1815-1989

Wolters-Noordhoff: concurrentie tussen twee buren

Het door Wolters-Noordhoff uitgegeven boek Verdwenen Nederland; Nederland in oude schoolwandplaten mag het resultaat worden genoemd van de concurrentiestrijd die de beide fusiepartners ooit voerden. Wolters maakte de meeste platen, maar Noordhoff deed tussen 1912 en 1934 aardig mee. Zelfs in de rechtszaal kruisten de beide buren de degens.

Jan Berends Wolters begint in 1836 in de Guldenstraat een boekhandel-uitgeverij. Na elf jaar verhuist Wolters naar de noordzijde van de Grote Markt. Daar overlijdt hij in 1860, waarna zwager Eduard Benjamin ter Horst de leiding krijgt. Deze verhuist de boekhandel-uitgeverij in 1868 naar Oude Boteringestraat 18. Een jaar later vestigt zich op nummer 12 Popko Noordhoff, een boekhandelaar-uitgever die in 1858 in de Herestraat is begonnen.

Schoolplaten

Wolters is de eerste die een serie aardrijkskundige schoolwandplaten uitgeeft. Het initiatief tot de ‘Schoolplaten voor het Aanschouwelijk Onderwijs’ wordt genomen door de Groninger aardrijkskundeleraar Pieter Roelof Bos. De wandplaten worden geproduceerd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Het is niet bekend wie de platen heeft (hebben) getekend. Anders ligt dat met een volgende serie.

Ter Horst krijgt contact met de in 1864 in Arnhem geboren Bernardus Bueninck. Deze vestigt zich in 1893 vanuit Vorden in Groningen als kunstschilder-tekenleraar. Bueninck verzorgt eerst wat illustraties voor boeken en begint in 1900 met het schilderen van aquarellen ten behoeve van de wandplatenserie ‘Nederland in Woord en Beeld’.

Uitbreidingen

Wolters en Noordhoff breiden ondertussen flink uit. Wolters krijgt Oude Boteringestraat 18 tm 24 in handen en begint erachter aan de Poststraat in 1872 een eigen drukkerij. Noordhoff breidt ter plekke slechts uit door het bovenhuis van nummer 12, waar de familie tot 1888 woont, bij het bedrijf te trekken.

Schoolatlas der Geheele Aarde

De concurrentiestrijd tussen de twee is meestal vreedzaam, maar in 1909 verandert dat. Naast Wolters’ bekende ‘Schoolatlas der Geheele Aarde’ van P.R. Bos verschijnt er ineens bij Noordhoff een ‘Volledige Schoolatlas der Geheele Aarde’ van ene R. Bos. Wolters dient een aanklacht in bij de rechtbank tegen het vermeende kopiëren. De zaak komt in oktober 1911 voor. De arrondisementsrechtbank erkent dat er veel overeenkomsten zijn, maar vindt dat er toch te weinig grond is voor een veroordeling van R. Bos en uitgever Noordhoff. 

Kunstenaars

Het kan toeval zijn, maar snel daarna komt Noordhoff met een flinke aanval op het schoolplatenmonopolie van Wolters. In opdracht van Noordhoff komen Schuiling en De Feijter in 1912-’13 met een serie van dertien aardrijkskundige schoolwandplaten, gemaakt door bekende - niet Groninger - kunstenaars als Jan Sluyters en Herman Heijenbrock. Hoewel de platen een succes zijn, zijn ze in tegenstelling tot die van Wolters meer kunstwerken dan echte schoolplaten.

Vanaf 1922 werkt ook Wolters met verschillende kunstenaars. De eerste is de Ploeg-schilder Johan Dijkstra. Hij maakt in 1922 vijf schoolplaten voor Wolters, waaronder de plaat ‘Industriestad Enschede’. Opvallend is dat Noordhoff in 1923 reageert met een schoolplaat van Heijenbrock met bijna hetzelfde beeld: ‘Fabrieksstad Enschede’. Ook Wolters werkt na Bueninck en Dijkstra niet meer met Groninger tekenaars.

Noordhoff komt in 1934 voor het laatst met een serie aardrijkskundige schoolwandplaten. Wolters gaat nog door tot 1954. Doordat de twee oude concurrenten in 1968 fuseren, komen alle platen in één archief en kunnen ze de basis vormen voor de Wolters-Noordhoff uitgave Verdwenen Nederland.