanon met daarop een fraai opgetuigde kerstboom, of engelenhaar gekruld om de loop van een geweer.

Vuurwerk

Het vuurwerk, dat al vele eeuwen bestaat, is uitgevonden in Oost Azië. Geleerden zijn het niet eens over het juiste land: China of Bengalen? Een kok die destijds bezig was met een mengsel van houtskool, zwavel en salpeter zou per ongeluk voor de eerste explosie hebben gezorgd.
Het meeste vuurwerk komt nog altijd uit China. Aanvankelijk werd het gebruikt bij religieuze feesten. Vooral aan het begin van een nieuw jaar. Al het kwade dat in die periode op de loer lag zou middels oorverdovende knallen kunnen worden verjaagd. In de 13e eeuw werd het explosieve goedje naar Europa geëxporteerd. Met name aan de hoven van rijke Franse edelen werd het afgestoken ter vermaak. Nu is het gebruik van sier- en knalvuurwerk een niet meer weg te denken traditie. Wereldwijd en volgens de Chinese traditie ook nu nog: aan het begin van elk nieuw jaar.