1945-1989

'Misschien wel 10.000 bevallingen' – Zuster Adriana in Veendam

Huize Sint Franciscus in Veendam is een woonzorgcentrum voor bejaarden, maar veel Veendammers herinneren zich nog heel goed dat er vroeger ook een kraamkliniek was gevestigd aan de Prins Bernhardlaan. Tussen 1931 en 1984 werden er 17.000 kinderen geboren. Zuster Adriana, een van de nonnen van het 'liefdesgesticht', vertelde tijdens een verhalencafé in mei 2017 over haar ervaringen en herinneringen aan de kraamkliniek.

'Misschien wel 10.000 bevallingen' – Zuster Adriana in Veendam

Een deel van de verzameling instrumenten van zuster Adriana, jarenlang hoofd van de kraamkliniek Sint Franciscus in Veendam, - Foto: Duncan Wijting

Zuster Adriana is een begrip in Veendam. Ze werd in 1924 geboren in Brabant en groeide op in de buurt van het Gelderse Tiel. In 1963 werd ze naar Veendam gestuurd. 'Mijn moeder was net overleden en ik heb de hele treinreis hier naartoe gehuild. Wat moest ik daar doen in het noorden?' De zusters Franciscanessen beheerden in Veendam sinds 1931 een bejaardenhuis, kraamkliniek, huishoudschool en kleuterschool, die ook voor niet-roomsen toegankelijk waren. 'Eerst was het alleen voor katholieken, maar toen kwam er niemand!' lacht zuster Adriana.

'Ik kwam hier aan en werd in de keuken aan het werk gezet. Twee maanden later begon mijn opleiding in het ziekenhuis in Winschoten. Nee, ik heb er niet zelf voor gekozen om kraamzuster te worden. Dat werd je gezegd en dat deed je dan.'

De nonnen van Huize Sint Franciscus hadden verschillende taken en zuster Adriana leidde de kraamkliniek. Ze laat verschillende instrumenten zien die bij de bevallingen gebruikt werden. 'Wat is dit?' vraagt ze aan het publiek. Ze laat katheters, thermometers, een navelstrengschaartje en een speculum zien. 'Kijk, een zuigfles van 104 jaar oud; die heb ik gekregen. En dit is het kammetje van de laatste baby die ik ter wereld heb geholpen. En dit?' Ze houdt een soort grote suikertang omhoog en demonstreert hoe deze gebruikt werd. 'Voor een tangverlossing. Maar dat mocht op een gegeven moment niet meer. Ik herinner me nog hoe de dokter tijdens een bevalling tegen mij zei dat ik hem de tang moest geven. “Ik weet niet waar die is,” zei ik, maar ik stond te liegen dat ik zwart zag. Ik had hem boven in een kast verstopt. Het kind is zonder tang geboren.'

Baby's verwisselen

Met Zuster Adriana kon je lachen, dat herinneren velen zich nog wel. Adriana Ufkes: 'Ik lag in februari in de kraamkliniek, net bevallen van een dochter. Het was carnaval, dus overal feest. Zuster Adriana werd in een kruiwagen het hele huis door gereden. En wij er achteraan! We vonden het prachtig – we mankeerden niks, we waren alleen maar bevallen.' Zuster haalde zelf ook wel grappen uit. 'Baby's verwisselen, dat deden we expres. Je moest goed opletten bij het wassen, omdat de naamkaartjes aan de kleding waren gespeld. Maar dan gingen we met de baby van een ander naar de kraamvrouw; kijken of ze haar kindje wel herkende. “O nee hoor, deze is echt van u,” zei ik dan met een stalen gezicht.'

Streng

Jonge moeders hielden vroeger tien dagen strikte bedrust, maar dat werd gaandeweg steeds minder. 'We moesten ze wassen terwijl ze in bed lagen, dat was best veel werk. Toen werd negen dagen, toen acht en op het laatst moesten ze nog vier dagen in bed blijven.' Adri Veen, in september 1975 bevallen: 'Het was heel mooi weer toen ik hier drie dagen lag en zuster zei tegen alle kraamvrouwen: hup, de buitenlucht in!'

Zuster Adriana kon ook streng zijn. 'Om tien uur moest het stil zijn, maar de moeders die samen op een kamer lagen, bleven maar kletsen.'

Een van de aanwezigen herinnert zich hoe de deur van 'het Huis' voor haar gesloten bleef. 'Het was oktober en heel erg mistig. We hadden geen auto, dus mijn man had een taxi gebeld. De chauffeur hing met zijn hoofd uit het raampje omdat hij niets kon zien. Op de stoep voor de kraamkliniek hoorden we van zuster Adriana: “Ga maar weer naar huis, het is nog lang niet zo ver,” dus we konden het hele eind weer terug. Om acht uur de volgende ochtend waren we pas weer thuis. Maar zuster had wel gelijk; de baby werd pas de woensdag erna geboren.'

Thea Kiewiet-Haayer: 'Wij kwamen hier in 1969 en mijn man werd weer weggestuurd, want hij mocht niet bij de bevalling aanwezig zijn. Hij heeft de hele nacht gewacht bij de kruidenier in Borgercompagnie. De kruidenier had al wel telefoon maar wij nog niet, dus moest hij daar wachten op het telefoontje dat hij weer terug mocht komen. Ik ben bevallen bij zuster Westerkamp. Dat was een moeilijke zuster; niet iedereen kon met haar overweg. Ik kon het wel goed met haar vinden, maar je moest het precies doen zoals zij zei. Ze was goed in haar vak, ik heb dan ook nooit complicaties gehad.'

Geen lift

Berend Maarsingh is de zoon van de gelijknamige huisarts van Muntendam, waar ook zijn broers Otto en Harry huisarts zijn of zijn geweest. 'Mijn vader was erg enthousiast over de zorg van de zusters en ik vond het ook altijd heel erg leuk om met mijn vader mee naar de zusters te gaan. Ze hadden van die prachtige gewaden en ik kreeg vaak een snoepje. Ik heb nog altijd een zwak voor de Franciscanen. Als kind vertelde ik ooit heel trots dat ik geboren was bij de Franciscanessen. Toen werd het heel stil, want ze dachten dat mijn moeder een gevallen zuster was.'

Zuster Adriana herinnert zich de oude dokter Maarsingh nog goed. 'Er was geen lift in het Huis en ook geen brancard, dus dokter nam de kraamvrouw vaak op de rug en tilde haar naar boven.'

Bijzondere bevallingen

Zuster Adriana heeft heel veel kinderen ter wereld geholpen. 'Misschien wel tienduizend.' Een aantal ervan zal ze nooit vergeten. Adri Veen kreeg in 1975 een heel zwaar kind. Zuster Adriana: 'Eerst dacht ik dat het een tweeling zou zijn, want het hoofdje was niet zo groot, maar er kwam een enorm lichaam achteraan.' Adri Veen: 'Bij de bevalling van mijn dochter in 1972 werd mijn man nog weggestuurd, maar in 1975 mocht hij erbij zijn. Onze zoon was met ruim negen pond zo groot dat ik van zuster geen borstvoeding mocht geven. “Hij eet je helemaal op!” zei ze.' Zuster Adriana knikt lachend. 'Dat kind was zo groot, dat ik hem apart moest brengen. Normaal legden we er drie of vier tegelijk op een wagen, maar deze grote baby – het was geen baby meer, maar een peuter! – droeg ik naar de moeder.'

Een andere memorabele bevalling was die van een drieling. Het voorval haalde in 1967 zelfs de krant. 'Die vrouw liep tegen de muur op van de pijn, dat had ik nog nooit gezien. We moesten haar met een paar mensen vasthouden en hebben haar samen in bed gelegd. Na de eerste baby zei de dokter: “Er komt er nog een!” en na de tweede dachten we dat het klaar was, maar plotseling riep hij: “Haal snel nog een wiegje!” Eigenlijk had deze bevalling in het ziekenhuis gedaan moeten worden, maar niemand wist dat het een drieling was. En die mensen hadden al zes kinderen! Ik weet nog hoe die man zei dat ze drie mogelijke namen hadden bedacht voor één dochter, maar nu konden ze alle drie de namen goed gebruiken.'

Zonder habijt

In al die jaren heeft zuster Adriana maar één keer een doodgeboren kindje meegemaakt. Het grijpt haar nog altijd aan. 'Die mensen, Turkse mensen, kwamen hier en we hadden geen plaats. Er stonden al bedden op de gang en we wilden ze wegsturen naar Winschoten, maar daar lag het kindje al tussen haar benen. De dokter zei tegen mij: “De moeder mag het kind niet meer zien,” maar toen niemand keek, heb ik het toch nog even bij de moeder gebracht.'

Zuster Adriana wordt nog steeds met titel 'zuster' aangesproken in Huize Sint Franciscus, waar ze na het sluiten van de kraamkliniek in 1984 mocht blijven wonen. Slechts een enkeling kent haar achternaam en ze is nog altijd officieel non, al draagt ze al jaren geen habijt meer. 'Toen we dat in 1972 niet meer aan hoefden, was ik een van de eersten die het uittrok. Ik vond het nooit leuk dat mensen je zo nakeken als je over straat ging.'

Zuster Adriana kan nog veel meer verhalen vertellen, maar bewaart er ook een aantal voor de volgende keer. Wanneer dat is, weet ze al precies: 'Op 12 september om half acht geeft meneer Van Ringh een lezing over de geschiedenis van Huize Sint Franciscus. U moet allemaal komen.'

Dit artikel is het verslag van een verhalencafé dat op 23 mei 2017 plaatsvond in Huize Sint Franciscus in Veendam. Het werd georganiseerd door Biblionet en De Verhalen van Groningen, in samenwerking met de activiteitenbegeleiding van Huize Sint Franciscus. De bijeenkomst werd door Parkstadveendam.nl vastgelegd op film.

<p>Zuster Adriana (midden) haalt tijdens het verhalencaf&eacute; van 23 mei 2017 herinneringen op met een paar dames die onder haar begeleiding zijn bevallen. - Foto: Duncan Wijting</p>

Zuster Adriana (midden) haalt tijdens het verhalencafé van 23 mei 2017 herinneringen op met een paar dames die onder haar begeleiding zijn bevallen. - Foto: Duncan Wijting