1945-1989

Wel lekker pittig en strak, maar ook met emotie en liefde

Ik ben in 1941 geboren in de stad Semarang op het eiland Java. De Indonesische cultuur is erg muzikaal. Iedereen is er met muziek bezig. Het hebben van een elektrische gitaar is een soort statussymbool, je bent de koning te rijk wanneer je er een hebt. Ik heb nog steeds een oude gitaar, een Höfner, die ik heb al heel lang. Als die gitaar kon praten…

Wel lekker pittig en strak, maar ook met emotie en liefde
Hans Valentin, geheel links, als gitarist van Dicky and the Jokers.

In Indonesië speelde iedereen een instrument. Je speelde Angkloeng, Gamelan, fluit en sommigen speelden basgitaar met een stok op een kist en ook gitaar. Vaak was het een vrouw die zong. In Indonesië speelde ik wel, maar mijn gitaar was een oud ding. Ik begon met het spelen van een C-akkoord, verder kon ik niets. 

En toen kwam de rock-'n-roll. Je had daar in Semarang de Tigerclub. Daar gingen al die jongelui naartoe. Het was een grote club met allemaal verdiepingen, boven was de danszaal. Daar speelden heel veel bandjes. Toen was ik ongeveer 15 jaar oud. De rock-'n-roll kwam overgewaaid uit Engeland, we luisterden naar de muziek van Bill Haley uit Rock Around The Clock, Chuck Berry, Elvis Presley en Cliff Richard. Deze stijlen pasten wij toe op onze eigen muziek. De zang werd soms in het Indonesisch vertaald. Ook wel in het Engels, er werd veel gecoverd. In het Indonesisch begrijpen mensen het beter.

Apeldoorn

In 1957 kwam ik naar Nederland. We woonden in Apeldoorn in een pension, wachtend op andere woonruimte. Dit pension zat bij Paleis het Loo. Hier begon ik met gitaarspelen op mijn bed, weer met dat C-akkoord. Maar uit verveling ging ik verder en leerde ik steeds meer bij. Je weet verder niets in Nederland, je zit met je vrienden uit Indonesië in dat pension. We gingen toen samen fietsen, naar de Apenheul en naar de stad. Achter de meiden aan. Verder hadden we toen nog niets. Op een gegeven moment, na een jaar of twee ben ik daar begonnen met werken in een visnettenfabriek.

Pension in het Noorden

Ik woon vanaf 1960/1961 in Groningen. Daar kwamen we terecht in pension het Noorden in de Turftorenstraat, dit was weer een pension met alleen Indische mensen die op een huis zaten te wachten. Hier gaven we eens in de week een feestje. En daar zaten we te rock-’n-rollen in de woonkamer. Met meisjes erbij. Dat was schitterend. Er werden lekkere gerechten klaargemaakt door de vaders en moeders van de meisjes en jongens. Ook in Groningen hadden of wisten we nog niets. Ik ben toen wel direct aan het werk gegaan bij een Amerikaans bedrijf: Langston Oversea. Wij maakten machines om karton te maken. Ik heb overal gewerkt in die tijd.

Indorock in Groningen is ontstaan bij 't Krotje. Daar kwamen in korte tijd allemaal bandjes opzetten. Dat ging van: "Hey, heb jij zin om een bandje op te richten? Oh ja wel! Wat speel je dan?" Dat vormde zich tot allerlei bandjes. Ik had Indische vrienden en ook Hollandse vrienden en bandleden. Dat was heel normaal. Je had wel groepen met Indische jongens, maar dat mixte goed met Nederlandse jongens. Ook bij 't Krotje. Als je goed luistert naar de Indische rock dan lijkt het net alsof je in een trein zit. Tak tak, tum tum tum, tak tak, tum tum tum. Je kunt met de melodie alle kanten op binnen dit ritme. Nederlanders spelen veel compacter. Wel pittig en lekker strak, maar Indonesische muziek gaat veel meer om emotie en liefde. En dat strakke Nederlandse met dat emotionele Indische, dat is indorock. Je had geweldige Indische muzikanten. Met name de Molukkers, die zijn van nature muzikaal. Maurits Hitijahubessy, die sologitaar speelde in Little Ritz and the Rocking Butterflies was zo’n geweldige muzikant. Niemand kon zo spelen als Maurits.

The Rocking Devils

Mijn eerste band was The Rocking Devils. Dat was samen met Jan Saffrie, Gitta Fredriks en... de laatste jongen weet ik niet meer. Jan kon echt goed rock-‘n-roll spelen. Gitta woont nu in Amerika en Jan is al op 35-jarige leeftijd overleden. The Rocking Devils hebben niet zolang bestaan. Waarschijnlijk van 1961 tot 1962, een jaartje dus. We speelden blues en probeerden eigen composities te maken. Wij improviseerden gewoon wat bij elkaar en iedereen vond het prachtig. We speelden ook covers van Elvis en Chuck Berry. Gitta was onze zangeres. We hebben maar één keer opgetreden in Apollo/Concertzaal De Jong. En dat was maar een kort optreden van een uurtje op een soort bandavond. Verder zijn we eigenlijk niet gekomen met The Rocking Devils.

The Travellers

Daarna ben ik naar The Travellers gegaan. Met de Travellers hebben we een foto gemaakt in een boom in het Noorderplantsoen. Daar zat ik helemaal bovenin met kort haar. Ik had het onder druk helemaal kortgeknipt. Gitarist Terrence Gout had ook bij Langston Oversea gewerkt. "Wij Amerikanen knippen ons haar toch kort!", zei hij. Toen heb ik dat gedaan, ik was de pineut. Mijn vrouw, met wie ik nog steeds samen ben, was heel boos. We gingen toen altijd repeteren in de Kleine Grachtstraat bij het Noorderplantsoen bij een oud vrouwtje, die we omaatje noemden. Bij haar in de woonkamer. Wij hadden geen zaaltje en het was gratis. Terrence kwam vaak bij haar en hij vroeg haar of we daar ook mochten repeteren. Ze zette koffie klaar en alle mensen die langsliepen keken naar binnen als we speelden. Het was een benedenwoning. Ze had zo’n oude potkachel, daar zette ze een ketel met water op en zo maakte ze koffie. We speelden materiaal van The Tielman Brothers, dat was toen heel erg in en ook muziek van The Shadows. Met The Travellers heb ik enkele keren opgetreden, ze hebben later zonder mij ook nog in Duitsland gespeeld.

Dicky and the Jokers

Later ben ik weggegaan bij The Travellers om bij Dicky and the Jokers te gaan spelen. Het was een heel erg bekende band in Groningen, want Dicky had een stem als Elvis Presley. We hebben overal in een straal van vijftig kilometer gespeeld. Maar het meeste speelden we in de Flintstonebar aan de Gelkingestraat. Daar kon je wat drinken aan de bar, een beetje kletsen. Aan het eind van de avond kwamen al de prostituees er binnen. Daar was helemaal geen last mee. Ze waren dolenthousiast en deden verzoekjes. Dicky was op een gegeven moment van het podium verdwenen om op de wc te gaan zingen, om gewoon een beetje iets aparts te doen. Die vrouwen vonden dat allemaal schitterend. We kregen heel veel rondjes. Dicky was echt een idool, het was een makkie voor hem om de zaal op de kop te zetten met nummers als Devil in Disguise van Elvis. De barkeeper heette Koene. Het was daar altijd harstikke gezellig. Daar zijn wij begonnen met Dicky and the Jokers. Het eerste begin was in een zaaltje achter in de Oosterpoort, daar gingen we altijd repeteren. Flinstonebar was onze thuishonk. Het was wel een ruige tent, alleen als er problemen waren dan kwam de uitsmijter en die loste het op. Wij hadden geen last, wij werden op handen gedragen. Met Dicky and the Jokers hadden we heel veel werk. We waren altijd aan het spelen. Er was ook een zekere Jan Steenhuis die van The Jokers karikaturen had gemaakt. Deze had hij aan de binnenkant van het raam van de Flintstonebar geplakt. Misschien zijn ze nog wel ergens?

Valentin heeft ook nog verhalen over meisjes en gevrij in 't Krotje, over zijn band The Parttimers en de gouden tijden die ze beleefden op feesten en partijen, over stugge Groningers die eerst moeten zoepn' voordat ze gaan dansen... Dit is allemaal te lezen op de site van het Groninger Poparchief