Johan Fabricius: 'Schrijven is dromen'

‘Toen viel – kon het ongelukkiger – het gloeiende eindje van de kaarsenpit in het vulgat; de brandenwijn daarbinnen vatte vlam. De duigen scheurden met een doffe knal uit elkaar en de brandende vloeistof bedekte de hele kelderbodem. Met een schreeuw vloog de botteliersmaat het laddertje op, zag twee putsen water staan, die Hajo en Rolf gebruikten bij het dekschrobben, greep de putsen en keerde boven het luik om. ‘Padde! Wat is er?’ ‘Brand. Brand!’.

Johan Fabricius: 'Schrijven is dromen'

De Openbare Bibliotheek in de Korrewegwijk 1969 - Foto: Persfotobureau D. van der Veen, www.beeldbankgroningen.nl (1785-03424)

Enkele lezers zullen bovenstaand fragment wellicht herkennen, nieuwe lezers kunnen nog steeds kennis maken met Padde, Hajo en Rolf. Het moment dat de scheepsjongen Padde niet oplet en brand veroorzaakt is één van de vele spannende momenten waarover gelezen kan worden. De drie bekende vrienden kwamen in 1924 tot leven in het boek De Scheepsjongens van Bontekoe. De creatie van Johan Fabricius (1899-1981) sprak zoveel lezers aan, dat de naam Bontekoe van de schipper uit de zestiende eeuw, onlosmakelijk verbonden werd met de titel van het jeugdboek. Fabricius wist de jongens zo’n overtuigende rol te laten spelen op het schip van Bontekoe, dat ze als helden voortleven en ze in de stad Hoorn zelfs een eigen standbeeld kregen. De kracht van het verhaal werd zo letterlijk verbeeld toen de denkbeeldige vrienden dezelfde eer te beurt viel als de historische figuur schipper Bontekoe.

Nederlands-Indië

Achter een aansprekend verhaal, moet een bijzondere schrijver schuilen. De levendige beschrijvingen van het leven aan boord van een VOC-schip en het leven in Nederlands-Indië, lichten een tipje van de sluier van het leven van Johan Fabricius. Hij voelde zich naar eigen zeggen ‘innig verbonden’ met het land waar hij geboren was, en een deel van zijn jeugd had doorgebracht. Met zijn Drentse vader en Friese moeder woonde hij jarenlang in Batavia, het huidige Jakarta in Indonesië.

De wereld als inspiratie

Fabricius schreef tijdens zijn leven meer dan honderd verhalen. Inspiratie voor het schrijven van zoveel avonturen, deed hij in veel landen op. Na zijn jeugdjaren in Nederlands-Indië, kreeg zijn vader een baan in Parijs. Tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog vertrok hij naar het Oostenrijkse front om daar verslag te doen. Enkele jaren later liet hij zich inschepen op een schip richting Zuid-Amerika en schreef hij reisverhalen over zijn avonturen aan boord en in de binnenlanden van het continent. Na zijn eerste huwelijk in 1925 vertrok hij samen met zijn vrouw voor een lange rondreis rond de Middellandse zee en later door Oostenrijk en Italië. In 1935 verdiende hij genoeg geld met zijn verhalen, om op wereldreis te gaan naar Indië, China, Japan en Amerika.  

Thuis in Glimmen

Toen hij voor het eerst weer terugkwam in zijn geboorteland Nederlands-Indië, zag hij al de veranderende verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Toen hij in de jaren veertig in Londen woonde en voor de BBC aan de slag ging, mocht hij verslag doen van de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië. In 1956 keerde hij definitief terug naar Nederland en in 1963 ging hij samen met zijn tweede vrouw in het Harense Glimmen wonen. Daar overleed hij op 81-jarige leeftijd en werd hij enkele dagen later begraven in Noordlaren.

Zelf zei Fabricius over de creaties die hij achterliet; ‘Schrijven is dromen! Je moet ideeën hebben, een klimaat scheppen. Dat is een verrukkelijke gewaarwording, als je onder het schrijven merkt, dat boek schrijft zichzelf.’. Tijdens het lezen van De Scheepsjongens van Bontekoe gebeurt het omgekeerde; het lezen gaat vanzelf, de lezer stapt in de wereld gecreëerd door Fabricius.

De Openbare Bibliotheek in de Korrewegwijk 1969 - Foto: Persfotobureau D. van der Veen, www.beeldbankgroningen.nl (1785-03424)
De Openbare Bibliotheek in de Korrewegwijk 1969 - Foto: Persfotobureau D. van der Veen, www.beeldbankgroningen.nl (1785-03424)