Wadden en water , Verhalen uit de regio

1945-1989

De vissers van Ganzedijk

Bij paal 2, een knik in de Dollarddijk, torenen tien buizen boven het landschap uit. Het monument markeert dat hier de dijk in 1987 op Deltahoogte kwam (+9 m. NAP). Onder de laag klei ligt het oude sluisje uit 1924, verstopt als een herinnering. Hier voeren ooit de vissers van Ganzedijk naar buiten, op zoek naar garnaal en vis.

De vissers van Ganzedijk

Maria Muller op garnalenvangst met de vissers van Ganzedijk, 1947. – Foto: Harm Jan Nijlunsing

Op 11 augustus 1947 trekt Maria Muller de stoute schoenen aan. Met haar verloofde Harm Jan Nijlunsing wil de oud-onderwijzers van Finsterwolde een dagje uit. Vissen op de Dollard en als het even kan wadlopen in het slik. Vissers uit het naburige dorp Ganzedijk zullen het verloofde stel meenemen in hun houten bootjes. Maria Muller kent de vissers bij naam. Ze is van 1938 tot 1945 schooljuf in Finsterwolde geweest en heeft in die tijd hun kinderen lesgegeven. Na Finsterwolde neemt ze een betrekking aan in het Drentse Tynaarlo. Maar in de hete zomer van 1947 gaat ze terug naar het Oldambt en wil nog één keer de vrijheid van het Wad voelen.

Met hun platbodems varen de vissers over het riviertje de Mude uit Ganzedijk en wurmen hun bootjes door de Carel Coenraadsluis van 1924. Buitendijks slingert de vaargeul als een serpentine de Dollard in. Het al niet meer zo jonge stel, zij is 33 en hij 32, neemt plaats in de FL14. FL staat voor Finsterwolde, de FL16 begeleidt hen.

In haar dagboekje, gelardeerd met eigen foto’s, schrijft Maria Muller: 'De vissers vertrokken met een paar scheepjes samen en zetten hun netten uit in de geulen. Dat deden ze met een soort houten sleetjes. Daar moesten de netten een tijdje blijven uitstaan, zodat de garnalen erin konden zwemmen. Intussen visten ze op bot en konden wij wadlopen, iets wat we nog nooit hadden gedaan, hoewel we er vlakbij woonden. Jurk en broek wat omhoog en daar gingen we. Na verloop van tijd werden de netten opgehaald en gingen we terug naar de kookpotten. Aan het eind van de dag gingen we met de gehele vangst weer terug naar Finsterwolde. Ze ventten alles ongepeld uit met hun hondenkarren. Daarmee kwamen ze ook wel tot in Winschoten. Ze werden thuis al etende gepeld, net zoals pinda’s. Heerlijk!'

<p>Maria Muller helpt de garnalenvissers bij het binnenhalen van de vangst. - Foto: Harm Jan Nijlunsing</p>

Maria Muller helpt de garnalenvissers bij het binnenhalen van de vangst. - Foto: Harm Jan Nijlunsing

Stoere jongens

In die tijd kent Ganzedijk een bloeiend vissersbestaan. In hoogtijdagen leven 19 gezinnen van de visvangst. De Gernaten, de Bakkers, de Bultens, de Nanninga’s, de Kuipers: allemaal stoere jongens die met hun platte schuiten de Dollard afstruinen op schar, tong, paling en garnaal. Is de buit eenmaal aan land dan worden de garnalen ter plekke gedroogd en komen de venters met hun hondenkarren om de waar aan de man/vrouw te brengen. De bekendste in die vooroorlogse tijd is Jacob Visscher uit Finsterwolde die met zijn twee honden heel het Oldambt bedient.

Tijdens de oorlog ligt de visvangst grotendeels stil. Het is te gevaarlijk om de Dollard op te gaan. Na 1945 vist Ganzedijk nog een tijdje door, maar het dorp aan de noordkant van het Oldambt krijgt niet de omvang van Termunterzijl waar de kotters wel buitengaats gaan en sleepnetten gebruiken. De Ganzedijkers gebruiken staande netten, een wat ouderwetse vangstmethode.

De laatste beroepsvisser van Ganzedijk is Peter Kolthof, wonende bij de oude sluis van Hongerige Wolf. Een plek met een historie, een monument uit lang vervlogen tijden, de Bunselberg, ooit een Franse batterij, ter bescherming aangelegd om het Napoleontische leger tegen aanvallen vanuit zee te beschermen.

Tot in de jaren negentig vaart Kolthof nog dagelijks uit. Maar zijn schuit kan niet meer aanmeren bij zijn woonstee vanwege de bouw van een nieuw gemaal daar. Zijn FL7 ligt noodgedwongen buitendijks, in de Dollardvaargeul.

Ooit ving hij in zijn netten haring, zei hij eens in een kranteninterview. Maar toen de Afsluitdijk in 1933 gedicht was zwom de vette vis de Dollard voorbij. 'Die haring was altijd gewoon de Zuiderzee in te zwemmen en als de school dicht was en het stormde dan wilde een deel van die school wel eens uitzwermen naar de Waddenzee en dus ook de Dollard.'

Haventje

De laatste visser is niet meer. Met zijn heengaan is Ganzedijk verstild. De zeedijk komt in 1986 op deltahoogte (+9 m. NAP), de sluis verdwijnt, het haventje verzandt, de geul verlandt en is nu een wandelplek.

Wind jaagt door het riet. Schapen grazen als stippen aan de horizon. Koeien zeulen hun logge lijf door de zware klei. Ze herstellen de natuur. De kwelder bloeit op. De hemel is één palet van kleuren. Het spel van licht en lucht is magisch. Draait God zelf aan de dimmer?
Een wolk spreeuwen waaiert als een vlieger over het Wad.
Kluten krassen tekens in het slik.
Vrede op aarde, bij de Dollard een welbehagen.