Groninger Vrouwengalerij

Agnes de Vries-Bruins: een rechtlijnige politica

Agnes de Vries-Bruins (1874-1957) was een pittige tante. Agnes was arts, docente en politica. Ze werd docente omdat haar vader niet wilde dat ze medicijnen ging studeren. In Groningen begon ze haar loopbaan en werd daardoor financieel zelfstandig. Ze was vastberaden en met die instelling verwierf ze plekken in onder andere de Groningse gemeenteraad, de Provinciale Staten en de Tweede Kamer.

Agnes Bruins werd geboren in 1874 in Aartswoud, Noord-Holland. Ze groeide op in Leeuwarden als dochter van Friese dominee Jan Antonie Bruins en Engelina Johanna van Lith. Ze bezocht de middelbare meisjesschool in Leeuwarden en werd daar het eerste meisje op de HBS. Met de middelbaar onderwijsakte plant- en dierkunde die ze in 1900 behaalde, werd ze lerares in Groningen. Ze rondde de daaropvolgend een studie medicijnen af in 1908. In datzelfde jaar, op 6 december, trouwde ze met Nathan Albert de Vries. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1911 begon ze haar eigen praktijk als zenuwarts in Groningen, waarna ze de landelijke politiek in ging.

 

Vrouwelijke studentenvereniging

De Vries-Bruins geloofde in de emancipatie van de vrouw. Dat werd al in 1898 tijdens haar studententijd in Groningen duidelijk. Ze hoorde dat er een vrouwelijke studente geweigerd werd bij een studentencorps. Daarop besloot De Vries-Bruins met een aantal anderen een vrouwelijke studentenvereniging, de ‘Dames Studenten Debating Club’, op te richten. Later werd de naam veranderd in Magna Pete. De Vries-Bruins was vanaf 1899 erelid.  

Politieke carrière

Na de bekende Spoorwegstaking in 1903 trad Agnes De Vries-Bruins toe tot de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Daar leerde ze haar latere echtgenoot ook kennen. In 1919 deed ze haar intrede in de gemeenteraad en de Provinciale Staten van Groningen. Met als specialisatie volksgezondheid werd De Vries-Bruins in 1922 gekozen als Tweede Kamerlid voor de SDAP. Daarmee was ze één van de eerste zeven vrouwen die het tot de Tweede Kamer wist te schoppen. Ze werd in 1945 zelfs gekozen tot tweede voorzitter van de Tweede Kamer, maar bezette echter nooit de voorzittersstoel.

Haar politieke optreden werd gezien als professioneel en zakelijk, maar ook geregeld onbeholpen. De Vries-Bruins kon namelijk met haar nuchtere noordelijke mentaliteit wel eens hard uit de hoek komen. Zo schoffeerde ze ooit een burgemeester van Den Haag toen hij haar eens waagde te interrumperen. In Groningen zou men daar niet raar van opkijken, maar in de Haagse kringen werd dat toch al gauw als lomp en onvrouwelijk gezien.

In 1945 kwam de parlementaire loopbaan van Agnes De Vries-Bruins ten einde in het na de bevrijding ingestelde noodparlement. Vanaf toen stelde zich wegens haar leeftijd niet meer verkiesbaar, maar bleef ze wel werkzaam in tal van besturen op medisch terrein.

Geridderd

Agnes De Vries-Bruins werd in 1946 geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw en pleitte nog eens voor meer rechten voor gehuwde vrouwen in het onderwijs. Dat was het punt waarmee ze in 1919 de politieke arena betrad en die nog altijd actueel was. De Vries-Bruins was een harde politica en een voorvechter van vrouwenbelangen, die haar mond niet liet snoeren. Ze overleed op vierentachtigjarige leeftijd in Den Haag.