100 jaar vrouwenkiesrecht

1919 tot 2019

De eerste vrouwen in de Provinciale Staten

In 1919 komen er voor het eerst vrouwen in de Provinciale Staten. Het zijn de communiste Roosje Stel-Vos en de SDAP’ers Wabien Mansholt-Andreae en Agnes de Vries-Bruins. 

De eerste vrouwen in de Provinciale Staten

Het Provinciehuis. Uitgever Weenenk & Snel, Groninger Archieven

<p>Roosje Vos. Foto: Wikimedia Commons&nbsp;</p>

Roosje Vos. Foto: Wikimedia Commons 

De eerste twee blijven Statenlid tot 1927, de derde tot 1923. Het totaal aantal Statenleden bedraagt in die tijd 45.

Roosje Vos

Roosje Vos wordt in 1860 geboren in een Joods gezin in Amsterdam. Ze woont bijna 10 jaar in een weeshuis en wordt daarna ‘huisnaaister’. In 1897 wordt ze voorzitter van de eerste vakvereniging van vrouwen: de Naaistersbond Allen Eén. Het volgende jaar werkt Roosje mee aan de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. In 1901 pleit ze op het partijcongres van de SDAP voor de achturige werkdag (in plaats van tien) en het vrouwenkiesrecht. Twee jaar later trouwt Roosje met Melle Gerbens Stel, die ze via de arbeidersbeweging heeft leren kennen, en verhuist van Amsterdam naar Westeremden.

Op het SDAP-congres van 1909 in Deventer treedt Vos samen met haar afdeling toe tot de dan afgesplitste Sociaal-Democratische Partij. In 1918 wordt de SDP omgedoopt tot Communistische Partij Holland en het volgende jaar wordt ze samen met Geert Sterringa voor die partij in de Provinciale Staten gekozen. Ze is een enthousiaste propagandist en gaat op de fiets de dorpen af voor toespraken. In 1922 verhuist ze met haar man naar Groningen, waar hij vijf jaar later overlijdt. Datzelfde jaar verlaat ze de Staten. Roosje Vos overlijdt in 1932.

Agnes de Vries-Bruins

Angenita Engelina Johanna Bruins wordt in 1874 geboren in Aartswoud (N.H.) als derde van vier kinderen van een hervormde predikant. ‘Agnes’ groeit op in Leeuwarden en gaat in 1895 in Groningen studeren. Als in 1898 een vrouw wordt geweigerd als lid van het corps, richt Bruins met enkele anderen de voorloper van Magna Pete op. Ze wordt lerares en in 1903 lid van de SDAP, waar ze Nathan de Vries uit Winsum leert kennen. In 1906 trouwen ze, met als getuige L.H. Mansholt, de man van Wabien Andreae met wie ze levenslang bevriend blijft. De Vries-Bruins specialiseert zich vanaf 1908 in de psychiatrie en begint in 1911 in de stad een eigen praktijk.

In 1919 wordt De Vries-Bruins gekozen in zowel de Groningse gemeenteraad  als de Provinciale Staten. Ze strijdt o.a. voor het recht op werk voor gehuwde vrouwen in het onderwijs. In 1922 komt ze in de Tweede Kamer en besluit daarom het volgende jaar haar raads- en Statenzetel op te geven. Na het overlijden van haar man (de eerste SDAP-wethouder van de stad) verhuist Agnes naar Harendermolen en in 1927 naar Den Haag. Ook daar komt ze zowel in de gemeenteraad als in de Provinciale Staten. Agnes de Vries-Bruins overlijdt daar in 1957.

<p>Wabina Andreae, ca. 1900-1905. Fotograaf onbekend, Groninger Archieven</p>

Wabina Andreae, ca. 1900-1905. Fotograaf onbekend, Groninger Archieven

Wabien Mansholt-Andreae

Wabina of ‘Wabien’ wordt in 1874 in Heerenveen geboren als tweede van vijf kinderen van Sicco Leendert Andreae en Minke Römer. Als haar vader in 1877 wordt benoemd tot kantonrechter In Zuidhorn, verhuist het gezin daar heen. Na studie in Groningen gaat Wabien doceren aan middelbare scholen. In 1904 wordt ze actief voor de SDAP. Tijdens een vergadering in Ulrum leert ze ‘Bertus’ Mansholt, een zoon van de ‘rode’ herenboer Derk Mansholt uit Vierhuizen, kennen. Na hun trouwen betrekt het paar de boerderij ‘Torum’ in de Westpolder bij Vierhuizen. Hier worden vijf kinderen geboren, waaronder de latere minister.

In 1919 komt Wabien zowel in de gemeenteraad van Ulrum als in de Staten. Na drie jaar wordt ze door de SDAP gevraagd voor de Tweede Kamer. Ze weigert omdat de ‘moederplichten’ dat haar inziens verhinderen en stelt vriendin Agnes de Vries-Bruins in haar plaats voor. Na het overlijden van Mansholt sr. voelen zij en haar man zich vrij de boerderij te verkopen. Ze verhuizen naar Glimmen, waarna Wabien in 1923 in de Harense gemeenteraad komt. Wabien blijft in de Staten tot 1927 en in de gemeenteraad tot 1931. Wabien overlijdt in 1966 in Zutphen.