Groninger Vrouwengalerij

Ludeke Jarges: een vrouw voor wie eeuwig gebeden wordt

Als vrouw in de late middeleeuwen had Ludeke Jarges-ter Bruggen (?-1469) nooit veel in de melk te brokkelen gehad, maar door twee sterfgevallen in de familie en de daarmee gepaard gaande erfenissen behoorde ze plotseling tot een van de rijkste vrouwen van Groningen. Voor het eerst in haar leven kreeg ze controle over haar doen en laten – en die controle gebruikte ze om een volmaakte weduwe te worden.

Ludeke ter Bruggen groeide op in een welgestelde familie in Groningen. Haar vader vervulde verschillende bestuurlijke en rechterlijke functies in de stad en was leenman van de bisschop in Utrecht. Ludeke had ten minste twee broers en een zus.

Huwelijk

Van haar bestaan wordt in 1450 voor het eerst melding gemaakt. Op dat moment was ze al twintig jaar getrouwd met Albert Jarges, een belangrijke ondernemer en bestuurder in de stad. Ludeke Jarges-ter Bruggen en haar man waren op het eerste gezicht de Romeo en Julia van het vijftiende-eeuwse Groningen, een tijd waarin de zogeheten Vetkopers en Schieringers streden om macht en invloed in de Noordelijke Nederlanden. Ter Bruggen behoorde tot de Vetkopers, Jarges familie was Schieringer. Maar tussen 1425 en 1430 probeerden de twee kampen plooien uit het verleden glad te strijken. In dat kader werden veel huwelijken tussen de strijdende partijen gesloten. Het huwelijk van Ludeke ter Bruggen met Albert Jarges was daar één van.

Erfenis

Het echtpaar boerde goed in de tijd na hun huwelijk. Nadat de relaties tussen de Vetkopers en Schieringers waren aangehaald, brak een tijd van relatieve vrede aan in Groningen. De economie draaide erdoor op volle toeren, Albert en Ludeke Jarges wisten er de vruchten van te plukken. Het echtpaar was vroom christelijk: dat blijkt onder andere uit het armengasthuis dat ze achter hun huis lieten bouwen. Maar toen Albert tijdens een reis naar het heilige land in de Jordaan door Saracenen werd overvallen, verdronk hij in een rivier en stierf. Hij liet het meeste van zijn geld en land na aan zijn vrouw. Pogingen van haar schoonfamilie om via de rechter een deel van zijn erfenis te krijgen, mochten nauwelijks baten.

In de jaren na de dood van haar man wist Jarges haar bezit verder uit te breiden, nadat ook haar broer overleed en haar een flinke erfenis achterliet, werd ze één van de rijkste vrouwen in Groningen. Zelfstandige vrouwen hadden in de Noordelijke Nederlanden – in ieder geval in vergelijking met het zuiden – een behoorlijke vrijheid. Ze kon met haar geld doen wat ze wilde en kreeg voor het eerst controle over haar eigen leven.

<p>Vrouw Jarges Gasthuis (ook wel Fraterhuis genoemd), aan het Martinikerkhof. Pentekening door C. Pronk, Groninger Museum</p>

Vrouw Jarges Gasthuis (ook wel Fraterhuis genoemd), aan het Martinikerkhof. Pentekening door C. Pronk, Groninger Museum

Volmaakte weduwe

Toen Ludeke Jarges ouder werd, begon het hiernamaals haar meer en meer bezig te houden. Volgens middeleeuwse geschriften diende een voorbeeldige weduwe haar leven te wijden aan God en de Kerk. Als ze geld en goederen had, moest ze ook die investeren in het geloof. Haar eerste ingeving was om een eigen klooster te bouwen, maar om onbekende redenen kwam die stichting nooit van de grond. In plaats ervan schonk ze haar geld en goederen aan de Broeders en Zusters van het Gemeene Leven, een stichting die de Moderne Devotie – een nieuwe stroming binnen de katholieke kerk – aanhing. In ruil voor haar investeringen deed ze in 1467 of ‘68 haar intrede in het zusterhuis. Daarnaast beloofden de broeders tot in de eeuwigheid dagelijks twee keer voor haar en haar familie te bidden.

Ludeke Jarges stierf in het zusterhuis, waarschijnlijk in 1469. Haar huwelijk met Albert Jarges bleef kinderloos, alhoewel Albert – niet ongebruikelijk in die tijd – wel een paar bastaardkinderen had.