Verhalen uit de regio

1300-heden

De duivel en zijn moer in het Bourtangermoeras

In de 16e eeuw was het Bourtangermoeras een vrijwel ontoegankelijk gebied. V-vormig, met in het midden de zandrug van Westerwolde. De bewoners moesten leven met dat moeras. Best spannend, als we alle volksverhalen moeten geloven.

De duivel en zijn moer in het Bourtangermoeras

Hiplichten in het veen. - Schilderij: Geert Schreuder

Het moeras was het domein van de duivel, die geen gelegenheid onbenut liet om je de zompige veendrek in te trekken, de dood in. Hoe dat ging wist niemand, want degenen die in het veen verdwenen waren, konden het niet navertellen.
Rond het moeras moest je vooral uitkijken voor de handlangers van de duivel: de heksen, die een verbond met de duivel gesloten hadden. Soms te herkennen aan hun geringe gewicht, want hoe kon je anders vliegen op een bezemsteel? Soms aan de zwarte kat die langs hun benen streek. Zij werden ervan verdacht de heksenkringen bij te wonen. Zoals die in Weener in Ost Friesland. Men wist zeker dat heksen daar regelmatig op de bezemsteel naar toe vlogen. Bekwame heksen gebruikten de badkuip voor hun reis. Via de schoorsteen roofden ze daar in Duitsland het vlees van de wieme en haalden ze kasten leeg voor hun woeste feesten in het moeras.

Viel de man des huizes plotseling dood neer en voldeed de vrouw aan één van de beschrijvingen, dan had je vast met een heks van doen. Wilde de room bij het karnen niet boteren? Dan moest je je ernstig afvragen wie er bij in de buurt was geweest. En werden er in een gezin zeven meisjes geboren, dan was één daarvan zeker een heks. Besmettelijke ziektes werden door kwade heksen verspreid. Goedaardige heksen kwamen nog wel eens van pas. Zij konden de toekomst voorspellen.
Maar niet altijd was het zo duidelijk. Zo was er in Ter Apel de baker Maria. Voor de buitenwereld een zeer vrome vrouw. Zij hielp een kind ter wereld dat na de geboorte maar bleef huilen en huilen en huilen. Iedereen werd er gek van, behalve Maria. De ouders kregen onverwachte hulp van een Pruisische zwerver die adviseerde om een haarlok van het kindje af te knippen en in het vuur te werpen. Aldus geschiedde en wonderbaarlijk, het kind viel in slaap. Op dat moment betrad Maria de woning en snoof de schroeilucht op. Ze vertrok, halsoverkop, en niemand heeft haar nog ooit gezien.

Heksen konden ook vermomd zijn als koopvrouw, levensgevaarlijk! Ze gaven nietsvermoedende vrouwen een appel. Aten die er van, dan kregen ze vreselijke buikpijnen, ’n porre in ’t lief. Deze pad moest dan door een strijker uit het lijf verdreven worden. Wie de appel niet gegeten had, had geluk; die vond hooguit een pad op de fruitschaal.
De toenmalige drost van de Burcht in Wedde opende eind 16e eeuw de heksenjacht. Met het handboek Malleus Maleficarum in de hand liet hij de vermeende heksen testen. Ze werden gewogen, ze moesten de drijftest ondergaan en bij twijfel werden ze gemarteld in de kerkers van de Burcht. Meestal werden de vrouwen te licht bevonden en eindigden op de brandstapel op de Gieselbaarg. Ter leering ende vermaeck.

Mannen

Maar het waren niet alleen vrouwen waar je voor uit moest kijken. In Jipsinghuizen woonde Lange Hilvert. Hij had een kwaad oog. Een argeloos boerenechtpaar nam hem als knecht in dienst. Niet lang daarna ging het varken dood. Toen ook het paard dood voor de wagen neerviel, was het duidelijk!
Bij afwezigheid van de knecht zocht het echtpaar alles bij elkaar waar een lange steel aan zat. En al die bezems, zeisen en stokken werden in kruisvormen op de grond gelegd, op het erf en in huis.
Hilvert kwam, zag en verdween voor altijd.

En dan hebben we het nog niet gehad over de hiplichten, de dansende lichtjes boven het veen. Zieltjes van ongeboren of doodgeboren, niet gedoopte kindjes. Over wedergangers die hinderlijk kwamen rommelen na hun dood en over de veurlopers, mensen met een ‘tweede gezicht’, die de toekomst konden voorspellen. En dan had je nog de aulken, mannen met wonderlijke gaven. Zoals Engel Pomkeblad, die kon lopen over waterplanten en mensen op de markegronden van Onstwedde de stuipen op het lijf joeg. Daar stoof hij langs op een boerenwagen zonder paard en dan moest je maken dat je weg kwam.
Nee, het viel echt niet mee, dat leven in de 16e eeuw aan de rand van het Bourtangermoeras.

 

Met dank aan Harm van der Veen, auteur van het boek De Duivel en zijn Moer, huiveringwekkende verhalen uit het veen. Een boek vol volksverhalen, verzameld en opnieuw verteld. Het boek is in november 2017 verschenen. ISBN 9789462582361