Van Adorp tot Zuurdijk

1914-1989

De laatste boerderij in hartje Stad

Het is nu bijna ondenkbaar, maar tot in de jaren vijftig werden er nog koeien gehouden in de binnenstad van Groningen. De laatste boerderij in hartje Stad was gevestigd aan de Rademarkt nummer 27, naast het Sint Anthonygasthuis, op de plek waar nu de parkeergarage van Q-Park staat. De boerderij was van 1863 tot de verkoop in 1960 eigendom van de familie Bierling. Een aantal jaren later is het pand gesloopt.

Op de boerderij werden koeien gehouden en een melkloop gerund. Roelf Bierling en Martha Harssema trouwden op 20 mei 1926 en stichtten een gezin aan de Rademarkt 27 te Groningen. Ze kregen zeven kinderen - Henk, Rieks, Aaf, Barry, Jan, Anty en Roelf.

"De boerderij was niet als zodanig herkenbaar," zegt Anty Harssema-Bierling, de tweede dochter van het gezin. "Het was een heel diep pand, wel 70 meter. Alles zat achter elkaar.'' Ze herinnert zich alle winkels bij hen in straat. "Vanaf ons huis richting Zuiderdiep gerekend had je een bloemenzaak, een woninginrichting, een kruidenierszaak, een schoenmaker, een schilderszaak, loodgieter Reiziger, een manufacturenzaak, een slager, een visboer, en een sigarenwinkel. Aan de overkant had je op de hoek een brood- en banketzaak, weer een sigarenwinkel, een kaaswinkel, een slijterij, dan had je Groeneveld de lampenkoning, een schoenenzaak, dan de Kostersgang, dan de hoedenzaak, weer een slagerij en dan ging je naar het brede gedeelte waar nu de ingang van het politiebureau is. Vervolgens een kapperzaak en woonhuizen. En recht tegenover ons tussen de Molenstraat en de Radesingel zat Beugro, een schoenengroothandel. Het waren allemaal zaken in de periode tot 1960."

De voordeur werd volgens haar nauwelijks gebruikt. "Alleen met rouw en trouw. Naast het huis zat een grote houten deur, die wij 'de poort' noemden. Het was een baanderdeur, waar je met een wagen met bijvoorbeeld stro door kon rijden. Normaal zat dit gedeelte dicht en was er een klein deurtje waar je met de fiets door kon. Dus in die grote houten deur zat nog een loopdeurtje. Aan de rechterkant klapte de deur naar de zijkanten toe en de grote deur klapte naar de andere kant. De gang was zo’n drie meter breed en ongeveer zeventig meter lang."

Henk Bierling, (1927- 2006) de oudste zoon van Roelf en Martha Bierling, lepelt na al die jaren nog zo de indeling van woonhuis en boerderij op: "Het huis bestond uit drie vertrekken achter elkaar. Je had een soort voorkamer en dan kreeg je de alkoven. Een alkoof is een bedstee met een ruimte voor een stoel en een tafel, waar je je uit kon kleden, en je kon wassen vanuit een lampetkan. Eigenlijk een kleine slaapkamer, terwijl een bedstede niet meer is dan een bed afgesloten met kastdeuren. Er waren twee alkoven die behoorden tot de voorkamer. Overdag werden die door deuren afgescheiden."

"Dan kwam er een houten schot tussen de alkoof en de bedstede in de tussenkamer. Wij sliepen als kinderen in de bedstede, en vóór de bedstede stond het ledikant waar de jongsten sliepen. Dat ledikant was constant in gebruik. De ouders sliepen in de achterkamer; een woonkamer en keuken met bedstede. Onder de bedstede was de bewaarplaats voor de aardappels. Het rook daar een beetje schimmelig."

De tekening is gemaakt door Ante Harssema (echtgenoot van Anty, het zesde kind) vanuit de herinneringen van de kinderen die er zijn opgegroeid tussen ruwweg 1927 en 1955. De maten en afmetingen zijn dus niet ontleend aan vroegere bouw.
De tekening is gemaakt door Ante Harssema (echtgenoot van Anty, het zesde kind) vanuit de herinneringen van de kinderen die er zijn opgegroeid tussen ruwweg 1927 en 1955. De maten en afmetingen zijn dus niet ontleend aan vroegere bouw.

Broer Rieks(1928- 2005) vult aan: "In die tussenkamer lag je precies in het verlengde van de deur van de keuken naar de tussenkamer en de keuken naar de stal, en daar precies midden op de stal hadden we zo’n felle gaslamp. En als de koeien dan ‘s winters op stal stonden en het gaslicht brandde, en moe had het schot niet voor de deur gehangen, dan scheen het licht van die gaslamp door de keuken, door de tussenkamer, zo in onze bedstee. Dan was het een lichtzee bij ons in de tussenkamer. Dan trokken we een laken onder de dekens weg, en die spijkerden we voor de opening van de bedstee. De kwajongens zaten erachter en gingen pantomime spelen. Dan genoten we van wonder en geweld."

Stallen

Achter de woonkamer en de keuken zat een stevig houten schot met een deur. Dat was de scheiding tussen het woongedeelte en de stal. Henk: "De woonkamer was als het ware nog een deel in de stal uitgebouwd. Als de koeien wat onrustig waren, dan merkte je dat terdege in de woonkamer.'' Rieks: "De koeien van de bovenste stal waren met een ketting onder de bedstee van pa en moe vastgelegd. In de wand tussen het bed en de koeien was onderin een gat gemaakt, en daar werd de ketting door gestoken. Dus die bovenste koe, zoals wij dat noemden, zat tegen de bedstee aan. Die ketting rammelde altijd, maar dat hoorde je nooit meer, dat waren heel gewone geluiden.’’

Henk: "In de zomer kwam de wagen met hooi. In de Gasthuismuur kon je de geulen zien van de stalen tuit van de wielen die langs de zachte steen waren geschuurd. Het hooi werd opgestoken met een lange vork, en getransporteerd naar de zolder. Je begon achter de vakken te vullen en zo geleidelijk aan werkte je naar voren toe. Had je een goede zomer en veel hooi dan was de voorraad groter dan wanneer je een slechte zomer had. Dat betekende dat een koe die anders in de herfst geruimd of verkocht zou zijn, nog een winter overbleef, want je had voer genoeg."

Zijn jullie al klaar met schonen?

Bij vele woonhuizen in die tijd werden strozakken-onderbedden gebruikt. In de dorstijd van het koren werd aan de Rademarkt 27 gezorgd voor enige honderden gedorste schoven stro die op de zolder kwamen te liggen. In het voorjaar werd in menig huishouden grote schoonmaak gehouden. "Zijn jullie al klaar met schonen?" was een vraag die iedereen in die tijd verstond. Ook de strozakken in de bedsteden werden dan weer met vers stro gevuld. De mensen kwamen speciaal naar de Rademarkt om een aantal bossen stro te kopen. Die werden dan door de zolderdeuren in de voorgevel naar beneden gegooid voor bijvoorbeeld een prijs van een halve of een hele stuiver. Tegen de kerstdagen kwam ook meneer pastoor van de St. Jozefkerk altijd langs om stro te halen voor het kribbetje, dat in de kerststal een rol vervulde tijdens de druk bezochte nachtmis.

De zolder vormde een enorme bergplaats voor vele karrevrachten hooi. De wagens reden tot aan de voorgevel van het huis. Met de hooivork werd het hooi door twee naar binnenslaande deuren op de zolder gestoken en door iemand anders naar achteren geschoven. Vrijwel de hele zolder werd gebruikt. De zoldervloer met hooi bood dan tevens een prachtig isolerende laag om de warmte 's winters in de kamers eronder vast te houden. Dagelijks werd het hooi, tijdens de stalperiode van de koeien, door gaten in de zolder boven de koeien gedoseerd naar beneden gevorkt.

Het gezin van Roelf en Martha Bierling met van links naar rechts Aaf, Jan, Henk, Roelf, Barry, Martha, Anty en Rieks. De foto is genomen in mei 1947. - Foto: familie Bierling
Het gezin van Roelf en Martha Bierling met van links naar rechts Aaf, Jan, Henk, Roelf, Barry, Martha, Anty en Rieks. De foto is genomen in mei 1947. - Foto: familie Bierling