Groninger Vrouwengalerij

Johanna Ader-Appels: een verzetsheldin in Oost-Groningen

Johanna Ader-Appels (1906-1994) werd verliefd op een man met wie ze voelde een “bestemming” te hebben. Ze trouwde met hem in 1935 en een paar jaar later werd hij dominee in Nieuw-Beerta. Daar werd het hun droom om een kerkelijk centrum te openen in het nabijgelegen buurtschapje Drieborg. Ader-Appels moest de weg naar hun “bestemming” in haar eentje afmaken: als verzetsheld werd haar man door de nazi’s gefusilleerd.

<p>Johanna Ader-Appels. Foto Lilly Samuel, Groninger Archieven<br />
&nbsp;</p>

Johanna Ader-Appels. Foto Lilly Samuel, Groninger Archieven
 

Johanna Adriana Appels groeide op in Driebergen in de buurt van Utrecht, ze was de jongste van het gezin en had twee broers en twee zussen. Na het halen van haar opleiding tot lerares Engels ging ze aan het werk bij een redactiebureau in Amsterdam. In het begin van de jaren ’30 zat ze in de trein bij een jongeman met wie ze voelde een “bestemming” te hebben. Zijn naam was Bastiaan Ader. In 1935 trouwde ze met hem en aan het eind van het decennium verhuisden ze samen naar Nieuw-Beerta. Daar werd Ader dominee.

Nieuw-Beerta

In Oost-Groningen trof het echtpaar een leegstromende kerk aan, lokale landarbeiders zagen meer in het communisme dan in de Heer. Johanna Ader-Appels en haar man zagen het als hun taak de kerkbanken weer vol te krijgen. Om haar man daarbij te helpen volgde ze een opleiding tot godsdienstonderwijzeres en organiseerde ze het jeugdwerk binnen de geloofsgemeenschap. De droom van het echtpaar was om een kerkelijk centrum te bouwen in het nabijgelegen Drieborg.

Verzetswerk

In de zomer van 1942, slechts een paar maanden nadat haar eerste zoon geboren werd, kreeg Johanna Ader-Appels een brief van een Joodse vriendin uit Amsterdam. Ze wilde in Nieuw-Beerta komen onderduiken om te ontsnappen aan de nazi’s. Het domineesechtpaar stemde in. Uiteindelijk huisvestte de pastorie – die verder uitgroeide tot een centrum voor hulp aan Joden en gestrande piloten – zes vaste onderduikers. Bastiaan Ader was daarnaast betrokken bij het beramen van een ontsnappingsplan voor Kamp Westerbork. Hij werd verraden en moest onderduiken, maar in 1944 werd hij door de nazi’s in Haarlem opgepakt en niet veel later in Veenendaal gefusilleerd. Zestien dagen daarvoor had Ader-Appels hun tweede zoon op de wereld gezet.

Ader-Appels zelf was in 1944, nadat ze de onderduikers elders in Nieuw-Berta had ondergebracht, door de Duitsers uit de pastorie verdreven. Het overlijden van haar man viel haar zwaar. Ze probeerde het te verwerken door te schrijven. Haar boek Een Groninger pastorie in de storm werd goed verkocht. Daarnaast zette ze zich onvermoeibaar in om de gezamenlijke droom van haar en haar man, een kerkelijk centrum in Drieborg, te realiseren.

Missie

Dat deed ze onder meer door het Dominee Aderfonds te initiëren. De stichting -die de naam van haar man droeg- werd in 1948 daadwerkelijk opgericht. Twee jaar later werd uit het fonds een religieuze leerkamer in Drieborg gefinancierd. Met het geld dat Ader-Appels verdiend had met haar boek kocht ze in diezelfde periode een huis in het buurtschapje.

Natuurlijk deed Ader-Appels dit werk vanuit haar geloof, maar ook uit liefde voor haar overleden man. Wie haar plannen in de weg stond, schond volgens haar zijn ideeën. Ze werd dan emotioneel en kon zich lastig staande houden in zakelijke besprekingen. Dat ze uiteindelijk, in 1973, werd benoemd tot hervormd predikant in Nieuw-Beerta, beschouwde ze als een belangrijke erkenning.

Johanna Ader-Appels stierf op 31 juli 1994 op 88-jarige leeftijd en werd begraven in Nieuw-Beerta. Ze werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, ontving het Verzetsherdenkingskruis en de Yad Vashem-onderscheiding, die door Israël wordt gegeven aan niet-Joden die de Joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog geholpen hebben.

<p>Illustratie: &quot;Johanna&quot; door Nienke Siegers</p>

Illustratie: "Johanna" door Nienke Siegers