Levend erfgoed

1914-heden

Spelen en spullen tijdens verhalencafé Verhildersum

De Historische Dagen van landgoed Verhildersum in Leens stonden in 2015 in het teken van (op)groeien op het Hoogeland. De Verhalen van Groningen was aanwezig met een verhalencafé, waar bezoekers zich konden wagen aan ouderwets hoepelen of steltlopen en konden proeven van grootmoeders snoepjes. Een ander spel was 'raad je plaatje'. In samenwerking met Onze Spullen 2.0, een initiatief van  Landgoed Verhildersum, Openluchtmuseum Het Hoogeland en het Visserijmuseum in Zoutkamp, zochten we naar de verhalen achter in onbruik geraakte voorwerpen.

Spelen en spullen tijdens verhalencafé Verhildersum
De loophut op landgoed Verhildersum, waar het verhalencafé werd gehouden. Op de foto's objecten van 'Onze Spullen 2.0'. - Foto: Ingeborg Bennink

Het is mooi weer op zondagmiddag 9 augustus. Op het veld staat een oude dorsmachine te ronken en er zijn demonstraties schapen drijven. Mensen in historische kledij flaneren of zijn hard aan het werk: zeisen, garnalen pellen, pottenbakken. In de loophut, vroeger een stal waar dieren bij slecht weer in konden schuilen, hangen foto's van oude voorwerpen. Lou Guikema, in kostuum, vertelt tijdens het verhalencafé hoe hij als kwajongen met een katapult de witte porseleinen isolatoren kapotschoot die hoog in de palen langs de weg hingen. Hij toont een katapult en een isolator, een van de meer dan 9000 stuks die hij en zijn vrouw hebben verzameld in hun isolatorenmuseum in Winsum.

Via de isolatoren komt het gesprek op de radio, de vroegere draadomroep. Lou laat een oude schakelaar zien, een kastje met een draaiknop. De ouderen in het publiek reageren meteen. “We schakelden één keer per jaar.” Een ander vertelt hoe zijn vader het radiosysteem illegaal uitbreidde. “Je kreeg één luidspreker bij de schakelaar en daar betaalde je huur voor. Mijn vader had een snoer door het hele huis getrokken en wat dingen aangepast zodat er we in meerdere kamers naar de radio konden luisteren. Je moest de schakelaar dan meenemen naar de juiste kamer, maar je moest wel uitkijken. Wanneer je hem in het verkeerde stopcontact stak, plofte de boel. Dat is een paar keer gebeurd. Dan was mijn vader kwaad: hij moest de boel weer laten maken bij een radiozaakje. De PTT moest niet weten dat je stiekem in meer kamers snoeren had aangelegd. Ik luisterde graag naar hoorspelen op de radio. En in 1953 heb ik het liveverslag op de radio gehoord van de overstroming in Zeeland.”

Janny Klok herinnert zich hoe ze samen met haar broers en ouders geld bij elkaar legde voor een televisie. “Alle drie 150 gulden. Een enorm bedrag, omdat ik toen maar 119 gulden per maand verdiende.” Haar man haakt aan: “Opa wilde zich alleen in de bedstede omkleden als de tv aanstond, want: 'De mensen in het kastje konden hem dan zo maar eens zien!'”

Pudding en buskegort

Een foto van een oude puddingvorm roept herinneringen op bij mevrouw A. Meijerhof uit Termunterzijl. “Vroeger kregen we altijd op zondag pudding uit zo’n stenen vorm. Sommige mensen hadden een puddingvorm in de vorm van een vis, maar wij hadden gewoon zo’n ronde. We hadden een vast ritme van eten. Elke zondag pudding toe. En op maandag bruine bonen of kapucijners, want dan was het wasdag. Dan door de week vaak iets van stamppot. En op zaterdag bruine bonensoep of erwtensoep en als toetje dikke rijst [een soort rijstebrij], soms hadden we ook wel eens griesmeel.” Een andere vrouw herkent een blik waar vroeger gort in werd gekookt. “De gort ging in de bus, die ging in het water en dat werd gekookt. Daarna ging de gort door de melk, maar het was geen gortpap! We noemden het buskegort en aten het tussen de middag.”

Ina Koning verhuisde als zesjarig meisje met haar familie van Ten Boer naar Argentinië. De Groningse huisraad ging mee, en de recepten en tradities: in Zuid-Amerika kookte ze samen met haar moeder klont. “Een lekkernij die alleen binnen het gezin werd gegeten, de Argentijnen wilden er niets van weten!”

Spugen

Voor Betsie Groen (79 jaar) roept de foto van een kwispedoor herinneringen op aan haar grootvader. “Mijn opa woonde in Zoutkamp. Hij was garnalenvisser, maar werd al vroeg blind, op zijn 42e. Toen kon hij niet meer vissen, maar hij zat altijd garnalen te pellen en dan kauwde hij pruimtabak. De kwispedoor stond dan in de vensterbank. Die wist hij op de tast te vinden. Als kinderen waren wij altijd bang dat hij ernaast zou spugen, maar het ging altijd goed. Hij kneep ook vaak in je arm, dan wilde hij even voelen of je al dikker was geworden.”

Meneer Wezeman uit Termunterzijl heeft ook verhalen over garnalen en visserij. “Termunterzijl was vroeger een echte vissersplaats. Na de oorlog zijn ze daar vooral garnalen gaan vissen. Voor de oorlog had je ook veel sprot, haring, sardien en bliek. Er waren vroeger veel schepen in Termunterzijl, de haven lag vol. Mijn vader is als 14-jarige begonnen op zee.
Vooral in de herfst werd veel bliek gevangen, die werd dan gedroogd en ging naar Twente, voor kippenvoer. Vader had ook grote houten haringtonnen. Daar ging haring in met zout en dat ging dan bijvoorbeeld naar IJmuiden.
In de winter lagen de schepen binnen. In het voorjaar werden ze opgeknapt. In april werd begonnen met garnalenvissen, dat duurde tot november. En dan werd er tot half december ofzo op bliek gevist. In de winter werden dan de netten hersteld. Mijn vader zat dan in zijn kamertje of gewoon lekker bij de kachel in de woonkamer de netten te boeten.
Op de laatste visdag van het seizoen kwam vader altijd thuis met 30 tot 35 kilo garnalen. Dan was de hele familie thuis om garnalen te pellen. Die gingen dan met zout in een Keulse pot, dat moest dan een nacht blijven staan en de volgende dag ging er azijn over. Dan hadden we de hele winter garnalen. We maken dit zelf nog steeds, maar nu in kleine potjes. Het smaakt heerlijk bij bruine bonen, stamppot snijbonen en witte kool.”

Spelen en spelletjes

Een ander thema van het verhalencafé is spelen. Welke spelletjes werden er vroeger buiten gespeeld? Een 76-jarige dame vertelt: “Ik zat in Stedum op de lagere school en we speelden veel op het schoolplein. Er lag allemaal grind en daar tekenden we dan de omtrek van huisjes en winkeltjes in. Met kamers. Dan had iedereen een huisje.”

Bewegende boerenkolen

Een man uit het naburige Middelstum vult aan: “We speelden veel buiten, tikkertje en verstoppertje. Ook voetbalden we graag. Er was een man die een heel keurig rijtje boerenkolen langs de weg had staan. Als de bal daartussen kwam was hij kwaad. We hebben een keer met pakjetouw alle boerenkolen aan elkaar gebonden. Toen zijn we achter een struik gaan zitten en trokken we dat touw heen en weer. Die man die wist niet hoe hij het had. Die vloog naar buiten om te kijken wat er gebeurde. Maar hij zag niemand. Daar hebben we de hele avond lol van gehad.”

Tennissen

Heero Forma werd in 1938 geboren in Eppenhuizen. Als jongen van een jaar of vijftien kwam hij bij de tennisclub De Weer in Stedum. “Vrienden waren al lid en ze vroegen mij of ik er ook bij wilde komen. Mijn broer kon beter tennissen, ik deed gewoon mee voor de lol. Vooral na afloop was het op zaterdag vaak gezellig in café Duursma.”
Tennissen deed je voornamelijk in witte kledij, in elk geval tijdens wedstrijden. “Ik droeg eerst een korte broek, maar als je ouder werd, droeg je een lange. Iedereen had sportschoenen aan, met gymnastiekzolen.” Forma speelde niet vaak wedstrijden. “Een keer heb ik met iemand een dubbel gespeeld. We waren nog maar net begonnen of mijn partner zei: 'Niet te veel kletsen jij, anders wordt het nooit wat!'”
Tennis was destijds een redelijk elitaire sport, bedreven door de rijkeren. Het lidmaatschap van de tennisclub was alleen weggelegd voor de hogere standen. “Boerenkinderen waren lid, de kinderen van de notaris en dergelijke.” Formaspeelde, als zoon van een herenboer, op school wel gewoon met kinderen van lagere standen. “Je was je er niet zo van bewust dat de kinderen van de timmerman en de smid tot een andere stand behoorden, en er was bovendien in een klein dorp ook niet veel keuze in speelkameraadjes. Je kwam ook wel bij elkaar thuis. Maar lid van de tennisclub werden ze niet, en je kwam ook niet thuis met een vriendinnetje uit een andere stand.”

Waardevol

De zon verdwijnt achter de bomen van landgoed Verhildersum en de bezoekers van de Historische Dagen gaan langzaam weer naar huis. Door hun verhalen te delen, maken ze de geschiedenis inzichtelijk. Soms heeft een toevallige passant het antwoord op de vraag waar een bepaald object voor was. Lou Guikema is tevreden. “Ik kwam toevallig een oud-stukadoor tegen die dit herkende.” Hij laat een soort leren armband zien met kleine leren knopen erop. “Het is een soort stempel om structuur aan te brengen in natte stuc, vertelde hij. Het is zo waardevol om op die manier de geschiedenis van zo'n gebruiksvoorwerp te achterhalen.”

Onze Spullen 2.0 wil de collectie graag uitbreiden met verhalen van mensen die voorwerpen hebben gemaakt, ermee hebben gewerkt of ze gewoon herkennen van het gebruik van vroeger. Neem een kijkje op Verhildersum.nl/onzespullen en wie weet kunt u helpen!