Verhalen uit de regio

1815-1945

'Contrarevolutie' bracht rust na stakingen in Veenkoloniën

De tweede helft van de 19e eeuw kenmerkte zich in Oost-Groningen door arbeidsonrust die meerdere keren leidde tot opstanden. Slechte leef- en werkomstandigheden voor de werkende klasse alsook lage lonen vormden de oorzaak. De overheid zette een soort 'contrarevolutie' op die de rust terugbracht.

Rond 1890 werden de destijds revolutionaire zienswijzen van de Sociaal Democratische Bond (SDB) door de overheden gezien als een regelrechte bedreiging van de maatschappelijke orde. Die moesten met harde hand worden bedwongen. Op last van de minister van Binnenlandse Zaken werden in 1892 troepen naar het oostelijk deel van de provincie Groningen gestuurd. De plaatsen Oude- en Nieuwe Pekela, Hoogezand, Sappemeer, Zuidbroek, Noordbroek, Scheemda, Winschoten, Midwolda, Nieuwolda, Beerta, Finsterwolde, Termunten, Wedde en Bellingwolde kregen militairen ingekwartierd. Een jaar later waren bijna overal de problemen weer onder controle en keerde de rust terug. Na hier en daar nog wat woelingen – die echter snel in de kiem werden gesmoord – konden de soldaten in oktober 1894 naar huis. Inmiddels was het de bestuurders duidelijk geworden dat de opstanden in de Veenkoloniën alleen maar konden worden beteugeld als de economische toestanden van de werkende klasse zouden verbeteren.

'Goedgezinden'

De toenmalige Commissaris van de Koning, jonkheer Van Panhuys, stuurde derhalve een circulaire naar de burgemeesters van alle betrokken gemeenten. Daarin stelde hij dat alle zogenoemde 'goedgezinden' zich moesten verenigingen om de sociale omstandigheden te verbeteren. Alleen zo zou het radicalisme geen voedingsbodem meer kunnen vinden. De betrekkingen tussen werkgevers en werknemers moesten verbeteren, er moest een zinvollere werkverschaffing komen tijdens de wintermaanden en er moest beter onderwijs en tevens goede volkslectuur komen. Dit laatste om tegenwicht te kunnen bieden tegen revolutionaire tijdschriften en pamfletten. Van Panhuys' schrijven had resultaat.

Hervormingen

Op initiatief van notaris Koning in Winschoten werd de Bond van Orde door Hervorming opgericht. Deze Bond pleitte voor diverse verbeteringen: structureel en zinvol werk voor werklozen, onderzoek naar betere woonomstandigheden voor arbeiders en het schoolgaan van hun kinderen, het beschikbaar stellen van goedkope tuingrond voor werklieden, het invoeren van een vaste loonstandaard, meer vaste contracten, het instellen van voorschotbanken en de bouw van goede en goedkope woningen voor arbeiders. De voorstellen vielen overal in goede aarde.

Geen politiek

De nieuwe Bond was bijzonder populair. Eind 1893 telde de regio al 14 afdelingen met in totaal 1500 leden. Ook in de Pekela’s kwamen op initiatief van de toenmalig burgemeester van Oude Pekela afdelingen. Wat opviel was de samenstelling van de besturen, met in Nieuwe Pekela zelfs een huisarts. Van radicaliteit was dan ook geen sprake. De Bond van Orde door Hervorming had zeker geen politieke ambities. Dat was ook niet (meer) nodig. Het revolutionaire vuur in de regio zwakte geleidelijk af tot een waakvlam.

Die vlam wakkerde nog maar een paar keer op: tijdens werkzaamheden aan de Onstwedderweg in Nieuwe Pekela, tijdens een wanordelijke selectie van werkvolk en in Oude Pekela bij het uitdiepen van enkele wijken. In Alteveer moest tijdens een boeldag de marechaussee nog weer eens ingrijpen bij een vechtpartij tussen socialisten uit Pekela en mannen uit Onstwedde. Maar in het algemeen bleef het door toedoen van de Bond rustig.

Resultaat

Ook Het Nut zorgde voor sociale rust. Deze instantie regelde in Pekela onder andere tuinbouwgrond en in beide dorpen spaarbanken. De Bond voor Orde door Hervorming richtte volksbanken (voorschotkassen) op en wist diverse fabrikanten te bewegen hun personeel bij ziekenfondsen aan te melden. Op initiatief van de Bond kregen werklozen de kans om onderhoudswerkzaamheden te verrichten aan paden en bossen. In Nieuwe Pekela haalde de Bond oude kleren op om deze eerst door werkloze naaisters te laten herstellen en daarna uit te delen aan behoeftigen. De Bond voerde loononderhandelingen en pleegde overleg met andere instanties die met het lot van de werkende klasse waren begaan. Inmiddels was voor alle betrokkenen duidelijk geworden: samenwerking leverde veel meer resultaat op dan polarisatie.