Verhalen uit de regio

1300-1648

'Steen'rijke middeleeuwers

Ruim zevenhonderd jaar geleden werd de spade in de grond gestoken in de Oude Kijk in ’t Jatstraat, toen nog Rechte Jat geheten. Tussen de gebouwen van hout, leem, stro en riet verrees een smal hoog stenen gebouw. Zeven eeuwen weerstond het Hinckaertshuis de tand des tijds en vertelt het verhaal van de middeleeuwse bouwhausse. Steenrijke middeleeuwers legden de basis voor de Stad zoals we die nu nog kennen.

Tot de dertiende eeuw werden grote gebouwen gebouwd met tufsteen. Maar tufsteen werd ingevoerd vanuit een gebied rondom de Eifel in Duitsland en was daarmee een kostbaar bouwmateriaal. De kloosterorden introduceerden de steenbakkerij en zo werd tufsteen langzamerhand vervangen door baksteen. Het formaat van de bakstenen werd aangepast aan de maten van tufsteen en kwam daardoor uit op een gemiddelde lengte van 28,5, een breedte van 13,5 en diepte van 8,5 centimeter. Deze grote stenen werden ook wel kloosterstainen of kloostermoppen genoemd.

Stad Groningen

Nadat deze nieuwe bouwmethode door de kloosterlingen was geïntroduceerd, begonnen ook hoofdelingen met het bouwen van stenen huizen. Zo ging de 'verstening' van de stad Groningen van start. Dankzij de intrede van de kloostermoppen kreeg Groningen rond 1260 stadsmuren met muurtorens en stadspoorten. Binnen die muren verrezen kloosters, kerken en andere kerkelijke gebouwen. Rijke hoofdelingen volgden de nieuwe bouwmethode en lieten particulieren stenen huizen bouwen. In de binnenstad verschenen gebouwen die we nu kennen als het Calmershuis, het Gotische Huis, het Canterhuis en het Hinckaertshuis. De eerste daarvan werden gebouwd ten noorden van beide markten. De stenen huizen legden het stratenpatroon van de binnenstad grotendeels vast.

Hinckaertshuis

Wanneer een middeleeuwer de Vismarkt verliet en op weg ging naar de Noorderhaven, trof hij aan het begin van de Oude Kijk in ’t Jatstraat aan de linkerkant een nagelnieuw, indrukwekkend gebouw. De naam Hinckaertshuis zal hij niet gekend hebben, die titel kreeg het gebouw pas later. Kort na 1294 was het voltooid en de voorgevel bevatte enkele ramen en een trap naar de voordeur. Met de voltooiing prijkte de nok op 17,5 meter, een geweldige hoogte in middeleeuws Cruoninga. De middeleeuwer zag het hoofdhuis, bestaande uit twee verdiepingen en een kelder. De muren van 70 tot 85 centimeter dik bestonden, uiteraard, uit kloostermoppen. Wanneer hij zaken had af te handelen in het gebouw, kwam de middeleeuwer via een trap bij de voordeur en betrad daarna een grote ontvangstruimte. In deze witgepleisterde en gekalkte ruimte werd vermoedelijk handel gedreven. Mogelijk moest onze middeleeuwer ook in één van de ruimtes in de kelder zijn, die werden verhuurd aan handelaren of ambachtslieden. Op de eerste verdieping werd vermoedelijk graan opgeslagen en de zolder werd eveneens gebruikt voor opslag. De geschiedenis geeft helaas geen opheldering over wie het gebouw liet bouwen en voor welk doeleinde.

Siert ter Hansouwe

Het jaar 1479 gaf voor het eerst enige opheldering. In een oprichtingsakte werd de naam Siert ter Hansouwe opgetekend: de vroegst bekende bewoner van het Hinckaertshuis. Ze leefde van circa 1420 tot circa 1495 en was getrouwd met Otto ter Hansouwe. Siert had familierelaties met de belangrijke geslachten van Stad en Ommelanden en ook Otto stamde uit adellijk Drentse familie. Siert bezat een borg in Rasquert, boerderijen en landerijen en verschillende huizen in de Stad. Na de dood van haar man nam ze een besluit – ze opende een gasthuis voor armlastigen naast het Hinckaertshuis, voor haar ziel en zaligheid. Het gasthuis werd gesticht voor de heilige Anna, de moeder van Maria en bood plaats aan vijftien personen. Siert werd zelf de eerste voogdes van het gasthuis. Siert maakte het einde van de Middeleeuwen niet meer mee. Het Gasthuis doorstond de eeuwen wel en is nog steeds te bewonderen naast het Hinckaerthuis.

Meer lezen over het Hinckaertshuis of de opkomst van de kloostermoppen? Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de volgende boeken:

-R.H. Alma, L.W. Barneveld, G.L.G.A. Kortekaas, J. Pietersma, C. Rogge, B.G.N. Schuilenga, T. Tel, Het Hinckaertshuis; zeven eeuwen bouwhistorie en bewoners (Groningen 2012).
- Edward Houting, Hans Vrijer, Kloostermoppen; middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen (Noordbroek / Gorredijk 2018).