Groninger Vrouwengalerij

Frederike van Uildriks: een geleerd natuurliefhebster

Frederike van Uildriks (1854-1919) zei haar carrière in het onderwijs vaarwel om een verboden liefde na te streven. Verbannen uit zowel het klaslokaal als haar familie begon ze met schrijven, onder andere over de natuur. Met talloze artikelen, boeken en vertalingen maakte ze natuurwetenschappen toegankelijk voor een breed publiek. Ondertussen beschreef ze haar leven in haar dagboek, daarmee gaf ze een unieke inkijk in haar ongebonden relatie.

Frederica Johanna (Frederike) van Uildriks groeide vanaf haar veertiende op in een Gronings vrouwenhuishouden. Na de dood van haar vader, die als gemeentesecretaris een belangrijke man in de stad was, bleef ze achter met haar moeder en twee zusjes. Een derde zusje werd niet ouder dan een jaar.

Leergierig

Als aspirant-onderwijzeres ging Frederike van Uildriks naar een kostschool voor jonge hulpjuffrouwen. Ze haalde haar akte maar bleef doorleren, waardoor ze in 1975 de bevoegdheden had om op laag niveau Frans en Duits en op middelbaar niveau Nederlands en Engels te geven op zak. Drie jaar later haalde ze haar diploma tot volwaardig lagere school-onderwijzeres en werd ze docente Frans op een meisjes hbs in Groningen. Voordien had ze al in verschillende functies op andere scholen voor de klas gestaan. Van Uildriks bleef echter ook als studente terugkeren in het klaslokaal, zo haalde ze in 1883 de lesbevoegdheid in aardrijkskunde en nog voor 1890 mocht ze ook geschiedenis geven.

<p>Frederike van Uildriks (tweede van rechts). Fotograaf onbekend, Groninger Archieven</p>

Frederike van Uildriks (tweede van rechts). Fotograaf onbekend, Groninger Archieven

Schrijfcarrière

Uit haar dagboek, dat Frederike van Uildriks van 1877 tot 1910 bijhield, blijkt dat ze veel en graag schreef. Vanaf 1881 deed ze journalistiek werk voor twee Groninger kranten, daarnaast schreef ze opiniestukken over onder andere de rol van de vrouw en de positie van de kerk. In 1886 verhuisde ze naar Amsterdam. Ze had er een baan gekregen als docente aardrijkskunde en geschiedenis. In de hoofdstad werd ze lid van de Vrije Vrouwen Vereniging van Wilhelmina Drucker en raakte ze betrokken bij de oprichting van het tijdschrift De Vrouw.

Verboden liefde

In het begin van haar leven had Frederike van Uildriks al eens aan de verboden liefde mogen ruiken: in haar dagboek heeft ze het over het mysterieuze heerschap ‘O’ met wie ze, vanwege zijn joodse achtergrond, niet in het huwelijksbootje mocht stappen. In 1891 volgde Van Uildriks echter wel haar hart en ging ze in Gorredijk samenwonen met Vitus Bruinsma, een docent natuurwetenschappen die ze kende van een lerarenvereniging. Omdat de twee hadden zien aankomen dat hun werkgevers in het onderwijs hun ongebonden relatie niet zouden goedkeuren, hadden ze allebei hun baan opgezegd. Van Uildriks’ familie was – zoals verwacht – over de rooie. Haar moeder zag ze nooit meer terug.

Vanaf dat moment moest ze zichzelf zien te onderhouden met haar schrijfwerk: ze schreef boeken en tijdschriftartikelen die met name de natuurwetenschap voor een breed publiek toegankelijk maakten. In 1896 verhuisden Van Uildriks en Bruinsma naar Lochem, ze vonden de natuur er prachtig. Samen met Bruinsma schreef ze hier boeken over vlinders en planten, op eigen houtje publiceerde ze nog eens achttien boeken en vertalingen. Daarnaast schreef ze van 1902 tot 1910 een column in de NRC over natuur.

Latere leven

In 1908 werd Bruinsma opgenomen in een ziekenhuis. Van Uildriks werd erdoor gedwongen meer deel te nemen aan het openbare leven, hetgeen ze prettig vond. Ze bezocht muziekavonden en maakte fietstochten met andere vrouwen, ook werd ze in 1910 lid van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. In 1916 overleed Bruinsma. Het grote verdriet dat volgde, probeerde ze onverhoopt van zich af te schrijven. In 1919 werd Van Uildriks opgenomen in een instelling in Gorssel, en daar overleed ze in datzelfde jaar op 65-jarige leeftijd in haar slaap.