Groninger Vrouwengalerij

Anna Polak: een sleutelfiguur omtrent vrouwenarbeid

In 1926 nam de Rotterdamse doorzetster Anna Polak (1874-1943) hoofdschuddend en zelfs een beetje schuldbewust de benoeming van officier in de orde van Oranje Nassau in ontvangst. Haar onvrede kwam voornamelijk voort uit een koninklijk besluit van twee jaar eerder. Vanaf 1924 werden rijksambtenaressen bij hun trouwen ontslagen, Polak noemde dat ‘de grootste slag, die de vrouwenbeweging hier te lande ooit ontving’. Wie was Anna Polak en hoe kwam zij tot deze ferme uitspraken?

Op dinsdag 27 april 1874 werd in Rotterdam in het liberale Joodse gezin Polak een dochter geboren: Anna Sophie Polak. De vader van het kind was conrector op een gymnasium. Hierdoor kwam de jonge Polak al vroeg in aanraking met klassieke talen. In 1887 begon zij lessen te volgen op het gymnasium. Nadat zij in 1893 succesvol haar school had afgerond verhuisde Polak, in verband met het hoogleraarschap van haar vader, naar Groningen.

Gelijkheid

Polak voorstond geen carrière als leraar. Omdat in haar ogen bij een studie klassieke talen een leraarsfunctie het enige vooruitzicht was, besloot zij geen academische studie te volgen. In plaats daarvan legde zij zich middels zelfstudie toe op het Italiaans en op de werking van politieke mechanismen in Nederland. Daardoor kwam zij in aanraking met het werk van de Britse economische historicus Arnold Toynbee (1852-1883).

Toynbee betoogde een vooral door de overheid gestuurd initiatief voor gelijkheid. Via volksopvoeding kon het verschil tussen arm en rijk worden verkleind, hetgeen noodzakelijk was voor een duurzame en tevreden maatschappij. Anna Polak werd door Toynbee geïnspireerd en gaf les aan veel fabrieksmeisjes in- en om Groningen. Ook zag Polak arbeid als een bron van levensgeluk die niet slechts voor mannen, maar ook voor vrouwen was weggelegd. Verbetering van de positie van de vrouw zou een levenslang streven worden.

Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid (NVvVA)

In 1901 stond Anna Polak aan de wieg van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid (NVvVA). Het doel van deze vereniging was het verruimen van de terreinen waarbinnen vrouwenarbeid als acceptabel werd gezien. In 1907 werd zij tevens bestuurslid van Groningse Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Zoals het, in haar ogen, een goed feministe betaamde bleef zij haar leven lang ongetrouwd en bijgevolg ook kinderloos. Zij hield zich echter wel druk bezig met de gezondheid en verzorging van haar ouders. Toen haar vader echter in 1908 overleed kwam voor haar ook een einde aan de noodzaak om in Groningen te blijven wonen.

Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid

In 1909 vertrok zij samen met haar moeder naar Den Haag waar zij directrice werd van het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid. Zij schreef in die functie tientallen artikelen en brochures waarin zij trachtte de positie van de vrouw verder te verstevigen. Tot haar eigen vreugde bleef haar deskundigheid op termijn ook in internationale kringen niet onopgemerkt. In 1920 werd Polak voorzitter van een commissie van de internationale vrouwenraad. Haar bestuurlijke hoogtepunt kwam 12 jaar later, in 1932 werd ze aangesteld als bestuurslid van het Comité d'Experts pour le Travail féminin in Geneve.

Tragisch levenseinde

In 1936 werd Anna Polak tegen haar eigen wil in door de NVvVA eervol ontslagen. Vervolgens legde zij ook andere taken naast zich neer. Bij gebrek aan werk en omdat zij geen pensioen had opgebouwd, raakte Polak in de financiële problemen. Ze werd onder curatele gesteld en uiteindelijk opgenomen in een psychiatrische kliniek. Haar leven had evenwel nog een laatste desastreuze wending in het verschiet.

In verband met haar Joodse komaf en haar psychische problemen werd zij in 1943 uit de kliniek gehaald en door de Duitse bezetter op de trein naar Auschwitz gezet. Vrijwel direct na aankomst is Anna Polak daar vermoord.