Groninger Vrouwengalerij

Roosje Vos: een activistisch vakbondsleidster

Roosje Vos (1860-1932) bevocht de bourgeoisie vanachter haar naaimachine. Ze kwam respectievelijk in de rol van naaister, vakbondsleidster en politica op voor de zwakkeren in de maatschappij. Vos was klein van stuk maar kon hard werken en als ze sprak, hingen de mensen aan haar lippen. Ze begon haar publieke carrière als voorzitster van de naaistersbond Allen Eén en eindige deze als lid van de Provinciale Staten van Groningen, namens de Communistische Partij Holland.

Roosje Vos kwam uit een Joods gezin en groeide op in Amsterdam. Ondanks dat haar vader al overleed toen ze zes was, werd Vos pas op haar veertiende in een weeshuis geplaatst. In het Nederlands Israëlitisch Meisjesweeshuis werd haar orthodox-Joodse opvoeding voortgezet. Ze werd er opgeleid als naaister en verbleef er tot ze 23 was. Haar leven in het weeshuis beschreef ze later als “geïsoleerd”.

‘Allen Eén’

Roosje Vos vond werk als thuisnaaister. Ze maakte lange dagen voor nog geen drie gulden per uur. Op jacht naar betere arbeidsomstandigheden voor haar en voor haar collega’s, sloot ze zich in 1897 als penningmeester aan bij naaistersbond Allen Eén, de eerste vakvereniging voor vrouwen in Nederland. Toen de beoogde voorzitter op de oprichtingsvergadering al onder plankenkoorts bezweek, nam Vos het woord over. Ze bleek een eloquent spreker. De prominente vakbondsleidster, feministe en politica waartoe ze zou uitgroeien, werd op dit podium voor het eerst zichtbaar.

Vos werd na haar optreden gepromoveerd tot voorzitster van Allen Eén en begon onder het pseudoniem Ervé artikelen in het verenigingsblad de Naaistersbode te schrijven. In diezelfde periode droeg ze bij aan de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid: haar inbreng, De Gruweltafel, bestond uit kledingstukken van vrouwelijke arbeiders waarop ze hun werktijd en uurloon had geschreven. Door haar prominente activisme kwam Vos lastig aan een baan in de naaisector en werd ze regelmatig ontslagen.

‘Algemeene Nederlandse Naaisterbond’

In 1899 richtte Roosje Vos samen met collega-schrijfster en -naaister Sientje Prijes de Algemeene Nederlandse Naaistersbond op, daarnaast zette het duo de coöperatie Samenwerkende Naaisters in de steigers. Hier konden ontslagen vrouwen opnieuw als naaister aan de bak komen. In 1901 fuseerde de Algemeene Nederlandse Naaisterbond met de Kleermakersbond, over het blad dat ze samen uitgaven voerde Vos de redactie.

Politiek

Al voordat Roosje Vos in 1903 vanuit Amsterdam naar het Groningse Westeremden verhuisde en zich daar aansloot bij de lokale tak van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), was ze politiek actief. Zo had Vos op het partijcongres van de SDAP in 1901 al gepleit voor het vrouwenkiesrecht en de achturige werkweek.

In Westeremden woonde Vos samen met Melle Gerbens Stel, een man die ze via de arbeidersbeweging had leren kennen en met wie ze in 1903 in het huwelijksbootje stapte. Haar schoonzus Sytske verzorgde in het Noord-Groningse dorp het huishouden, zodat Vos politiek actief kon blijven. Ze groeide samen met haar man uit tot de spil van de lokale SDAP en bezocht actief de landelijke partijcongressen. In 1909 splitste ze zich samen met andere radicale socialisten af en vormde de Sociaal-Democratische Partij (SDP). Bijna tien jaar later veranderde de SDP haar naam in de Communistische Partij Holland (CPH). Van 1919 tot 1927 was Vos namens de communisten actief in de Provinciale Staten van Groningen.

Nalatenschap

In 1922 verhuisde Roosje Vos met haar man naar de stad Groningen. Vos overleed daar in 1932 op 71-jarige leeftijd aan een hartaanval. In zowel Amsterdam, haar geboorteplaats, als in Groningen, haar sterfplaats, is er, net als in vier andere Nederlandse steden, een straat naar haar vernoemd.