1300-1648

De kroniek van Sicke Benninge

Sicke Benninge schrijft in het eerste kwart van de 16de eeuw een kroniek: Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden en de der stadt Groningen. Stadjer Benninge beschrijft vooral zijn eigen tijd vanuit het perspectief van de stad.

De kroniek van Sicke Benninge
Kwitantie voor ontvangen gelden, ondertekend door rentmeester Sicke Benninge (1524) - Collectie RHC Groninger Archieven (2100-854.28.2).

Over de persoon van Benninge staat niet veel vast. Zijn geboorte- en sterfjaar zijn niet bekend. Hij is vermoedelijk vóór 1465 geboren, mogelijk zelfs al rond 1455. In 1530 leeft hij nog. Hij schrijft in de inleiding van kroniek dat hij de geschiedenis wil beschrijven tot dat jaar. Waarschijnlijk is hij vóór 1536 gestorven. Zijn woonhuis behoort dan aan iemand anders. In 1528 sterft zijn vrouw, Roelofje Benninge. Er zijn aanwijzingen dat dit zijn tweede huwelijk is. Met zekerheid zijn drie dochters bekend: Clara Doma, Tiauke Volens en Hebbele Wyffringe. Zij trouwen binnen het Groningse patriciaat.

Brouwer, kerkvoogd, cijsmeester

Sicke Benninge treedt in 1496 toe tot het brouwersgilde van de stad Groningen. Daarnaast bekleedt hij in Groningen meerdere functies. Zo was hij onder meer verschillende jaren kerkvoogd van de Akerk. Waarschijnlijk was hij in de jaren 1505-1506 lid van de raad. In de jaren tussen 1519 en 1524 was hij een van de rentmeesters van de stad Groningen; in 1523 en 1524 was hij ook cijsmeester (ontvanger van de accijnzen). Geschiedschrijver Ubbo Emmius noemt Benninge ook als hoofdman in 1504. Sicke Benninge was dus een vooraanstaand burger en betrokken bij het openbaar bestuur. Zijn betrokkenheid is hem aan het eind van zijn leven duur komen te staan. In 1528 dwingt de nieuwe raad vier rijke burgers, onder wie Benninge, borg te staan voor de stadschuld. Pas in 1541 zullen de erven Benninge hun geld terugzien.

De kroniek

Sicke Benninge schrijft in het eerste kwart van de 16de eeuw een kroniek: Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden en de der stadt Groningen. Stadjer Benninge beschrijft vooral zijn eigen tijd vanuit het perspectief van de stad. 

De kroniek van Benninge bestaat uit drie delen. Deel I bevat allereerst een inleiding van de auteur op het hele werk. Daarop volgen de herkomst van de Friezen als afstammelingen van de Trojanen, de Friese Vrijheid en een beschrijving van de Zeven Friese Zeelanden.

Deel II bevat twee afzonderlijke kronieken over Groningen: de kroniek van Johan Lemego (1110-1422) en de anonieme 'Groninger Annalen' (1425-1478). Daartussen is een dossier met zeven verdragteksten opgenomen.

Het zegel van Sicke Benninge aan een oorkonde van 11 september 1528. Collectie RHC Groninger Archieven (1539-186, reg.nr. 723). Foto: Marij Kloosterhof
Het zegel van Sicke Benninge aan een oorkonde van 11 september 1528. Collectie RHC Groninger Archieven (1539-186, reg.nr. 723). Foto: Marij Kloosterhof

Deel III is de eigenlijke kroniek van Benninge. Het is het omvangrijkste deel, dat 87% van de tekst beslaat. De geschiedenis neemt een aanloop vanaf ca. 1420. Vanaf eind jaren '90, met de komst van Albrecht van Saksen, wordt de beschrijving uitvoeriger. De kroniek vermeldt niets over de jaren tussen 1507 en 1512. De laatste gegevens over Groningen dateren van 1528. Benninge beschrijft dus vooral de periode dat Groningen zijn grip op de Friese Ommelanden verliest en ten prooi valt aan de expansiedrift van niet-Friese en niet-Groningse machthebbers. Allereerst is dat de hertog Albrecht van Saksen die in 1498 'gubernator van Friesland' wordt en in 1500 met zijn troepen de stad belegerd. Groningen moet hulp van elders hebben en erkent graaf Edzard van Oost-Friesland als landsheer in 1506 en in 1514 hertog Karel van Gelre.

Pelgrimage

Naast de regionale geschiedenis komen er in de kroniek ook een aantal bijzondere onderwerpen voor. Zo is er een beschrijving van de stad Rome te vinden met alle belangrijke kerken en heiligdommen, een lijst met aflaten en reisroutes van en naar de heilige stad. Benninge is met enkele andere welgestelde burgers in 1500 op pelgrimage naar Rome geweest. Dit heeft zijn belangstelling gewekt, waardoor hij verschillende andere zaken ook in zijn dossier en dus de kroniek opneemt, zoals de plundering van Rome door de troepen van Karel V in 1527. Ook een uittreksel van de pelgrimsgids naar het Heilige Land en de Sinaï, geschreven door Bernard  von Breydenbach wordt door Benninge opgenomen.

'Ik ben er zelf bij geweest'

In de eerste delen neemt Benninge oude kronieken over, maar in het derde deel gaat hij anders te werk. Veel van hetgeen Benninge daar beschrijft heeft hij zelf meegemaakt. Benninge zegt daar zelf over: "daer ick selves meest­lieck bij, an ende oever bijn gewest" (daar ben ik meestal zelf bij geweest). Hij beschrijft bijvoorbeeld de beraad­slagingen in de raad in de roerige periode 1505/1506 zo gedetailleerd, dat hij toen wel in kringen moet hebben verkeerd waar de beslissin­gen genomen werden.

De kroniek van Sicke Benninge, eerste pagina van een afschrift uit de 18e eeuw. Dit afschrift begint met deel II: de kroniek van Johan van Lemego. Collectie RHC Groninger Archieven (835-1a, p. 1).
De kroniek van Sicke Benninge, eerste pagina van een afschrift uit de 18e eeuw. Dit afschrift begint met deel II: de kroniek van Johan van Lemego. Collectie RHC Groninger Archieven (835-1a, p. 1).

Sicke Benninge heeft zich bij het schrijven van zijn kroniek goed gedocumenteerd. Hij heeft zeer waarschijnlijk inzage gehad in stukken die op het raadhuis werden bewaard. Waar nodig neemt hij de tekst geheel over. Bijvoorbeeld rechtsteksten, zoals de Zeven Overkeuren, het Ommelander Landrecht van 1448 en het Landrecht van 1504 van hertog George van Saksen, bekend als de Saksische Ordonnantie. In deel II neemt hij een dossier met zeven akten op die allen betrekking hebben op de erkenning van vreemde landsheren door de Friezen, zoals bijv. Albrecht van Beieren en Jan van Beieren. Het zogenaamde 'Karelsprivilege' wordt door Benninge opgenomen in Deel I, waarin hij de Friese Vrijheid behandeld wordt. Op andere plaatsen geeft Benninge in het lopende verhaal een korte samenvatting van de inhoud van een akte of een brief.

Groninger Archieven

Bij het RHC Groninger Archieven worden een 17de en een 18de-eeuws afschrift van de kroniek van Sicke Benninge bewaard. Ook zijn daar gilderollen van het Brouwersgilde te vinden waarop de naam van Sicke Benninge is vermeld. In het archief van het Stadsbestuur van Groningen (1246 - 1594) bevinden zich niet alleen stukken die Benninge heeft geraadpleegd bij het schrijven van zijn kroniek, maar ook kwitanties die Benninge als rentmeester van de stad heeft getekend.