1914-heden

Onderwijs in die ‘welvarende streek langs de Semslinie’

Als moeder visite kreeg en er moesten bloemen komen voor op tafel, dan trok Betsy Munneke-Groof er op uit om langs de waterkant een veldboeket te plukken. Meneer Rahms, docent natuurlijke historie - nu het vak biologie - had haar alles over bloemen en planten geleerd. Elke plant had eigenschappen, elke plant had waarde.
Stadskanaal kende in de jaren ’30 veel wild begroeide ‘waterkant’. Leerlingen zoals Betsy konden vanaf 1926 terecht op de christelijke hbs aan de Stationslaan. Daar prijkte een imposant gebouw in een praktisch lege omgeving.

Onderwijs in die ‘welvarende streek langs de Semslinie’

Drie vriendinnen op de christelijke hbs in Stadskanaal in 1938: Betsy Groof, Janny Salomons en Dina Lantermans. - Foto: E.A. Groof

Aan het begin van de twintigste eeuw werden er in Nederland steeds meer initiatieven ontplooid om hbs-en op te richten, zo ook in Oost-Groningen. Veendam was er vroeg bij geweest (1886), ook in Ter Apel roerde men zich. Op 17 maart 1919 berichtte het Nieuwsblad van het Noorden:

”waar in het algemeen de behoefte aan middelbaar onderwijs allerwegen groeit – dit in het bijzonder geldt voor Stadskanaal, een welvarende streek langs de Semslinie, de oudste lijnrechte grens ter wereld en waar nijverheid en handel een grote vlucht maken. Er is behoefte aan meer ontwikkeld personeel in een streek waar tal van industrieën en andere bedrijven op het gebied van landbouw en handel zijn. De scheepvaart is één van de drukste in het land.”

<p>De christelijke HBS in Stadskanaal, ca. 1930. - Foto: Oud Stadskanaal</p>

De christelijke HBS in Stadskanaal, ca. 1930. - Foto: Oud Stadskanaal

Nijverheid, handel en industrie: in de Kanaalstreek was de afgraving van het hoogveen ten einde. Scheepswerven, machinefabrieken bleven nog bestaan. De strokartonfabriek en aardappelmeelfabriek verrezen in de regio. Een economisch klimaat waarin de oprichting van een hbs niet misstond.

In Stadskanaal woedde rond 1918 een strijd tussen voorstanders van een rijks- en een christelijke hbs. De onderwijspacificatie van 1917 had geleid tot een nieuw grondwetsartikel over het onderwijs, waarin de financiële gelijkheid van openbaar en bijzonder onderwijs werd vastgelegd. Dat gaf de voorstanders voor een christelijke hbs een positieve impuls: gereformeerd dominee H.S. Heida, textielhandelaar G. Zwartsenberg en hervormd predikant J. van der Vlugt wisten door snel handen aan het langste eind te trekken. Op 3 september ging er in de verbouwde villa Van Deest aan de Drouwenermond een eerste en tweede klas van start.

Conciërge

Toen Henrikus Beens in 1938 als veertienjarig jongetje zijn carrière begon aan de hbs, kon hij niet vermoeden dat hij ruim veertig jaar op deze school werkzaam zou blijven als conciërge. Hij klom vanuit het tuinwerk op tot ‘meneer Beens’, in pak gekleed en aanwezig om de absenten bij de docenten in ontvangst te nemen: ‘absenten meneer?’ ‘Dank u, meneer.’ De leerlingen – in de beginjaren leeftijdsgenoten – daagden hem uit om bij meneer Hoekstra de geijkte vraag in het Frans te stellen: ‘pas de absences, monsieur?’ ‘Merci bien, monsieur.’ Daar kon zelfs de deftige meneer Hoekstra wel om lachen.

Beens ging voor de zomervakantie alle lokalen bij langs om de inktpotjes leeg te gieten. Leerlingen schreven in de jaren dertig, veertig en vijftig nog met een kroontjespen. Iedereen had een eigen inktlap om de punt mee schoon te wrijven. De inktpotjes werden zorgvuldig gereinigd, zodat het nieuwe schooljaar weer gestart kon worden met verse inkt in schone potjes.

Thema’s van toen zijn thema’s van nu

In de jaren ’30 was het gebruikelijk dat de grote houten deur bij de hoofdingang door de conciërge open werd gedaan voor de docenten. Voor leerlingen was het uit den boze om deze entree te gebruiken. Zij werden geacht via de achteringang de school in te komen. Eten deed je thuis, of als je te ver weg woonde, jongens en meisjes gescheiden in speciaal voor hen bestemde ‘kamers’. Een docent hield tijdens de pauze toezicht en stuurde de jongelui voor het laatste kwartiertje naar buiten om nog wat lichaamsbeweging te krijgen.

Alhoewel de kledingstijl sterk verschilt van die van huidige leerlingen – door meisjes werden er rokken gedragen, vaak met een broek eronder als het koud was of als er lange afstanden gefietst moesten worden – zijn de thema’s van toen vergelijkbaar met die van nu. Snoepen in de tussenuren, sjansen met de jongens, docenten met zulke specifieke uiterlijke kenmerken dat ze je een leven lang bijblijven. Die verhalen van tachtig, negentig jaar geleden zijn eigenlijk nog steeds herkenbaar.

Stichting De Eeuw van Mijn Ubbo zet zich in het belang van onderwijs in de regio Oost-Groningen te visualiseren. Door middel van persoonlijke verhalen uit honderd jaar onderwijs wordt zichtbaar hoe school en maatschappij met elkaar verweven zijn en wat onderwijs voor de ontwikkeling van het gebied betekend heeft. Op www.deeeuw.nl kunt u deze verhalen terugvinden. Betsy Munneke-Groof en Henrikus Beens delen hun schoolervaringen uit de jaren ’30 op de tijdlijn.