1815-1989

Jan Uniken, regelaar tot aan zijn graf

Het valt nauwelijks op. Dat groene smeedijzeren hek tussen de lintbebouwing langs de Unikenstraat in Stadskanaal. Een laantje tussen hoge bomen leidt langs een boerderij naar een kleine familiebegraafplaats. In het midden het imposante graf van de stichter van deze rustplaats, Jan Uniken. Dat moet wel een invloedrijk man zijn geweest.

Jan Uniken, regelaar tot aan zijn graf
De Unikenbegraafplaats in Stadskanaal in 1993. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (2138-1587)

Het is de tweede helft van de 18e eeuw. Jans grootvader, eveneens een Jan Uniken, is naast vervener ook dijkrichter van het Wildervankster Participantenverlaat, een voorloper van het huidige waterschap. Vanwege die bestuursfunctie is hij betrokken bij het overleg met Stad Groningen over de aanleg van een nieuw kanaal, evenwijdig aan de Semslinie, de grens met Drenthe. Daar heeft Groningen wel oren naar. Het veen van de Oude Veenkoloniën raakt op en een kanaal zal grootschalige ontginning van de veengebieden in Westerwolde mogelijk maken. Door de nieuwe vaarweg zal de Stad invloed houden op vervening, de handel en ook verzekerd blijven van brandstof. In 1765 gaat de eerste schop in de grond voor een klus die bijna honderd jaar zal gaan duren.

Opzichter der Stadsvenen

Jan Uniken, de kleinzoon dus, wordt in 1809, op 26 jarige leeftijd, de eerste 'opzichter der Stadsvenen', in dienst van de stad Groningen. Zijn werkterrein strekt zich uit van Bareveld, en naarmate het kanaal vordert, tot Ter Apel. Daarbij is hij ook vervener en hard op weg grootgrondbezitter te worden. Langs het Stadskanaal laat hij zijn Unikenborg bouwen, een boerderij met een tuin waar zijn welstand aan af te lezen is, met vijvers en een boscomplex.
Maar hij denkt niet alleen maar aan gewin. Hij maakt zich sterk voor de ontwikkeling van de streek, zowel economisch als sociaal. Zo stimuleert hij de oprichting van de eerste school en een Nutsspaarbank. Ook denkt hij mee over het Convenant van 1817, tussen de stad Groningen en de Drentse verveners, waarbij wordt vastgelegd dat de Drentse turf door het Stadskanaal zal worden afgevoerd. Dat levert zijn werkgever, de Stad, heel wat passage- en sluisgelden op.

Nieuwe wetgeving

Lange tijd was het gewoonte om gelovigen in de kerk te begraven. Maar naarmate de kerken voller raken, is dat alleen nog weggelegd voor notabelen met geld en daar is Jan er zeker één van. Zelf had hij zich waarschijnlijk een prominent kerkgraf toebedacht, dicht bij het altaar. Tijdens de Franse overheersing zijn kerkbegrafenissen al even verboden, maar direct na het vertrek van de Fransen wordt die regel in 1813 weer afgeschaft. Het hygiënisch besef groeit echter en in 1829 vaardigt koning Willem I opnieuw een verbod op kerkbegrafenissen uit.

Droge zandrug

De nieuwe wetgeving maakt dat Jan Uniken gaat nadenken over zijn laatste rustplaats. Een graf op een gemeentelijke begraafplaats wil hij niet. Bij de Unikenborg ligt een mooie droge zandrug. Hier laat Jan een particuliere begraafplaats aanleggen, in de vorm van een driehoek, of hartvormig volgens sommige beschrijvingen. Hier zal hij, en zijn naaste familieleden, een waardige laatste rustplaats kunnen krijgen.
Bij zijn overlijden in 1859 heeft Jan Uniken dus niet alleen 800 hectare in eigendom, maar ook een eigen begraafplaats. Hij trouwde nooit, sterft kinderloos en laat zijn vermogen na aan zijn broer Egbert. Hij heeft nog net mee kunnen maken dat het Stadskanaal in 1856 werd voltooid.

De Unikenborg is verdwenen, de dienstwoning staat er nog. De begraafplaats is nu een serene plek met mooie bomen, ruige begroeiing en veel vogels. Maar je begrijpt wel wat Jan Uniken voor ogen had. Rond zijn graf met monument liggen vijfentwintig andere graven, met mooi bewerkte stenen, vaak met het familiewapen en omringd door smeedijzeren hekken of kettingen. Jan Uniken was niet de eerste die er begraven werd. Twee jaar eerder werd het eerste graf gedolven voor zijn achterneefje Ellerus Harmannus van der Tuuk, die twee dagen na de geboorte overleed. De laatste teraardebestelling was in 1964.

Zo ligt er een bijzonder verhaal verborgen achter een onopvallend groen smeedijzeren hek.

Met vijfentwintig graven is de Unikenbegraafplaats de grootste particuliere begraafplaats van Groningen. Vanwege de cultuurhistorische waarde kreeg het de status van rijksmonument. Een mooi voorbeeld van een familiebegraafplaats, aangelegd eind 19e eeuw in de provincie Groningen. Het rapport roemt de zerken, de gaafheid ervan en de fraaie aanleg en verhoogde ligging in het open landschap. Te bereiken via het toegangshek, Unikenstraat 47 in Stadskanaal.