Van Adorp tot Zuurdijk

1914-1945

Voor een cent...

In 1938 was ik een kind van 9 en ik herinner mij onze buurman, Melle en zijn vrouw Trientje. Zij woonden in de Molenwierdstraat te Uithuizen. Met de buren hadden ze weinig contact. Melle haalde in Uithuizen en omgeving vodden bij de dorpsbewoners op. Achter het huis, in een oude schuur werden de vodden opgeslagen. In een gedeelte van de schuur stond een wit hitje (paardje) op stal.

Hoofdstraat, Uithuizen, 1940 - Ansicht: www.beeldbankgroningen.nl (1986-17422)
Hoofdstraat, Uithuizen, 1940 - Ansicht: www.beeldbankgroningen.nl (1986-17422)

Af en toe gingen ze samen uit rijden. De witte hit werd voor een kiepkar op twee wielen ingespannen. Melle en Trientje samen op de bok. Hij droeg een pet met klep, zij een hoge zwarte astrakan puntmuts. Hun kleding was schamel. 

Wanneer Melle met de zweep klapte, ging de hit in galop. Men hoorde de ijzeren banden over de klinkers ratelen. In de Molenwierdstraat waren ze niet blij met het lawaai. Wel hadden de kinderen van het dorp in de oogsttijd van suikerbieten een mooie kans om geld te verdienen, dankzij Melle. 

Suikerbieten werden door landarbeiders stuk voor stuk gerooid en van loof ontdaan. De bieten kwamen op lange karren te liggen, die getrokken werden door paarden. Zij trokken de karren van de akkers naar het station in Uithuizen. De bieten werden ook met schepen over de Maren en het Boterdiep naar Groningen vervoerd. Schep voor schep werkten landarbeiders de bieten van de karren in de wagons. Het kwam voor dat er tijdens het vervoer door het dorp bieten van de karren vielen. De jeugd van Uithuizen aasde er op. Want Melle gaf een cent per biet! Hij voerde de bieten aan zijn hit.

De vrijgezelle zussen Jantje en Marie Bekker dreven een heel klein kruidenierswinkeltje aan De Laan te Uithuizen. Er was een snoeptafel en aan snoep kon je de cent wel kwijt. Het winkeltje had zoethout, veterdrop, kleurballen, zuurballen en gelukstoffees. Wanneer men het papiertje van de toffee wikkelde dan kon het zijn dat er een prijsje voor nog een toffee in zat. 

Tijdens het vervoer van bieten werden de wegen besmeurd met klei. Als het dan ook nog regende, veroorzaakte die modderboel gladheid. Op klompen was het voor de jongens moeilijk hollen achter de wagens aan. De leren knielappen die ter bescherming op de kniekousen zaten, hinderden ook. Enkelen waagden het tegen de kar te springen, om er vliegensvlug suikerbieten af te slaan. Gerke Middel, hij kwam uit Oudendijk, viel bij deze manoeuvre. Met zijn hoofd kwam hij onder een van de wielen.

Voor die ene cent moest hij het met de dood bekopen.