Wadden en water

1945-1989

Visserman gered door grenspaal in de Dollard

Een Duitse botvisser was in 1960 in het Duitse deel van de Dollard met zijn slikslee bezig zijn fuiken te legen. Door onverwacht snel opkomend water kon hij evenwel de oever niet meer bereiken. Gelukkig was de grenspaal niet ver weg. Daar klom hij in en bleef daar zitten tot bij het volgende laagwater zijn gealarmeerde zoon hem uit zijn benarde positie kwam halen.

Duitse en Nederlandse vissers hebben jarenlang in de Dollard gevist. Er waren verschillende soorten van visserij. In de boeken die Joost Kirchhoff hierover schreef, krijgen we hiervan een goed beeld. De visserij die vanuit de Duitse dorpjes Ditzumerverlaat, Aaltukerei en Dyksterhusen werd bedreven maakte voornamelijk gebruik van de ‘kraite’ (Duits: Kreyer), een slikslee waarmee men zich gemakkelijk kan verplaatsen over de drooggevallen slikken van de Dollard. Bot en paling werd gevangen door zogenaamde ‘Buttschütten’ uit te zetten. Dit zijn lange rijen van in een V-vorm in het slik gestoken sterke stukken rietstengel. Bij afgaand water worden de vissen hierdoor naar een fuik (Duits: ‘Reuse’) geleid, die staat opgesteld in de punt van de V-vormige Buttschütte. De fuik wordt in principe dagelijks geleegd om te voorkomen dat de gevangen vis door krabben wordt aangevreten. In tenen manden (later plastic emmers) werd de vangst op de slikslee naar de wal gebracht.

Botvisserij met hargen

Stratingh en Venema beschrijven in hun boek uit 1855 hoe deze in wezen oude wijze van visserij in zijn werk ging. In plaats van Buttschütten spreken zij over hargen en dubbelzetten. Een harge is bestaat uit lange rijen dunne rijshouten stokjes die in het slik gestoken worden. Ter versteviging worden boven en onder vaak ‘dunne weenen’ van waterwilg aangebracht. Hierdoor ontstaat een vlechtwerk van zo’n acht pas lang, dat ‘schutting’ werd genoemd. Dit is dus hetzelfde woord als in het hierboven genoemde Buttschütte. Er werden 10 tot 15 van deze schuttingen gebruikt om een harge te maken. De schuttingen werden daarbij aan rechtop in het slik gedrukte palen vastgemaakt. 
Soms werden twee V-vormige hargen tegen elkaar aan geplaatst, waardoor een W-vormige structuur ontstond. Dit werd een ‘dubbelzet’ genoemd; deze kon een lengte van 40 schuttingen hebben. Naast het gebruik van rijshout noemen Stratingh en Venema ook het gebruik van stengels van het gewone riet.
Op een van de losse kaarten in het boek van Stratingh en Venema staan in de Dollard vele plaatsen aangegeven waar visserij met hargen plaats heeft. In het oostelijk deel van de Dollard, aan de Nederlandse kant van de grens worden op de Maanplaat twee, en op de Oostfriesche plaat zes hargen vermeld.

Overvallen door de opkomende vloed

In april 1960 had de Dollardvisser Hinderk Bross (1891-1961) uit Ditzumerhammrich zijn Buttschütten uitgezet in de nabijheid van de grenspaal, die midden in de Dollard staat. Deze grenspaal staat daar sinds 1938 als baken om de grens van de Duitse en Nederlandse visgebieden duidelijk aan te geven. De ligging van de grens wordt hier bepaald door een lijn tussen Nieuwe Statenzijl (5 kilometer ten zuiden van de grenspaal) en de raadhuistoren in Emden. Deze oriënteringspunten zijn, als met in de Dollard is, niet altijd gemakkelijk herkenbaar.
Op zijn tocht langs zijn fuiken werd Bross overvallen door een snel opkomende vloed. Hierdoor werd hem de terugtocht naar het voorland aan de Duitse kant van de Dollard versperd. Hij kon nog wel de grenspaal bereiken, die zo hoog was dat deze zo’n 5 meter boven het niveau van hoogwater uitstak. Bross bond zijn slikslee vast, en klom in de grenspaal. Hier bleef hij hoog en droog zitten tot bij de eerstvolgende eb het water weer zakte.

Gered door de grenspaal

Zijn zoon Goeke Bross, gealarmeerd door het niet op tijd thuis komen van zijn vader, had hem al in de grenspaal ontdekt, en kwam hem daar vandaan halen zodra het slik van de Dollard weer drooggevallen was.

Bronnen:
Dit verhaal werd uit de mond van Goeke Bross opgetekend door David O. Steen (Carolinensiel) die een studie maakt van de historische Ansjovis (‘Sardellen’)visserij in de Dollard. Steen vertelde het weer aan Karel Essink
Kirchhoff, J. (1990) : Im Atem der Gezeiten – Dollartfischer zwischen Abenteuer und Mühsal. Sollermann, Leer. 
Kirchhoff, J. (2000) Fischfang auf dem Wattengrund. Risius, Weener.
Stratingh, G.A & C.A. Venema (1855) De Dollard of Geschied-, aardrijks- en natuurkunidige beschrijving van dezen boezem der Eems. Oomkens en Schierbeek, Groningen. Opnieuw uitgegeven in 1979 door de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee en de Stichting Het Groninger Landschap