500-1648

Groningen als Hanzestad

In Groningen komen het heden en verleden zichtbaar samen. In de 14e eeuw sloot Groningen zich aan bij het Hanzeverbond. Wandelend door de straten van de oude binnenstad kom je op verschillende plaatsen rijkversierde panden of hoge pakhuizen tegen die herinneren aan deze tijd en een machtige Martinitoren die tot ver over de horizon kijkt.

Groningen als Hanzestad

Carta Marina van de Zweed Olaus Magnus (1490–1557). - Beeld: Wikipedia

Groninger handel tot ver over de grenzen

Groningen lag in de middeleeuwen op een strategische plek: enerzijds hoog genoeg op het noordelijkste puntje van de Hondsrug, zodat het water er niet bij kon als er stormvloeden waren, anderzijds goed bereikbaar vanaf het water via onder andere het Reitdiep, en te land via diezelfde Hondsrug, die reizigers hoog en droog langs moerassen en veengebieden leidde. Het is dan ook logisch dat Groningen in de middeleeuwen uitgroeide tot een welvarend handelscentrum. Door middel van verdragen en bepalingen trok de Stad handel en macht naar zich toe: het stapelrecht liet niet toe dat in de Ommelanden geproduceerde waren ergens anders dan in Groningen mochten worden aangeboden en verhandeld.
Pakhuizen zoals die nog al tijd te zien zijn aan het Hoge der A lagen vol graan, wol en huiden die werden verhandeld in Engeland, maar ook in Duitsland, Denemarken en het Baltisch gebied.

De Hanze

De eerste samenwerkingsverbanden tussen welvarende handelssteden stammen uit de tweede helft van de twaalfde eeuw. In de zomer van 1229 ondertekenden de Groninger kooplieden Bernard en Volker mede een groot handelsverdrag tussen drie Russische vorstendommen en handelaren die op de Oostzee voeren. Dat document is de eerste vermelding van Groningers als Hanzeaten.
De Hanze – het woord betekent 'groep' in het Oudhoogduits – was een alsmaar groeiend netwerk van steden die prijsafspraken maakten, elkaars havens en pakhuizen gebruikten, het stapelrecht handig benutten en gezamenlijk streefden naar een zo groot mogelijke monopoliepositie. Wie in de late middeleeuwen bepaalde producten in huis had in Groningen, zoals lakense stoffen, wijn of zout, kon er zeker van zijn dat de Hanze daar een rol in had gespeeld. Archeologen hebben bij de oudste Groninger huizen resten gevonden van houten schalen en bouwhout, waarvan het hout afkomstig moet zijn geweest uit het Oostzeegebied.

Wisselende contacten

De Hanze was niet formeel georganiseerd en deelname was vrijwillig. Steden die aan de Hanze deelnamen, bepaalden zelf hun regels en handelspartners. Waar Groninger kooplieden in de dertiende eeuw nog veel voeren op Engeland en in elke haven tussen Newcastle (bij Schotland) en Southampton (aan de zuidkust) te vinden waren, richtten ze zich in de veertiende eeuw veel meer op steden en gebieden dichter bij huis, zoals Bremen, Hamburg, Westfalen en het Rijnland.
De Groningers waren trots op hun rol in de Hanze, al was die nu eens groot en dan weer klein. Zo kwam het dat Groningen in 1358 per brief klaagde dat het geen officieel schrijven had ontvangen over een handelsblokkade tegen de concurrerende Vlamingen, terwijl de Groningers, zo schreven ze in de brief, toch tot de oprichters van de Hanze behoorden!
Aan het begin van de vijftiende eeuw raakte de goede naam van Groningen als Hanzestad besmet. De Stad hielp enerzijds mee om een bende zeerovers te bestrijden, maar liet anderzijds wel toe dat geroofde goederen op haar markten werden verhandeld. Groningen werd korte tijd uit de Hanze gezet, maar was in 1422 weer welkom na vertoon van goed gedrag.

<p>Kaart van de grote en kleine Hanzesteden en handelsroutes, door D. Brown, Wikimedia Commons</p>

Kaart van de grote en kleine Hanzesteden en handelsroutes, door D. Brown, Wikimedia Commons

Pakhuizen, kantoren en kranen

In de vijftiende eeuw groeide de stad Groningen enorm. Welvarende kooplieden lieten aan het A-kerkhof en de Brugstraat hun woonhuizen met kantoor bouwen. Veel panden uit die tijd vertonen qua bouwstijl en indeling overeenkomsten met huizen in andere Noord-Europese Hanzesteden, zoals bijvoorbeeld het Gotisch Huis, waar nu het Noordelijk Scheepvaartmuseum is gevestigd. Aan het Hoge der A verrezen pakhuizen voor handelswaren die via het Reitdiep en de Noorderhaven de stad bereikten. Het oudste is Pakhuis Libau uit de veertiende eeuw, waarvan de begane grond (nu de kelder) een opslagruimte bood, net als de hogere verdiepingen. Op wat toen de eerste verdieping was, bevond zich een woonhuis met stookplaats.
Ook op andere plaatsen in de stad werden woonhuizen gebouwd met kantoorruimte en opslagplaatsen, zoals het 'Huis met de dertien tempels' in de Oude Boteringestraat. Langs de kades verrezen kranen en andere hijswerktuigen en Groningen werd, dankzij de Hanze, een echte havenstad.
Het was alleen jammer dat in 1451 de toren van de Sint Maartenskerk was ingestort. De stad bereidde zich voor op de bouw van een nieuwe toren, die een echt sieraad voor de machtige handelsstad moest worden.

Hanzedagen in Groningen

Het hoogtepunt in de hanzegeschiedenis van Groningen was een grote vergadering die in mei en juni van 1463 plaatsvond binnen de Groninger stadsmuren. Op de agenda stond een conflict tussen de 'Wendische' hanzesteden (waaronder Lübeck en Rostock) enerzijds en Hollandse handelssteden anderzijds. De Groninger burgemeesters Hendrick Baroldes, Otto ter Hansouwe, Gozen Dulck en Johan Rengers Schaffer probeerden alles in goede banen te leiden. Er was zelfs een arbitragecommissie opgeroepen met 'segesluden', scheidsrechters, uit Amersfoort, Utrecht, Braunschweig en Göttingen. Maar het mocht niet baten. Ondanks de hartelijke ontvangst van de Groningers kwamen de Wenden en de Hollanders geen stap dichter bij elkaar. Dagenlang werd er onderhandeld in de eetzaal van het Jacobijnerklooster, maar de Hollanders hielden het na ruim twee weken voor gezien. Drie dagen daarna vertrokken ook de vertegenwoordigers van de Wendische hanzesteden en de scheidsrechters. De Groninger burgemeesters werden nog wel door iedereen bedankt voor hun 'vliit unde arbeid'.
Na afloop van de vergadering moeten ze zich teleurgesteld hebben gevoeld; misschien dat die teleurstelling ervoor zorgde dat er haast gemaakt werd met de bouw van een nieuwe kerktoren. Om haar macht en welvaart goed zichtbaar te maken, begon de Stad in 1469 aan een ambitieus project dat bijna tachtig jaar in beslag zou nemen: 'an to leggen de muere van den nijen toeren to sunte Merten'. In 1548 werd de windvaan op de Martinitoren geplaatst. Welke rol Groningen ook in de Hanze zou spelen, dit sieraad stond als een pronkjuweel middenin de stad, uitkijkend tot ver over de Ommelanden.

Symbool van macht en welvaart

Aan het einde van de vijftiende eeuw onderhield Groningen nauwe contacten met vele andere hanzesteden, nam deel aan vergaderingen en – het belangrijkste – verdiende veel geld aan zowel de regionale als de internationale handel. Groningse kooplieden waren overal in Europa te vinden en omgekeerd kenden handelaren van Vlaanderen tot het huidige Estland de weg naar de Grote Markt of Breede Merct, zoals hij toen heette. De Martinitoren, destijds een van de hoogste van de Nederlanden, was beroemd. Zowel in Amsterdam als in het Duitse Emden waren herbergen gevestigd met de naam 'De Groninger toren'.
Maar het contact met de Duitse hanzesteden werd langzaam steeds moeilijker. De Reformatie waaide door Europa en velen bekeerden zich tot het protestantisme, maar Groningen viel onder katholiek bestuur en sommige handelsmissies werden ronduit verboden. In een smeekbrief uit 1549 pleitte de Stad bij haar beschermheer nog voor deelname aan de hanze 'umme in eren unde esse' te blijven; in achting en (in economisch opzicht) in leven.
Maar toen in 1568 met de Slag bij Heiligerlee de Tachtigjarige Oorlog in volle hevigheid uitbrak, had Groningen wel andere dingen aan het hoofd dan de Hanze. Ook zonder dat roemvolle samenwerkingsverband wist Groningen zich in de eeuwen erna te handhaven als handelsstad met allure.

<p>&#39;Vertoninghe van Groningen Comende van Vrieslant&#39;, detail van de kaart van Haubois (1652). - www.beeldbankgroningen.nl (2376-024)</p>

'Vertoninghe van Groningen Comende van Vrieslant', detail van de kaart van Haubois (1652). - www.beeldbankgroningen.nl (2376-024)

 

Voor dit artikel is dankbaar gebruik gemaakt van het artikel  'De stad Groningen en de Hanze tot het eind van de zestiende eeuw' van Jeroen Benders uit de bundel Koggen, Kooplieden en Kantoren. De Hanze, een praktisch netwerk.