Verhalen uit de regio

500-heden

’t Pad: wandelen door de geschiedenis

Het Pad is één van de weinige nog bestaande oude, niet bestrate of geasfalteerde paden die de provincie Groningen nog kent. Het is de oudste verbindingsweg over de zandrug in het zuidelijk Westerkwartier tussen Marum en Tolbert. Vooral bij ruilverkavelingen zijn er heel wat zulke oude wegen gesneuveld. Oorspronkelijk vormde het Pad een doorgaande verbinding tussen Marum en Tolbert.

’t Pad: wandelen door de geschiedenis

Het Malijksepad, tussen Marum en Nuis. – Foto: Wim en Ina Tukker

De naam Pad wordt hierna voor de gehele route gebezigd, maar het traject kent verschillende (oude) benamingen. Vanuit Marum zijn dat achtereenvolgens Malijksepad tot Nuis; vanaf de Wester Nuismertocht tot de Jonkerweg Oude Weg; vervolgens naar Niebert ’t Pad; tenslotte vanaf de Halbe Wiersmaweg bij Niebert Holmerpad, tot aan Tolbert.

Route

De benaming Malijkse Pad is afkomstig van het vroeger bij Marum gelegen gehucht Malijk, dat nu helemaal in de dorpsbebouwing is opgenomen. Dit pad begint bij de Dorpsstraat in Marum. Malijk telde in de 16de eeuw zes boerderijen of heerden, waaronder de Renkemaheerd, ooit een steenhuis. Dat wil zeggen: een verdedigbare stenen toren bij een ‘schathoes’ (boerderij). Hetzelfde geldt voor de Frimaheerd.

Het laatste gedeelte, vanaf de Halbe Wiersmaweg bij Niebert naar Tolbert heet het Holmerpad en voert naar de Holm (= eilandje; zandige hoogte). Dit gedeelte is langzamerhand door aanwonenden ‘geannexeerd’. Het is aangepast aan de woonomgeving en daardoor niet meer toegankelijk, alhoewel het oorspronkelijke ‘recht van overpad’ op papier nog schijnt te bestaan.

<p>Het oude Holmerpad loopt nu vooral door tuinen, zoals hier bij de Marthahoeve. - Foto: Albert Houwer, Marthahoeve, Tolbert</p>

Het oude Holmerpad loopt nu vooral door tuinen, zoals hier bij de Marthahoeve. - Foto: Albert Houwer, Marthahoeve, Tolbert

Het Pad is een schilderachtige route die voert langs boerderijen, maar ook over de erven zelf, over houten vlonders, betonnen bruggetjes en langs weilanden en akkers, bossen en landen, singels en tuinen. Ook voert het Pad langs verschillende waterlopen. De Holtropswijk of Pierswijk, bij Marum, dateert van omstreeks 1850. Wijken werden oorspronkelijk aangelegd voor exploitatie van venen. In dit gebied vond al vroeg – vanaf de middeleeuwen – veenwinning plaats voor brandstof. Deze wijk werd ook gebruikt om hout aan te voeren naar een timmerfabriek aan de Kruisweg. Het pad kruist deze wijk via een draaibrug. De Wester Nuismertocht en de Lange Niebertertocht speelden een belangrijke rol bij de waterafvoer uit de venen. Het Tolberterkanaal of de Tolbertervaart was vooral van belang voor de scheepvaart.

De latere verbinding tussen Marum en Tolbert is respectievelijk de Kruisweg, vervolgens de Molenweg via Nuis naar Niebert en gaat vandaar verder als Molenweg naar Tolbert. Het Pad loopt een stuk zuidelijker. De oude bebouwing ligt aan dit pad, en dat verklaart waarom die een stuk zuidelijker ligt dan de latere verbindingsweg.

Bezienswaardigheden en verhalen

Aan het pad liggen de oude boerderijen zoals de eerder genoemde Frimaheerd en Renkemaheerd. Bij Nuis lagen de de Heringa-, de Harkema- en Fossemaheerd, later samengevoegd tot het landgoed Coendersborg, dat nu zo’n 81 hectare groot is en beheerd wordt door Stichting Het Groninger Landschap. Bij Niebert ligt aan het Pad het Iwema Steenhuis.

Langs de route liggen verschillende bezienswaardigheden. Bij Nuis is dat de Coendersborg met landbouwmuseum ’t Rieuw. Bij Niebert ligt het Iwema Steenhuis, nu ook een museum. Het is het enige overgebleven steenhuis in Groningen en dateert van omstreeks 1400. Het is vernoemd naar de eigenerfde boerenfamilie Iwema die er generaties lang woonde.

Er zijn ook ‘modernere’ zaken langs het Pad. Zo is bij Niebert er een kwekerij van zogenaamde ‘hoogstamvruchtbomen’ van de pomoloog Jan Woltema bij Niebert. Hoogstamvruchtbomen zijn oude fruitrassen: tegenwoordig zijn juist bomen met lage stammen gekweekt, om gemakkelijker fruit te kunnen plukken.

Over en bij het Pad spelen verschillende verhalen, zoals over een spookhond die het Holmerpad langsliep, richting Marum. Bij de Coendersborg waren spoken gezien, maar achteraf bleek het een dochter van de schoolmeester/koster te zijn, die in het donker in nachtpon nog een brief postte. Volgens mondelinge overlevering zou er aan het Malijkse Pad in de middeleeuwen een oude eik hebben gestaan, waaronder ‘buurrechters’ – de rechters uit de omgeving – een eed moesten afleggen.

Plantengroei met eigen karakter

In alle jaargetijden heeft het Pad een eigen karakter met de zogenaamde ‘stinzenflora’. Dit zijn ‘vroege voorjaarsbloeiers’, als speenkruid en bosanemonen. De naam is afkomstig van het Friese woord ‘stins’, dat steenhuis betekent: In Groningen worden deze planten ook wel ‘börgbloumkes’ genoemd. Lang geleden is een deel van deze planten van elders, meest vanuit zuidelijke streken aangevoerd, zoals holwortel en winterakoniet. De keizerskroon is oorspronkelijk zelfs afkomstig uit Azië.

Later in het jaar volgen planten als pinksterbloemen, gele lis, russen en waterkers. Overvloedig bloeien er zuring, boterbloemen en weegbree. In de herfst groeien er paddestoelen als aardappelbovist, kastanjeboleet en buisjeszwam. Van de uitgestrekte heidevelden die deze streek in het verleden kende, is nog een klein stukje bewaard gebleven bij de Coendersborg.

Langs de route staan vele soorten bomen en struiken: es, meidoorn, vlier, knotwilg en vele elzen van elzensingels. Het zijn de onderdelen van een typisch kleinschalig, afwisselend landschap. De fauna bestaat uit cultuurdieren als schapen, koeien en paarden en eenden. Maar het Pad kent ook tientallen broedvogelsoorten en een vogelpopulatie variërend van de reiger tot het goudhaantje.

Kortom: het Pad is een prachtige wandeling door de geschiedenis en de natuur van het zuidelijk Westerkwartier.

 

Bronnen:
G.H. Ligterink, Tussen Hunze en Lauwers (Groningen 1968)
Edward Houting, ‘Stappen in het landschap. ’t Levenspad’, Noorderbreedte (1999) 
Natuurroute Westerkwartier, ’t Pad op, de lanen in (Niekerk 1997)
W.T. Vleer, Duizend jaar Vredewold (1968)
W.T. Vleer, Gemeente Marum door de eeuwen heen (Marum 1973)
W.T. Vleer (samenst.), Rond terpen en brinken. Uit de historie van Westerkwartier en Noordenveld (Leek 1981).