Oorlog in Stad en Ommeland , Verhalen uit de regio

1914-1945

Agenten in oorlogstijd

Agenten in oorlogstijd. De één heult met de vijand, soms bij het fanatieke af. De ander waagt zijn leven en sterft voor het executiepeloton. Over het algemeen is de Nederlandse politieman in de oorlog niet zo dapper. Cornelis Gerrit Wiegers is een held, evenals Liebe Reitsma. Klaas Coenraad van de Hof is een lafaard, verantwoordelijk voor het oppakken en uiteindelijk doden van tal van verzetsmensen in het Oldambt.

Dinsdag 20 februari 1945 fietst Cornelis Gerrit Wiegers, adjudant bij de marechaussee in Finsterwolde, met zijn 21-jarige dochter Fia van Winschoten naar huis. Het is die dag de dertiende verjaardag van zijn zoon Gerrit. Een heuglijke dag voor de familie en dus oppert hij om krielkipjes te kopen voor de jarige Job. Dochter Fia werkt in het Diaconessenziekenhuis in Groningen en heeft een dagje vrij genomen.
Onderweg merkt Wiegers ongebruikelijke activiteit van de Duitsers. Met een spiedend oog neemt hij alles waar en is vast van plan om dat later door te geven aan de illegaliteit. Maar zover komt het niet.

Vader en dochter hebben net hun jassen aan de kapstok gehangen of er stopt om zes uur 's avonds een personenauto voor hun deur. Vier mannen, SD’ers in burger, kloppen aan. Eén van hen is waarschijnlijk Klaas Coenraad van de Hof, SD’er van het eerste uur in Winschoten. Als een bezetene jaagt hij op het verzet in het Oldambt. Van hem is de uitspraak: ’'Heeft de Führer niet geschreven dat terreur met terreur moet worden beantwoord? Waarom zouden we dat niet doen!'
De Sicherheitsdienst gelast Wiegers zijn dienstpistool af te geven. 'Mien, ze komen me halen!' is het enige dat Wiegers nog tegen zijn vrouw Harmina kan zeggen als hij naar buiten moet.
Hij ziet dat in de auto nog twee mannen zitten en herkent hen. Het zijn twee Schanskers, douanechef Jan Driegen en smid Hendrik Frans Dresselhuis, mannen uit zijn verzetsgroep Marx. De forse Wiegers moet tussen hen in plaatsnemen. Alledrie worden ze eerst overgebracht naar het Huis van Bewaring in Winschoten en later naar Groningen. Iemand anders van de groep slaat bij verhoor door en zo komt de SD achter de organisatie. Ernst Kleinwort van de Wasserschutzpolizei, die Wiegers qualitate qua kent, probeert nog een goed woordje voor hem te doen. Tevergeefs. Hem wordt te verstaan gegeven dat niet nog eens te doen, anders is hij zijn leven niet zeker.

Hoge piet

Wiegers is een hoge piet binnen het verzet. Hij is compagniescommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, een bundeling van verzetsgroepen. Hij verspreidt het illegale blad Trouw, bezorgt bonkaarten, persoonsbewijzen en geeft geld aan onderduikers.

Met ds. Bas Jan Ader uit Nieuw Beerta helpt hij joden aan een schuiladres. Die operatie verloopt niet zonder risico. De dominee haalt vaak joden op uit het westen van het land. Met vervalste papieren reizen zij met de laatste trein naar Nieuweschans. Op zijn verzoek moeten zij plaatsnemen in de laatste coupé. Zelf zit hij in de coupé daarvoor. Ader drukt hen op het hart de stopplaatsen één voor één goed te tellen zodat ze niet op het verkeerde station uitstappen. En, heel belangrijk: uitstappen aan de verkeerde kant van het perron, zo prent de dominee hen in.
Want in Nieuweschans wacht of Wiegers met zijn fiets of dokter Bert Burema uit Nieuw Beerta met zijn auto om de vluchtelingen naar veiliger adressen te brengen. De dag van de ’dropping’ is zorgvuldig gepland. In de grensplaats opereren twee politiemannen, van wie één niet te vertrouwen is. Wiegers geeft aan de dominee door wanneer deze dienst heeft.

Domineesechtpaar

In de nacht van Wiegers’ arrestatie wordt in Oostwold ds. Wouter Albert Krijger opgepakt. Een van de onderduikers slaat na een genadeloos verhoor door en noemt Krijgers naam als verzetsman. Het domineesechtpaar verbergt het 9-jarig joodse jongetje Abraham Simon van Dam, Fred in de omgang. Fred, in het dorp bekendstaand als Frits Kroon, is zogenaamd het neefje van mevrouw. Zij heeft een donker uiterlijk en dus kan Fred, alias Frits, doorgaan als familie en dus gewoon naar school in Oostwold.

De gereformeerde predikant belandt via het Scholtenhuis in Groningen in concentratiekamp Neuengamme waar zijn haar wordt afgeschoren en zijn naam wordt uitgewist. Om zijn nek bungelt voortaan een zinken plaatje met een nummer. Krijger is in Groningen zó zwaar mishandeld dat zelfs artsen van de SS hem afkeuren voor dwangarbeid in het kamp. Hij overleeft de verschrikkingen, maar met een gummiknuppel is echter zo langdurig en hard op hem ingebeukt dat hij de rest van zijn leven nooit meer op zijn linkerzij kan liggen.
Nu ds. Krijger niet meer voor Fred kan zorgen, neemt politieman Liebe Reitsma, ook gereformeerd, die taak over. Hij is onzichtbaar in het verzet, waarschuwt joden voor deportatie en helpt Fred de oorlog te overleven. Als dank vraagt Fred later voor zijn redders postuum de Yad Vashemonderscheiding aan.

Naar de drie verzetshelden van de groep Marx worden in hun woonplaats straten vernoemd. Een mager eerbetoon. Want onder hun namen staat niet wie zij waren, hoe moedig hun strijd was en hoe zinloos hun offer.

In de vroege zondagmorgen van 8 april 1945 wordt het drietal in de Drentse bossen gefusilleerd. Wiegers (50) en Driegen (46) in Anloo, Dresselhuis (43) in Norg. Kort daarna, op 13 april, is Noord-Drenthe bevrijd.

Bronnen:
Een grens werd overschreden, Sietse Huizingh
De jacht op het verzet, Ad van Liempt
Archief Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG)