Verhalen uit de regio

1945-1989

’Stroburchten’ Oldambt vallen om

Een bewogen jaar, 1968. Het gist in Europa en elders. Studentenoproer in Parijs. Politieke moorden: eerst Maarten Luther King, later Robert Kennedy. De Sovjet-Unie valt Tsjecho-Slowakije binnen. De wereld staat op z’n kop. Maar ook dichtbij huis is het hommeles. Ontslag na ontslag. De ene na de andere fabriek sluit. Vooral in de strokarton vallen rake klappen. Een terugblik.

’Stroburchten’ Oldambt vallen om

Strokartonfabriek 'De toekomst' in Scheemda in 1974. - Foto: M.A. Douma, Collectie Groninger Archieven

Op vrijdag 23 februari 1968 kopt Het Vrije Volk met gevoel voor dramatiek in chocoladeletters: STROKARTON SLUIT. Een foto van een fabriek lardeert de jobstijding, met daarboven de onheilspellende tekst ’Stroburchten wankelen’. Twee van de 19 strokartonfabrieken, De Toekomst in Midwolda en Reiderland in Winschoten, gooien de handdoek in de ring, 273 man komen op straat te staan. Schaarser stro, haperende export naar Groot-Brittannië en devaluatie van het Britse pond betekenen de nekslag. De Britten, tot dan de grootste afnemers van karton voor hun textielindustrie, zetten een eigen industrie op, met oud papier als grondstof.

Een jaar voor sluiting gaan beide strokartonfabrieken nog een nauw samenwerkingsverband aan. Een deel van de productie verdwijnt naar Winschoten, een deel van het personeel wordt ontslag aangezegd, maar wegens gebrek aan orders, met name uit datzelfde Engeland, stopt de productie.

Op 1 april 1968 sluit De Toekomst, opgericht in 1900, definitief de poort. Voorzitter van bestuur A. Barlagen is die dag de hele dag op de fabriek en praat met ieder van de 125 overgebleven arbeiders. Tot zijn genoegen constateert hij geen ’bitterheid maar alleen verdriet’.

Oud-bedrijfsleider J. J. Folkers kijkt iets anders tegen de sluiting aan. De leiding licht hem niet in. Een van de arbeiders van toen moet hem bij binnenkomst die ochtend het treurige nieuws meedelen: ’Jacob Kaman, de witplakker, loopt op me af en vertelt me dat de fabriek dichtgaat. Ik was met stomheid geslagen. Zonder ook maar één woord te zeggen ben ik weggelopen.’

Het personeel reageert gelaten op de sluiting. Van enige rebellie is geen sprake. Folkers: ’De Toekomst was geen fabriek waar strijd werd geleverd. We waren een eenheid. Daardoor kwam de klap ook emotioneel hard aan.’ Hij memoreert in het boek Ons febriek dat bij een personeelsfeest zaterdags om twaalf uur middernacht de helft van de zaal leegstroomt. ’Ik noemde hen altijd gezagsgetrouwe rechtse socialisten, plichtgetrouw maar om de donder niet onderdanig.’ Niet zonder trots blikt hij terug: ’De harmonie binnen de fabriek is nooit verstoord.’ Als andere Oost-Groninger strokartonfabrieken staken, draait De Toekomst door en moet een ploegje dag en nacht wachtlopen om te voorkomen dat stakers hun strobulten in de fik steken.

Reiderland

Reiderland stopt de productie iets eerder, 20 maart 1968. De strokartonfabriek in Winschoten is een laatbloeier in een bedrijfstak die Oost-Groningen lang domineert. Als één van de laatste fabrieken komt Reiderland van de grond, in 1914. Zes jaar na ingebruikname breekt al een staking uit. Het bestuur probeert de fabriek in de benen te houden met inzet van boerenzoons, werkloze vissers uit Harderwijk en buitenlandse arbeiders, maar door ’terrorisme’ van de stakers, zoals het jaarverslag meldt, faalt die poging. Stakers en directie staan met harde koppen tegenover elkaar. Zelfs de politie moet de fabriek bewaken als administratief directeur Leuning niet langer in zijn kosthuis kan slapen maar in de fabriek zijn bivak opslaat. Stakers hebben de kostbaas met de dood bedreigd. Na drie maanden gaan de stakers akkoord met een magere loonsverhoging.

Elf jaar later, in 1931, is het weer raak. De werkgevers in de karton verlangen vanwege de crisis een loonsverlaging van 20 procent, iets waar de arbeiders niet over peinzen. Na een staking van tien maanden is er een akkoord: vijf procent korting op het loon.

Hoop

Als ruim vijftig jaar later het doek valt voor Reiderland wil actieleider Fré Meis alle registers opentrekken om een staking te bewerkstelligen, maar hij vangt bot. Winschoten loopt niet erg warm. Op zaterdagmiddag 16 maart is er een demonstratie tegen sluiting, maar slechts een handjevol marcheert mee in de mars. Solidaire studenten en kunstenaars sluiten zich bij het protest weliswaar aan maar, zo herinnert een demonstrant van toen zich, ’de meeste arbeiders waren met hun vrouwen aan het winkelen.’

<p>Reiderland probeert na sluiting het fabriekscomplex te verkopen en produceert een wervende advertentie in het Engels. &ndash; Foto: collectie auteur</p>

Reiderland probeert na sluiting het fabriekscomplex te verkopen en produceert een wervende advertentie in het Engels. – Foto: collectie auteur

Nog even is er hoop als het Amerikaans bedrijf Dexter zich meldt en in de fabriek in Winschoten hennep tot filterpapier wil verwerken. Een subsidie van drie miljoen van de overheid vinden de Amerikanen te gering. Hun ’nee’ drukt de hoop voor 228 mensen de grond in. Exit Reiderland.

Toen weggehoond, later geprezen om zijn inzicht, schrijft landbouwer W.A. van Hoorn, voorzitter van de Raad van Toezicht, in 1969 in zijn boek Reiderland, het verhaal van een coöperatieve strokartonfabriek: ’Op enkele goed georganiseerde bedrijven na zal in 1990 de strokartonindustrie zijn verdwenen!’

Die woorden gaan het ene oor in en het andere oor uit. Hij voorziet op termijn de teloorgang van de strokartonindustrie, een voorspelling die pijnlijk zal uitkomen. Later zullen die ’stroburchten’ één voor één omvallen. Een enkeling slechts blijft overeind. Maar dat is een ander verhaal.

Bronnen:
Ons febriek, Willem Friedrich
Reiderland, het verhaal van een coöperatieve strokartonfabriek, W.A. van Hoorn
Krantenarchief Streekhistorisch Centrum Stadskanaal