1815-1945

Geert Teis Pzn. (1864-1945), dichter en toneelschrijver

Gerhard Willem Spitzen werd geboren op 13 november 1864 in Stadskanaal als zoon van Henderikus Johannes Spitzen en Wilhelmina Catharina Hegge. Op veertienjarige leeftijd vertrok hij naar ’s Hertogenbosch om naar de Kweekschool te gaan. Daarna kreeg hij een baan als onderwijzer in Winschoten, maar hij bleef er niet lang. In 1885 vertrok hij naar het westen van het land om daar carrière te maken. Spitzen haalde een lesbevoegdheid voor de vakken Nederlands en Duits en werd leraar aan de HBS. Op 20 december 1894 trouwde hij met zijn buurmeisje uit Stadskanaal: Jantina Elsina Brouwer. Samen vertrokken ze naar Wageningen, maar ze beleven verknocht aan Groningen.

Dizzepie - dizzepu

In 1909 publiceert Spitzen een bundel gedichten in het Gronings, getiteld Mien Bröddellabbe. Hij verzint daarvoor het pseudoniem Geert Teis Pzn. (Teis Pzn. is een anagram van Spitzen). De bundel is het begin van een compleet Groningstalig oeuvre. Behalve gedichten en liedjes schrijft Teis ook verschillende toneelstukken. Zijn eerste stuk is ook meteen zijn bekendste: Dizzepie-dizzepu. De merkwaardige titel komt uit de mond van een Groningse hereboer met meer geld dan verstand. Het is een verbastering van de Latijnse spreuk ‘Mundus vult decipi, ergo decipiatur’: De wereld wil bedrogen worden, laat haar dus bedrogen worden. De première van Dizzepie-dizzepu vindt plaats in Den Haag. Maar op 16 februari 1918 wordt het stuk ook in Groningen gespeeld. Het is de eerste keer dat er in de stadsschouwburg een stuk wordt opgevoerd in het Groningse dialect.

Het Grunnens laid

In 1918 wordt er een nieuw tijdschrift opgericht: het Maandblad Groningen. Geert Teis wordt hoofdredacteur en levert zelf ook kopij. In het nummer van april 1919 publiceert hij een nieuw lied: Van Lauwerszee tot Dollard tou. Dit lied slaat in eerste instantie vooral aan bij de Groningers die buiten de provincie woonden. Zij gaan het in de jaren dertig gebruiken als volkslied bij de bijeenkomsten van de Algemene Landelijke Vereniging Groningen. 

Maar bij de stadse vereniging Grunneger Sproak is het lied helemaal niet zo bekend. Dat komt op een pijnlijke manier aan het licht in een radioprogramma van de AVRO op 30 november 1937. De omroep heeft een groep Groningers naar de Hilversumse studio gehaald om het Gronings volkslied te zingen. Maar wanneer de muziek inzet, zingen de Groningers niet mee, want ze kennen de tekst niet. Voor de stadjers is het lied van Geert Teis gewoon maar één van de Groningse liedjes. Zij hebben hun eigen Gronings volkslied: het Nederlandstalige ’k Wijd aan Groningen mijn lied van S.R. Oomkens. Toch komt er na de radiouitzending spontaan een promotiecampagne op gang voor het volkslied van Teis. En zo krijgen alle Groningers, of ze nou binnen of buiten de provincie wonen, één en hetzelfde volkslied: Van Lauwerszee tot Dollard tou.

Wereldrecord

Op 14 januari 2008 zingen 2819 mensen het Grunnens laid op de Grote Markt in Groningen en behalen daarmee het wereldrecord volkslied zingen. En op 7 augustus 2009 wordt dit record nog eens verbeterd door ruim 7000 bezoekers van het slotfeest van het programma Rondje Noord van RTV Noord.

Nalatenschap

In 1940 wordt Jantina Spitzen ziek. Op haar verzoek werpt Teis zich helemaal op een gedicht over de ontstaansgeschiedenis van de eerste veenkoloniën: Aoderjaon Geerts Wildervank. Maar na haar dood wil hij het niet publiceren. In 1942 produceert Teis naar eigen zeggen weinig meer. Hij heeft nog wel allerlei teksten liggen, maar daar is door de oorlog weinig belangstelling voor en bovendien is er papierschaarste.

Teis besluit zijn nalatenschap zelf veilig te stellen. Hij schrijft een brief aan zijn vriend Geert Hendrik Streurman, oprichter van de Stichting het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Hij wil graag dat het museum zijn nagelaten werk bewaart. Natuurlijk neemt het museum dat aanbod aan. En Teis begint meteen met het opsturen van de eerste teksten. In november 1944 schrijft Teis aan Streurman dat hij zijn memoires heeft geschreven, in het Gronings uiteraard. Ze moeten de titel: 1864-1944… Omkieken! krijgen. Niet lang daarna, op 13 maart 1945, kort voor de bevrijding, overlijdt Gerhard Willem Spitzen. Na zijn dood overhandigt zijn zoon de nalatenschap aan Streurman. Die zorgt ervoor dat alles in het Veenkolononiaal Museum terecht komt. De autobiografie van Teis neemt Streurman in 1950 op in zijn boekje Geert Teis Pzn. (G.W. Spitzen). Zijn leven en zijn werk.

Archief

Het Veenkoloniaal Museum heeft het archief van Geert Teis Pzn. uiteindelijk overgedragen aan het RHC Groninger Archieven. Daar kan iedereen die geïnteresseerd is de stukken komen bekijken.