Groninger Vrouwengalerij

Geertruida Römelingh: een feministisch uitgeefster

De ideeën van de eerste feministische golf werden onder andere verspreid door boeken. Geertruida Römelingh (1850 – 1944) droeg hier als feministisch uitgeefster en boekhandelaar actief aan bij. Ze was vanaf het eerste uur betrokken bij verschillende vrouwenorganisaties.

Uitgeversvak

Geertruida Römelingh werd geboren in de stad Groningen. Hier groeide ze op in een gezin van zeven kinderen met vader Joannes Römelingh en moeder Aukje Kranenburg. Haar vader had een boekhandel en een uitgeverij aan de Herestraat 38. Na zijn overlijden in 1892 namen moeder en dochter het familiebedrijf over. Toen het bedrijf over werd genomen, besloot Geertruida Römelingh voor zichzelf te beginnen.

Geertruida Römelingh heeft zich gedurende haar leven in Groningen op verschillende manieren ingezet voor de emancipatie van vrouwen. Ze stond voornamelijk bekend als uitgeefster. Naast scheurkalenders en kinderboeken gaf zij voornamelijk vrouwengeschriften uit. Als ondernemer met een eigen wil heeft ze middels het uitgeven van boeken bijgedragen aan de eerste feministische golf.

Vrouwenbeweging

In 1894 raakte Geertruida Römelingh betrokken bij de Vereeniging de Vrouwenbond, een organisatie die zich bezig hield met de emancipatie van vrouwen. In 1899 nam ze zitting in het bestuur van de bond, als vicesecretaris en penningmeesteres. Via haar lidmaatschap van de Vrouwenbond nam ze ook deel aan de organisatie van de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid, die in 1898 te Den Haag werd gehouden. Ze vertegenwoordigde het Noorden van Nederland in de rubriek van handel. Daarnaast richtte ze in de tentoonstelling een boekhandel op en gaf verschillende publicaties uit ten bate van de tentoonstelling. Römelingh’s eerste publicatie als zelfstandig uitgeefster betrof de rede van Marie Jungius over haar tentoonstellingsplannen.

Firma G. Römelingh en Co

In 1908 ging Geertruida Römelingh een samenwerking aan met Cato Lubach, werkzaam in de Openbare Leeszaal en de Boekerij in Groningen. De uitgeverij en boekhandel verhuisden vervolgens naar de Jozef Israëlsstraat 12. De dames gingen zich in nog grotere mate bezig houden met ‘vrouwenarbeid in de ruimste zin, van vakopleiding, kinderopvoeding en het daarmee samenhangend verenigingsleven’. Op de bijeenkomst van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in 1908 te Amsterdam kwamen ze Johanna W. A. Naber tegen, een bekende feministe en historica. Zij was bereid advies en financiële steun te geven aan de firma. Ook gaf Naber vele van haar werken uit bij Römelingh en Lubach.

Problemen

Een paar jaar later raakte Geertruida Römelingh betrokken bij de tentoonstelling ‘De Vrouw 1813- 1913’, gewijd aan de prestaties van de vrouw in honderd jaar Nederlands koninkrijk. Het lukte haar echter niet om een even grote rol te spelen zoals bij de tentoonstelling van 1898. Door financiële problemen begonnen de organisatoren van de tentoonstelling te twijfelen aan haar vroegere beleid. Daarnaast bleek ze een vrouw met een eigen wil, met wie samenwerken niet altijd even eenvoudig was. In 1914 kwam er een einde van de firma G. Römelingh en Co. In totaal verschenen er 36 publicaties van de uitgeverij.

Weg uit Groningen

Na de Eerste Wereldoorlog vertrok Geertruida Römelingh naar Blaricum. In 1920 gaf ze een lezing over ‘de vrouw in het boekenvak’. In 1935 werd ze opgenomen in rusthuis Zonneschijn. Op 15 maart 1944 overleed ze op 94-jarige leeftijd in de Willem Arntsz Hoeve te Den Dolder. Op 20 maart 1944 is ze begraven in het familiegraf op de Zuiderbegraafplaats te Groningen.

Als feministisch uitgeefster heeft Geertruida Römelingh veel betekend voor de vrouwenbeweging van de eerste feministische golf. Haar ondernemersgeest en eigen wil hebben er voor gezorgd dat talloze feministische werken over Nederland werden verspreid.