100 jaar vrouwenkiesrecht

1919 tot 2019

De eerste vrouwen in Groningse gemeenteraden

In september 1919 maken vrouwen voor het eerst hun opwachting in een aantal gemeenteraden. In de gemeenten Groningen en Winschoten respectievelijk drie en twee en in Beerta, Haren, Oude Pekela, Ulrum en Zuidbroek alle één. Vijf van hen blijven zelfs jarenlang volksvertegenwoordiger.

De eerste vrouwen in Groningse gemeenteraden

Stadhuis te Groningen. Uitgever Dr. Trenkler Co., Groninger Archieven

Absolute recordhoudsters zijn twee ongehuwde vrouwen in de stad, beide met een doopsgezinde achtergrond: Alexandrina van Gilse en Martje Gorter.

Alexandrina van Gilse

Alexandrina Geertruida van Gilse is de in 1865 in Zaandam geboren dochter van een predikant. ‘Alexandra’ zet zich actief in voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen, onder andere in de doopsgezinde gemeente. In 1913 wordt ze secretaresse van de dan opgerichte Groningse Armenraad. Van Gilse komt in 1919 in de gemeenteraad voor de Vrijzinnig Democratische Bond en zit daar tot haar dood in 1935. Wel mist ze door haar ‘wankele gezondheid’ in de laatste fase vergaderingen.

Mej. Gorter

De in 1876 in Ooststellingwerf geboren Martje Gorter komt rond de eeuwwisseling naar de stad, waar ze uiteindelijk opzichter wordt op de puddingfabriek van Polak. In de gemeenteraadsfractie van de SDAP wordt ze secretaresse en in 1932 ook van de door SDAP’ers opgerichte Woningbouwvereniging Groningen. In beide werkt Gorter nauw samen met voorzitter Mengerink, met wie ze ook het eerste Nederlandse buurthuis sticht, aan het Linnaeusplein. Ze blijft 22 jaar in de gemeenteraad tot deze in augustus 1941 door de bezetter buiten spel wordt gezet. In 1949 overlijdt Martje op 72-jarige leeftijd.

<p>De gemeenteraad van Groningen tijdens de installatie van burgemeester L.H.N. Bosch van Rosenthal in 1924, met o.a. Martje Gorter en Alexandra van Gilse. Foto P. Kramer, Groninger Archieven.</p>

De gemeenteraad van Groningen tijdens de installatie van burgemeester L.H.N. Bosch van Rosenthal in 1924, met o.a. Martje Gorter en Alexandra van Gilse. Foto P. Kramer, Groninger Archieven.

Buiten de stad

Buiten de stad zijn er twee vrouwen die drie termijnen, van 1919 tot 1931, in de gemeenteraad zitten. SDAP’er Wabina (‘Wabien’) Mansholt-Andreae zit eerst vier jaar in de gemeenteraad van Ulrum en daarna acht jaar in die van Haren. Omdat ze ook in de Provinciale Staten zitting neemt, ga ik in dit verhaal over de Statenleden nader op haar in. De andere twee vrouwen zijn Roosje de Beer-Meibergen en Gartje ten Have-Gorter.

Roosje de Beer-Meibergen

De Joodse, in 1879 in Zwolle geboren, Roosje Betsy Meibergen wordt aanvankelijk onderwijzeres. Zoals in die tijd verplicht, houdt dit op na haar huwelijk met de Winschoter Bernard Isedor de Beer.  Haar man heeft een manufacturenhandel en Roosje krijgt de zorg over de twee dochters, maar daarmee houdt het voor haar niet op. Ze  wordt lid van de liberale Vrijheidsbond en komt daarvoor in 1919 in de Winschoter gemeenteraad, waarin dan ook een tweede vrouw wordt gekozen: Albertje Dijk- Primé.

Roosje de Beer- Meibergen staat bekend als ‘kordaat’ en ‘iemand die precies weet wat ze wil’. In 1923 en in 1927 wordt ze herkozen. Ook in 1931 wordt ze gekandideerd, maar dit keer niet gekozen. Zo is ze op 25 augustus 1931 voor het laatst in de raad aanwezig en één van de vijf raadsleden waarvan dan afscheid wordt genomen. Door diezelfde raad wordt ze in december 1932 wel herbenoemd als ‘lid van toezicht op de districtsarbeidsbeurs’. Als de Vrijheidsbond haar in 1935 weer op de kieslijst wil zetten, bedankt ze voor de eer. Haar man overlijdt datzelfde jaar. In de oorlog wordt Roosje de Beer vanuit Den Haag via Westerbork naar Auschwitz getransporteerd, waar ze in 1943 wordt vergast.

Gartje ten Have-Land

Ook in de gemeenteraad van Beerta zit vanaf 1919 langere tijd een vrouw. Het is de in 1875 in Nieuw Beerta geboren boerendochter Gartje Elizabeth Land. Als ze bijna 20 is, trouwt ze in Beerta met boerenzoon Boelo Luitjen ten Have. Ze gaan wonen in de Kroonpolder, op de familieboerderij van de Ten Haves. Er worden zes kinderen geboren, waarvan een paar slechts kort leven. Gartje zit tien jaar in de gemeenteraad van Beerta en neemt dan vervroegd afscheid omdat ze met haar man naar de stad Groningen verhuist. Daar overlijdt Gartje ten Have in 1964.

<p>Ansichtkaart met daarop&nbsp;het gemeentehuis van Beerta, ca. 1923. Uitgever H. Seijen, Groninger Archieven</p>

Ansichtkaart met daarop het gemeentehuis van Beerta, ca. 1923. Uitgever H. Seijen, Groninger Archieven