Oorlog in Stad en Ommeland , Wadden en water

1914-1945

Een bruin leven op Rottum tijdens de mobilisatie

Door de oorlogsdreiging in 1939 wordt het Nederlandse leger gemobiliseerd. Ook op de Waddeneilanden worden militairen in stelling gebracht, zelfs op het vrijwel onbewoonde Rottum. Wiepke Toxopeus herinnert zich nog de barakken die in haar jeugd op het eiland stonden. Onlangs kreeg ze het dagboek van sergeant Dirk Bode onder ogen. Die had destijds de leiding over de manschappen, tot ook Rottum capituleerde. Het geschrift van Bode voegt een nieuw stukje toe aan de geschiedenis van Rottumeroog.

Hoe zag het dagelijkse leven op Rottum er voor de oorlog uit? Vanaf 1936 (tot 1965) was mijn vader Jan Toxopeus voogd op Rottumeroog. Daarvoor was het zijn vader Hendrik die over het eiland waakte. Wat heet waken. Als het stormde sloeg de zee aan de westkant meters duin weg. Zo zou het eiland snel kleiner en kleiner worden, ware het niet dat aan de oostkant van het eiland ijverig rijshouttakken werden gezet om zand te vangen. Ook plantte men op die beginnende duinen helmgras om het stuivende zand nog beter vast te houden. Zo ging dat ook nog in de tijd dat ik op het eiland bij mijn ouders woonde en mijn vader voogd was. Een voortdurende strijd tegen en met de zee!

Ons gezin bestond in 1940 uit mijn vader, moeder en mijn twee oudste zussen. Mijn broer en ik waren toen nog niet geboren. Ook waren er altijd wel een paar knechten om te helpen met de dagelijkse bezigheden. Ze werkten aan het eiland met het rijshout zetten en het helm planten, maar ook hielpen ze natuurlijk mee om de tuin op orde te houden, met het onderhoud van de ijzeren kaap en van de boot, het vangen van konijnen voor het malse stukje vlees, het verzorgen van het vee en wat al niet meer!

Dagboek van Dirk Bode

Onderstaande feiten kreeg ik toegestuurd door Netty Bode. Haar vader Dirk Bode was in de Tweede Wereldoorlog op Rottumeroog gelegerd als sergeant bij de Infanterie. Dat was samen met de sergeant van de Marinemannen gelijk een soort dubbelfunctie als leidinggevende. Dirk Bode hield een dagboek bij en heeft het verhaal over Rottum later zelfs nog verluchtigd met foto’s. Helaas zijn veel van deze foto’s verloren gegaan. Gelukkig had zijn familie toch een paar ergens ‘bewaard’. En zo is dit door mij bewerkte verhaal opgeleukt met originele foto’s uit de mobilisatietijd op Rottumeroog.

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de bevolking van het eiland uitgebreid met 30 militairen. Er waren 11 soldaten van de Infanterie (zie foto) en 19 man van de Marine om het eiland tegen de Duitsers te verdedigen. Niet dat er ook maar iemand op Rottum dacht dat er een invasie zou komen. Het leven ging zijn gewone gangetje. En de militairen hadden een bruin leven. Er was genoeg afleiding op het eiland. Daar zorgden ze zelf wel voor. Dirk Bode schrijft: “Er werd aan alle mogelijke sporten gedaan!” Van biljarten tot voetbal en alles wat ook maar enigszins op sport leek. En af en toe was er een feestje. Er schijnt zelfs een bruiloft gevierd te zijn. En zoals uit de beschrijving blijkt: er was geen gebrek. De keuken was uitmuntend; ze bestelden simpelweg alles wat ze nodig vonden en de bestelling kwam, zonder vragen van hogerhand, op het eiland. De etenswaar werd op Noordpolderzijl ingescheept en naar Rottum gebracht, op de terugweg waren de verlofgangers aan boord.

Verlof was geen pretje

Bovendien gingen ze erg váák op verlof, vertelt Bode. Van tevoren maakte hij zich wat zorgen of de verveling niet zou toeslaan. Een paar soldaten die Bode ontmoette, nog voor hij zijn eerste reis naar Rottum maakte, stelden hem gerust. Ze spraken over veel verlof, tafelbiljarts, een radio en nog meer opbeurende zaken! De eerste heenreis met de boot van Teerling (zie foto) verliep volgens plan en de groep kwam goed op het eiland aan. Zoals Bode het beschrijft: “Een flinke hoop zand met wat duinen. We werden verwelkomd door het gekrijs van duizenden meeuwen!“

De reis verliep echter niet altijd even voorspoedig. Gelijk bij het eerste verlof van Bode was de boot erg laat bij het eiland aangekomen. De soldaten haastten zich aan boord. Want als ze te laat vertrokken was het getij verlopen en zou het schip vastlopen. Dan was de keuze: wachten tot er met het volgende getij weer genoeg water stond, of met de kleine open zeilboot verder (zie foto). De soldaten hadden in het geheel niet gerekend op vervoer in een klein open bootje en waren er dus ook niet op gekleed. “Halen we Noordpolderzijl nog?” vroegen de mannen. “Nee, dat gait nait meer”, antwoordde de schipper. En aldus geschiedde: een poosje later liep het schip aan de grond. De schipper zette de mast van de roeiboot omhoog om de mannen verder te vervoeren! Maar het was maart en nog bitterkoud. Het duurde dus niet lang of Bode en de andere verlofgangers waren doorweekt en steenkoud. Kletsnat door de
overslaande golven zaten ze urenlang verstijfd in de boot te kleumen. Dirk Bode schrijft in zijn dagboek: “Hoe ben ik toch zo dom geweest om
met verlof te gaan! Was ik maar op het eiland gebleven!”

Af en toe werd een verlof ingetrokken. De mannen die terugkwamen van de vaste wal waren er dan natuurlijk ook. Bode schreef: “Dat we niet op verlof mochten, was geen straf! Het was des te gezelliger zo allemaal bij elkaar.” De voorraden waren weer op sterkte en daar werd gelijk flink gebruik van gemaakt. Feest!

Strijdvaardig

Regelmatig kwamen er berichten van het hoofdkantoor op Terschelling dat er verhoogde en algemene strijdvaardigheid betracht moest worden. Op Rottum ging iedereen gewoon lekker slapen! Hoezo strijdvaardigheid, er viel hier niets te strijden! In de rest van Nederland lagen de militairen ‘s nachts in de verdedigingswerken, maar op Rottum lagen ze te snurken!

Over de negende mei 1940 schrijft Bode: “Rond twaalf uur ’s nachts werd er op mijn raam geklopt. Een matroos meldde: ‘Algehele strijdvaardigheid!’ Ik bedankte hem vriendelijk en ging weer slapen. De volgende ochtend om zes uur weer geklop op het raam. ‘Algeheel alarm en ik geloof dat we in oorlog zijn met Duitsland’. Het was moeilijk te geloven. Pas toen er gebeld werd vanaf Terschelling begreep ik dat het bittere werkelijkheid was!”

De mannen vatten de oorlogsverklaring gelaten op. Ze voelden zich veilig op dat kleine eiland. Wat zouden de Duitsers bij hen moeten doen? Toch stuurde Bode een wachtsman naar de uitkijkpost om overzicht te houden. Ook op de rest van het eiland was de bedrijvigheid op het buureiland Borkum goed te zien.

Rottum bezet

Rond elf uur vertrok vanaf Borkum een hele stoet bootjes en die voeren richting Rottum. De eerste boot had een grote witte vlag achterop. Eerst leek het nog alsof de zwaar bewapende boten het eiland voorbij zouden varen, maar helaas…! Dirk Bode noteerde: “Ineens koerste het voorste bootje fullspeed naar onze aanlegplaats. Het was dus voor ons bedoeld!” De Duitsers werden op het strand opgewacht en de overgave van de Nederlandse soldaten volgde. Tegen deze overmacht van zo’n 400 man was dit uiteraard de enige juiste handeling. Bode noteerde: “We waren krijgsgevangenen. Krijgsgevangenen! Nauwelijks begonnen of de oorlog op Rottum was voor ons alweer afgelopen!”