Levend erfgoed

Verhalen delen in een knus Schippershoes

Het Schippershoes in openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum is een knus huisje. Een kleine schouw, bedsteden aan de wand en midden in het woonkamertje een tafel met wat stoelen. Op deze winterse avond wordt de kamer verlicht door de olielamp die boven de tafel hangt. En niet alleen het Schippershoes: in het hele openluchtmuseum branden tijdens de Olielichtavonden de kaarsen en olielampjes. Zo ervaren bezoekers hoe het was toen elektrische verlichting nog niet bestond.

Verhalen delen in een knus Schippershoes
Verhalen delen bij het licht van de olielamp. - Foto: De Verhalen van Groningen

Op de tafel onder de sfeervol brandende olielamp liggen enkele oude gebruiksvoorwerpen. Het zijn spullen uit de collectie van Het Hoogeland: een Sint-Maartenlampion, een weckthermometer, een kniepertjesijzer, schaatsen en een gamel, een oud etensblik. In samenwerking met Onze Spullen 2.0 organiseert De Verhalen van Groningen tijdens de Olielichtavonden een verhalencafé, waarbij de spullen voor de bezoeker een startpunt zijn voor mooie verhalen en herinneringen.

Manufacturenwinkel in Zoutkamp

“Nee, schaatsen deed ik niet. Kon ik ook niet. Ik was niet zo atletisch,” bekent Henk Visser (1949), geboren in Zoutkamp, als hij de oude houten schaatsen ziet liggen. “Andere sporten deed ik ook niet, daar had ik geen talent voor. Maar na school had ik al genoeg te doen. Mijn moeder had een manufacturenwinkel en als we thuiskwamen, moesten mijn broers, zussen en ik altijd eerst randjes naaien aan zoveel kokosmatten voordat we naar buiten mochten. En daarna moesten we ook vaak boodschappen wegbrengen naar klanten.” Visser vertelt hoe het gezin van acht kinderen naast de winkel woonde. “De helft van ons huis was magazijn en de andere helft bestond uit slaapkamers. We hadden geen privacy. Twee keer per jaar werd de voorraad gewisseld; dan werd het wintergoed opgeborgen en kwam het zomergoed in de winkel of omgekeerd. Ik herinner me dat ik voor mijn moeder bolletjes wol uit het magazijn moest gaan halen, want ze had overal maar één van in de winkel.” Zijn moeder had bedacht dat Visser de winkel zou overnemen. “Maar dat wilde ik niet. Ik heb nog wel een jaar in de winkel gestaan, maar het boterde niet zo.” De winkel sloot in 1971 na dertig jaar te hebben bestaan. “Maar uiteindelijk ben ik woninginrichting gaan doen, dus toch een beetje in de textiel!”

Etensblik

Kinderen die tijdens het verhalencafé de spullen bekijken, weten vaak niet meteen waar het etensblik voor diende. “Is het een pan?” Wanneer ze de twee delen uit elkaar halen, blijkt de bodem van het bovenste deel vol gaatjes te zitten. “O, het is een zeef, om groente af te spoelen!” Wanneer ze dan horen dat het etensblik voor de landarbeider was wat een broodtrommeltje voor henzelf is, gaat er een lichtje branden. Uitleggen waar de weckthermometer precies voor diende, is een hele klus. “Deden ze dat ook met olijven?”

Sint Maarten

De Sint-Maartenlampion roept bij velen bewonderende geluiden op. Het is inderdaad een mooi exemplaar: een kunstig geperforeerde oude koektrommel. Voor de gelegenheid brandt er zelfs een kaarsje in. En, bijzonder: de afbeeldingen zijn een zeilboot, een kerk, een molen en een plaatje van Bruintje Beer. Ook een lantaarn uit Loppersum draagt een boot, kerk en molen. We vragen bezoekers welke plaatjes zij op hun lantaarns hadden. “Ik had ook een molen,” zegt Kunny Balkema (1947) uit Bedum. “Mijn vader had hem gemaakt. Ik ging met mijn blikken lampion door de straat en langs de winkels. Ik kreeg vooral geld – stuivers en dubbeltjes – en ook wel snoep. Bij mijn opa en oma, bij wie ik altijd langsging, kreeg ik zelfs een kwartje!”

Ook Dia Veenwijk (1961), geboren in Leens, herinnert zich een blikken lampion. “Ik weet niet meer of mijn vader hem voor me gemaakt heeft. Het kan ook best zijn dat we hem gekregen hebben; ze werden ook wel doorgegeven.” Dia kreeg ook geld voor de Sint-Maartenliedjes die ze zong: “Toen was een dubbeltje nog echt een dubbeltje!” Ze kreeg ook snoep. “Ik droeg een zelfgemaakte katoenen tas waar het snoep in ging.”
“Wat voor snoep was dat dan?” wil Mellien Busser (1982) uit Warffum weten. Zijzelf kreeg taaipopjes, mandarijntjes en chocolaatjes als Marsjes en Nutsjes.
“Ik weet niet meer wat voor snoep, maar het was in elk geval niet verpakt: als ik mijn hand in de tas deed, kon ik alles in één keer eruit trekken!”
Bas Johannes (1990) uit het Drentse Odoorn is verbaasd bij het horen van deze verhalen. “Wij liepen ook met lampions op Sint-Maarten, maar ik heb nog nooit gehoord dat je geld kreeg!”
Mellien legt uit dat ze in Warffum zelfs twee dagen 'liepen': “Op de dag voor Sint-Maarten had je de boerenloop. Dan gingen we op de fiets langs de boerderijen om daar een liedje te zingen voor wat geld. Dat heb ik ook twee of drie keer gedaan. Het schoot niet echt op, want als je een uur op pad was geweest, had je drie boerderijen gehad.”
Museumdirecteur Stijn van Genuchten kan de verhalen over de boerenloop beamen. “Boeren waren hier vroeger in de omgeving heel belangrijk. De boerenloop bestaat nog steeds. Op 10 november gaan de oudere kinderen voor het geld en op de 11e voor het snoep. ”

Rolletjes en spekkedikken

Van Sint Maarten gaan we naar Oud en Nieuw, want op de tafel ligt ook een zwaar en fraai wafelijzer. De kniepertjes en rolletjes die je daarmee kon maken, zijn welbekend. Maar de gesprekken aan de zwak verlichte tafel gaan over andere lekkernijen. Dia: “Op oudjaarsdag bakten mijn oma en ik altijd samen oliebollen. Ze deed dat nooit met iemand anders, alleen met mij.” Mellien: “Mijn opa leeft niet meer, maar hij had een heel goed oliebollenrecept. Elk jaar nog bakken we ze volgens zijn aanwijzingen en de hele familie komt erop af.”

Mellien kent nog meer tradities rond de jaarwisseling. “Om middernacht gingen we klokluiden in de kerk. Je kon meters omhoog getrokken worden aan die touwen!” Ook heeft ze op nieuwjaarsdag van een buurvrouw in Warffum ooit spekkedikken gekregen. “Ik was net verhuisd en ze kwam ze brengen. Ze had ze blijkbaar voor de hele buurt gebakken. Ik vond het wel lekker, maar het smaakt een beetje gek als je niet weet wat je moet verwachten. Het is een soort zoete wafel, maar dan met plakjes droge worst erin.” In Drenthe worden ook spekkedikken gegeten, weet Bas. “Bij ons thuis maakten we ze niet, maar bij ouders van vriendjes wel. Bij ons moesten er vier verschillende soorten vlees of worst in.”

Winter

Klazien Musschenga werd in 1948 geboren in Kloosterburen en ze krijgt levendige herinneringen bij het zien van de schaatsen. “Wij reden graag op de grachten rond de boerderijen. Die werden door de arbeiders geveegd en na school gingen we er direct naartoe. Dat waren mooie plekjes om te schaatsen. Voor mijn gevoel lag er vroeger altijd sneeuw in de winter.”

Zover zal het in de winter van 2015 waarschijnlijk niet komen. De decembermaand van dit jaar is de warmste sinds het begin van de weermetingen. Desondanks is het in het Schippershoes knus en gezellig. Het lamplicht en het gemoedelijke huisje laten de herinneringen aan lang en minder lang geleden rijkelijk opborrelen.

Gezelligheid onder de olielamp in het Schippershoes van openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum. - Foto: De Verhalen van Groningen
Gezelligheid onder de olielamp in het Schippershoes van openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum. - Foto: De Verhalen van Groningen